Tietmeyer voert Duits-Britse ruzie weer op

FRANKFURT, 6 OKT. Vice-president Hans Tietmeyer van de Bundesbank is zijn president Helmut Schlesinger publiekelijk bijgevallen in de Duits-Britse ruzie over het monetaire beleid, die juist vorige week leek afgesloten.

Niet de hoge Duitse rente, maar de economische verschillen tussen de EG-lidstaten zijn de belangrijkste oorzaak van de recente valuta-onrust in Europa, aldus Tietmeyer gisteren in een toespraak. Volgens Tietmeyer had de chaotische situatie in het Europees Monetair Stelsel (EMS), die de Britse en Italiaanse regering noopte het pond en de lire uit het systeem te halen, voorkomen kunnen worden. Maar dan hadden volgens hem alle lidstaten zich aan de regels van het EMS moeten houden en zich niet moeten verzetten tegen devaluaties.

Met zijn uitspraken heeft Tietmeyer nieuw voedsel gegeven aan de verbale oorlog tussen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Het conflict bereikte vorig weekeinde een hoogtepunt, toen een brief van Schlesinger uitlekte waarin hij elke verantwoordelijkheid voor de val van het pond sterling van de hand wees. Tietmeyer herhaalde in zijn toespraak dat standpunt.

“De wisselkoersstructuren waren onrealistisch geworden door economische verschillen,” aldus Tietmeyer. Een positieve kant van de onrust is volgens hem dat “een sluier is weggenomen en de werkelijke stand van zaken duidelijk aan het licht is gekomen.”

Van suggesties om de regels van het EMS te verzachten wil Tietmeyer niets weten. Een sterke Duitse mark moet het "anker' van het EMS blijven. Elke poging om onder de verplichting tot stabiliteit uit te komen, werkt volgens hem averechts. Vooral in Groot-Brittannië is voor hervormingen van het EMS gepleit. Tietmeyer zei verrast te zijn door het brede verzet tegen een "Europa van twee snelheden', omdat het verdrag van Maastricht juist in een dergelijke ontwikkeling voorziet.

Het zou volgens hem onverantwoord zijn om nu de politiek ter bestrijding van de inflatie op te geven. Het idee dat de Bundesbank de Duitse geldhoeveelheid zou moeten laten groeien met negen procent in plaats van 3,5 à 5,5 procent wees hij dan ook af. De industriële landen hebben volgens de vice-bankpresident al te veel te lijden van het monetair expansiebeleid van de tweede helft van de jaren tachtig.