VanderHave overweegt verplaatsing proefvelden gewassen; Genetische studie in gevaar

RILLAND, 6 OKT. Een paar dorre maisstengels en wat suikerbietbladeren, dat is alles wat rest van het proefveldje met genetisch gemodificeerde gewassen van het zaadveredelingsbedrijf VanderHave. Het resultaat van een drastische kortwiekoperatie van de actiegroep "De vurige virussen', die op deze manier zijn bezwaar uitte tegen de proeven met genetische manipulatie.

De "vurige virussen' zijn niet de enigen die problemen hebben met het biotechnologisch veldonderzoek van VanderHave: eind vorige week heeft de Raad van State - op formele gronden - de klachten gehonoreerd van de Stichting Natuur en Milieu, die stopzetting eiste van de veldproeven in het Zeeuwse plaatsje Rilland. De vergunningen in het kader van de wet Milieugevaarlijke Stoffen zijn ingetrokken omdat de onderneming niet over de juiste Hinderwetvergunning beschikte. Volgens VanderHave betreft het een procedurele kwestie; de veredelaar heeft bij het ministerie van VROM nieuwe vergunningen aangevraagd.

“Mensen reageren vaak heel emotioneel op biotechnologie”, zegt C. Noome, onderzoeksdirecteur bij VanderHave. De onderneming is zich bewust van de angst die bij grote delen van de bevolking leeft dat genetisch veranderde planten allerlei niet voorziene eigenschappen krijgen. Wanneer zulke gewassen in de vrije natuur terechtkomen, kunnen die eigenschappen zich ongecontroleerd gaan verspreiden en zo het evenwicht in de natuur wellicht drastisch verstoren. Die angst heeft volgens Noome vooral te maken met het onbekende: “Juist bij biotechnologie is de kans op onverwachte gevolgen heel klein, omdat alles van tevoren precies is vastgelegd”.

VanderHave doet in Nederland al een aantal jaren veldproeven met genetisch gemanipuleerde gewassen. Daarnaast heeft de onderneming proefveldjes opgezet in België, Frankrijk, Italië en de Verenigde Staten. Na de actie van de "virussen' maakte VanderHave bekend er over te denken om een belangrijk deel van het onderzoek naar die landen te verplaatsen.

De Stichting Natuur en Milieu vindt dat VanderHave veel te gemakkelijk over de risico's heenstapt. De Stichting is volgens medewerker prof. dr. L. Reijnders niet per definitie tegen alle vormen van biotechnologie, maar “wij eisen dat Vanderhave empirisch onderbouwde risico-analyses maakt”. Reijnders heeft “zijn buik vol van VanderHave omdat ze steeds doen alsof ze boven de wet staan”. De Stichting overweegt naar de rechter te stappen om sluiting van het hele bedrijf te eisen.

Biotechnologie maakt volgens Noome op dit moment maar een relatief klein deel uit van het totale onderzoeksprogramma van VanderHave. De onderneming, die internationaal actief is op het gebied van veredeling, produktie, verwerking en verkoop van land- en tuinbouwzaden, besteedt ongeveer twaalf procent van de jaarlijkse omzet van 360 miljoen gulden aan onderzoek. Eén procent van de omzet wordt naar eigen zeggen in biotechnologisch onderzoek gestoken.

Het belang van biotechnologie zal volgens Noome de komende jaren steeds meer toenemen. Om een nieuw ras te kweken via de normale kruisingsprogramma's zijn de veredelaars nu minstens vijftien jaar bezig. “Met behulp van genetische manipulatie kan de onderzoeksperiode aanmerkelijk worden verkort”, aldus Noome.

Daardoor kunnen de ondernemingen veel sneller inspelen op veranderende maatschappelijke eisen: “Vijftien jaar geleden kon niemand voorzien dat bestrijdingsmiddelen zouden worden verboden en hadden de boeren nauwelijks behoefte aan virus-resistente gewassen. Zij wilden toen alleen rassen met een hoge meeropbrengst”. Nu steeds meer boeren met wettelijk vastgestelde produktiequota's te maken krijgen, verschuift de nadruk van meeropbrengst naar weerbaarheid, “als de kans op zieke gewassen kleiner is, kan de boer goedkoper produceren”.