Vergrijzing

Vergrijzing is een modewoord waaraan overdreven consequenties worden verbonden. Flip de Kam vreest dat tegen het jaar 2015 de AOW-premie samen met de dan tot volle bloei gekomen AWBZ en het laagste belastingtarief wel 52 à 53 procent van het inkomen zal vergen (NRC Handelsblad, 22 september).

De AOW is in 1957 ingesteld en men koos toen voor een omslagstelsel. Het was te voorzien dat dit bij een groter aantal gepensioneerden zou kunnen ontsporen. De schuld daarvan ligt niet bij de 65-plussers, maar bij degenen die een geleidelijke overgang op een kapitaaldekkingsstelsel hebben verhinderd. Het kan echter nog meevallen als de economie zich gunstig ontwikkelt en de arbeidsparticipatie toeneemt.

In dat geval kan blijkens prognoses van het Centraal Planbureau de AOW-premie tot 2010 dalen om daarna tot 2030 weer te stijgen tot het niveau van 1985!

De zorgsector kost ƒ 52½ miljard. Minder bekend is dat zeventig procent daarvan gaat naar de salarissen voor het personeel (exclusief artsen) en tien procent financieringslasten, samen tachtig procent, dat is ruim ƒ 45 miljard.

De Kam stelt, dat bejaarden de helft van deze 52 miljard "verbruiken'. De zorg voor ouderen kost echter slechts ƒ 10 miljard, vermeerderd met de verpleging in een ziekenhuis à ƒ 6,3 miljard wordt het totaal ƒ 16,3 miljard. Andere posten zijn ondergeschikt. Het is onjuist om alleen het toenemend "verbruik' van medische zorg door ouderen te belichten. Er zijn ook forse besparingen ontstaan door het kleinere aantal kinderen, verdwijnen van kinderziekten, tuberculose enzovoorts.

Wanneer een veertigjarige ernstig ziek wordt heeft hij maar ¢4 24 jaar ziektekostenpremie betaald. Niemand zal hem deze geringe bijdrage verwijten. Een 86-jarige daarentegen heeft ¢4 70 jaar premie betbaald, verkapitaliseerd een groot bedrag.

De Kam voorspelt een "sterke' stijging van de kosten voor de gezondheidszorog als gevolg van de vergrijzing. Nu vormen de 65-plussers ruim 1.9 miljoen (13 procent van de bevolking) en in 2015 ¢4 2,7 miljoen (16 procent van de bevolking dan). Dit alles is dus wel te overzien. Ter verdere geruststelling: de meeste 65-plussers zijn niet hulpbehoevend. Negentig procent woont zelfstandig en tachtig procent redt zichzelf. Verblijdend is dat vele "jongbejaarden' de hoogbejaarden helpen.

    • G.D. de Jong