Onderzoek: NCO kan activiteiten enigszins aangepast voortzetten

DEN HAAG, 6 OKT. De Nationale Commissie Ontwikkelingssamenwerking (NCO) werkt teveel als een subsidieloket en neemt niet genoeg eigen initiatieven. Ouderen-groepen en ondernemers worden te weinig bij de voorlichtingsactiviteiten over ontwikkelingssamenwerking betrokken. In het algemeen werkt de NCO "naar behoren' en moet haar activiteiten enigszins aangepast kunnen voortzetten.

Dat zegt de commissie-Geurtsen in het eindverslag van haar onderzoek, dat op aandrang van de Tweede Kamer door minister Pronk is ingesteld om te zien of de NCO voldoende resultaten bereikt. De commissie steunt met 17,2 miljoen gulden per jaar voorlichtings- en stimuleringsactiviteiten op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. Hoofdtaak daarbij is bewustwording voor hulpverlening, een opdracht waarvan het resultaat volgens de commissie moeilijk te meten valt.

In het rapport van 112 pagina's zegt de commissie dat het draagvlak voor ontwikkelingshulp in Nederland niet is afgenomen. Dit voorjaar lanceerde het ministerie nog een eigen, grote voorlichtingscampagne omdat de steun in Nederland voor hulp aan de Derde wereld zou afkalven.

De advies-commissie wil dat de NCO beter nagaat wat het effect is van de acties en projecten die zij goedkeurt. Zij moet een eigen strategie ontwerpen waarbij wordt nagegaan welk doel zij wil bereiken, op wat voor manier en met welke middelen. In het verleden was er grote kritiek op de NCO omdat zij projecten steunde die zich niet zouden verdragen met het Nederlandse buitenlandse beleid.

Sinds 1985 is de NCO aan striktere regels onderworpen. Volgens de commissie zou die teugel gevierd moeten worden. Migratie, milieu en Oost-Europa zouden meer aandacht moeten krijgen mits er een direct verband bestaat met ontwikkeling. De NCO werkt met 32 maatschappelijke organisaties, die haar bestuurlijke slagkracht beperken. Ook loopt een aantal projecten te lang, zodat de flexibiliteit en doelmatigheid volgens de commissie in het gedrang komen.