Remake De familie Doorsnee lijkt niet op origineel

Hun voornamen klonken me vertrouwd in de oren: de vader heette Theo, de moeder Mien, de dochter Liesbeth, de zoon Rob en de werkster Sjaan - net als vroeger in De familie Doorsnee, de legendarische radioserie van Annie M.G. Schmidt die onlosmakelijk verbonden is met de jaren vijftig.

Ik vermoed zelfs dat de acteurs een authentiek script uit 1953 in hun handen hadden en de woorden uitspraken die daarin waren vastgelegd. Maar verder leek het nergens naar; de dertiendelige remake waarmee de VPRO zondagmiddag op Radio 2 een begin maakte, had weinig te maken met het origineel.

Lag dat, zoals de oorspronkelijke producer Wim Ibo zei te vrezen, aan de gedateerdheid van de scripts? Misschien een beetje, maar lang niet in de eerste plaats. Veel doorslaggevender was dat de nieuwe acteurs er niet in slaagden de juiste toon te treffen. Rijk de Gooyer kwam in de vaderrol niet verder dan het opzetten van een korzelige stem, Olga Zuiderhoek klonk voornamelijk als een enigszins vage jonge vrouw in plaats van de moederkloek die ze moest zijn. Geen van beiden bleek van nature begiftigd te zijn met het vermogen om uit die laconieke zinnetjes van Annie Schmidt de humor te halen. De vader haalt sarcastisch herinneringen op aan een vakantiepension, waar het de hele dag wachten was op de zon en op de griesmeelpudding: “Nou, de pudding kwam altijd en de zon nooit.” Vroeger, via de superieure intonatie van Cees Laseur, zou daarop een lach zijn gekomen. Nu de woorden uit de mond van Rijk de Gooyer kwamen, hoorde ik niemand lachen. En ook de nieuwe Sjaan haalt het niet bij de oude. “Mevrouw! De kat zit in uw breiwerk, is dat de bedoeling?” zei Nora Romanesco met een poezelig Brabants accent zonder komisch effect - en ik dacht met weemoed terug aan de snerpende Amsterdamse tongval van Hetty Blok die wel raad wist met zo'n tekstje.

Nee, met de scripts was nog altijd weinig mis. Het lag aan de regie en aan de acteurs die niet bleken te weten wáár ze het geheim van De familie Doorsnee moesten zoeken. Ze lazen de woorden voor die er stonden, maar ze zagen niet wat er nog altijd onder die woorden blijkt te zitten.

    • Henk van Gelder