Ambities groter dan twijfels over steun

ROTTERDAM, 7 OKT. De benoeming van Roelant Oltmans tot bondscoach van het nationaal mannenhockeyteam lag voor de hand. Algemeen wordt namelijk beweerd dat het Nederlandse hockey slechts twee professionele topcoaches kent, Jorritsma én Oltmans. Bovendien spraken de internationals snel hun duidelijke voorkeur voor hem uit. Daarom is het opmerkelijk dat het nog zo lang heeft geduurd voordat Oltmans werd voorgedragen. Het Nederlandse hockey zit inmiddels al ruim vijf weken zonder mannenbondscoach. Hans Jorritsma is officieel per 1 september vertrokken.

De vertraging kan niet anders worden uitgelegd dan dat een stroming binnen het bondsbestuur van de hockeybond, op z'n zachtst gezegd, bedenkingen heeft tegen de aanstelling van Oltmans. Er werden ook andere kandidaten benaderd. Ex-international Ties Kruize was de eerste, de Australiër Richard Aggiss, toevallig in Nederland, sprak afgelopen zaterdag met het bestuurslid technische zaken, Hessel Polstra, en Gijs van Heumen, de voormalige bondscoach van de Nederlandse vrouwen, werd een dag later nog via de telefoon gepolst door KNHB-voorzitter Wim Cornelis.

Volgens Polstra moet het leggen van deze contacten worden gezien in de oriënterende sfeer. Toch is alle genoemde personen expliciet gevraagd of ze belangstelling hadden voor die functie. Aggiss werd gisteravond nota bene tijdens de oefenwedstrijd van het door hem geleide Australische jeugdteam in en tegen Bloemendaal weggeroepen waarna hem telefonisch werd meegedeeld dat de keuze op Oltmans was gevallen.

Hoewel de spelersgroep steeds naar buiten heeft gebracht Oltmans de beste man voor de functie te vinden, waren er toch ook internationals die liever een ander type trainer-coach hadden zien komen. Oltmans zou met zijn instelling en ideeen te veel op de "lijn-Jorritsma' zitten. Daarom had bijvoorbeeld strafcornerspecialist Floris Jan Bovelander een duidelijke voorkeur voor Aggiss als een heel nieuw gezicht in het Nederlandse hockey. De beschikbare Australiër heeft ook bewezen een vakman te zijn. Het bondsbestuur ziet echter liever geen buitenlander op de post van bondscoach. Dat is, vindt men, een te groot risico.

Een meerderheid van het bestuur bleek ook geen voorstander te zijn van de benoeming van Ties Kruize en Gijs van Heumen bedankte wegens werkzaamheden zelf voor de eer.

Oltmans weigert te geloven dat hij misschien tweede, derde of zelfs vierde keuze was. De gesprekken met anderen wijzen er volgens hem juist op dat er een weloverwogen keuze is gemaakt. Voor Oltmans zijn eventuele twijfels over de steun die hij binnen het bestuur heeft gekregen te onbelangrijk om de zaak te laten afketsen.

Daarvoor is de nieuwe bondscoach veel te blij met zijn aanstelling. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt de functie van bondscoach bij de mannen te ambiëren.

De erelijst van Oltmans als trainer-coach bevat vier landskampioenschappen en een Europa Cup met de mannen van Bloemendaal en een wereldtitel (1990) met de Nederlandse hockeysters. De meest recente uitslagen van de nationale vrouwenploeg waren echter verre van indrukwekkend, een vierde plaats bij het Europees kampioenschap en een zesde plaats bij de Olympische Spelen. Dat laatste resultaat noemde bondvoorzitter Cornelis “beneden alle peil”.

De ideeën van Oltmans komen sterk overeen met die van zijn voorganger Jorritsma. Ook hij wil dat de nationale clubcompetitie in een korter tijdbestek wordt afgewerkt. Het zal zijn streven zijn dat nu wél gerealiseerd te krijgen.

Een bijkomend voordeel voor Oltmans is dat hij niet echt haast hoeft te maken met het formeren van een nieuwe ploeg. Volgend jaar worden er geen titeltoernooien gespeeld, alleen maar een editie van de Champions Trophy.

    • Hans Klippus