Partijen VS nemen elkaar fel onder vuur

WASHINGTON, 6 OKT. De campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen begint op stoom te raken en de hevigheid van de beschuldigingen over en weer neemt snel toe.

Sommige Republikeinen beschuldigen de Democratische kandidaat, Bill Clinton, ervan in zijn jonge jaren Moskou te hebben bezocht als gast van de KGB. Verder bestaat er onduidelijkheid over het ontbreken van enkele pagina's uit een paspoortdossier van Clinton, dat het ministerie van buitenlandse zaken bijhield. Van Republikeinse zijde is al geopperd dat deze pagina's betrekking hadden op plannen van Clinton om zijn Amerikaanse nationaliteit op te geven, zodat hij geen militaire dienstplicht in Vietnam hoefde te vervullen.

Clinton noemde de aantijgingen gisteren lasterlijk. Volgens hem was hij rond de jaarwisseling van 1969-1970, toen hij als student in het Britse Oxford zat, enkele weken op reis geweest naar Duitsland, Scandinavië, Moskou en Praag. Hij had dit uit eigen zak betaald. Er is tot dusverre geen enkel bewijs dat Clinton op uitnodiging van de KGB naar Moskou zou zijn gegaan.

Het weekblad Newsweek onthulde gisteren dat er enkele bladzijden weg zijn uit het paspoortdossier van Clinton. Op grond van de wet op vrijheid van informatie had Newsweek inzage in het dossier gevraagd. Republikeinen wekten de indruk dat aanhangers van Clinton belastend materiaal uit het dossier hadden gehaald, maar Clinton verklaarde dat hij niet eens van het bestaan van het dossier afwist. Hij wees erop dat het ministerie van buitenlandse zaken al bijna 12 jaar in Republikeinse handen is. Een mogelijkheid zou ook zijn dat een Republikeins gezinde ambtenaar de bladzijden heeft verwijderd om Clinton in verlegenheid te brengen. De FBI heeft een onderzoek ingesteld naar de zaak.

Ook president Bush komt intussen onder vuur door een andere kwestie uit het verleden, de Iran/contras-affaire. Bush, die toen vice-president was, heeft altijd ontkend dat hij op de hoogte was van de hoofdzaken van deze geruchtmakende kwestie en pas eind 1986, toen de zaak aan het licht kwam, begreep hoe de vork in de steel zat. Uit een door het televisiestation ABC bemachtigd Israelisch document, blijkt echter dat Bush op 29 juli 1986 uitvoerig is voorgelicht over de zaak door de medewerker van de toenmalige premier Shamir, Amiram Nir. De Israeliërs maakten Bush duidelijk dat het ging om een overeenkomst met Iran waarbij een gefaseerde ruil van gijzelaars voor wapens zou plaatshebben. Ook legden de Israeliërs Bush uit dat de zaak zou worden geregeld met fundamentalistische krachten en niet met gematigden.