Nieuwe zorgen

Veranderend Ouderschap luidde de titel van een symposium dat ik laatst in staat van diepgaande verkoudheid moest inleiden, en ik herinnerde me opeens dat ik zoiets acht jaar geleden ook gedaan had. Het heette toen Ouderschap in Verandering, vond ook plaats in Amsterdam, en ik was ook toen zeer verkouden. Is er dan helemaal niets veranderd? Meer dan ik dacht, misschien niet in de praktijk van de dagelijkse beslommeringen, maar in elk geval wel in de thema's en topics die onderwerp van discussie vormen.

Belangrijke thema's in 1984 waren de rolverdeling tussen mannen en vrouwen, zoals dat toen nog heette, en de veranderingen die zich hierin voordeden zoals het buitenshuis gaan werken van vrouwen. Een ander prominent item was de opkomst van andere gezinsvormen naast het traditionele gezin, zoals eenoudergezinnen en woongroepen. En ten slotte kinderen als bewuste keuze en vrijwillige kinderloosheid.

Niet dat deze onderwerpen verdwenen zijn. Het buitenshuis werken van vrouwen is bijvoorbeeld als thema gebleven, maar in toonzetting veranderd. Het gaat nu vooral om het probleem van de combinatie: hoe buitenshuis werk en de zorg voor kinderen te combineren. Gold dit voor kort als vrouwenprobleem, als iets waar vrouwen een oplossing voor moesten zien te vinden, nu wordt het uitdrukkelijk ook gezien als iets waar mannen mee te maken hebben. Of mee te maken zouden moeten hebben, want het probleem is juist dat ze zich nog steeds zo massaal aan de "zorgarbeid' weten te onttrekken. Daar ging het in 1984 nog nauwelijks over, het ging toen nog vooral om buitenshuis werk als verruiming van mogelijkheden.

Dat gold eigenlijk voor al die onderwerpen: ook het eenoudergezin en het vrijwillig uit- dan wel afstellen van kinderen werd vooral in verruimend licht gezien. De toon van nu is beduidend sceptischer en zorgelijker. Als men het nu over eenoudergezinnen heeft, gaat het niet meer om mooie, nieuwe leefvormen maar om armoede en andere vormen van een moeizaam bestaan. Ging het toen om vrijwillige kinderloosheid of om welkome jaren van respijt voor men er toe besloot, nu gaat het meer om de onvrijwillige kinderloosheid en om de problemen die het late moederschap met zich mee kan brengen.

Het zijn voor een deel problemen waar men nu, tien jaar verder, pas aan toe komt, als een volgende acte in het bedrijf der menselijke betrekkingen. Komt het voor vrouwen - is nu de vraag - niet vooral neer op dubbel werk, als buitenshuis erbij komt en er van binnenshuis weinig afgaat? En als beide ouders buitenshuis werken, wie zorgt er dan voor de kinderen, en voor al die mensen en dingen die zorg behoeven? Was dat niet toch iets waar vrouwen eigenlijk heel goed in zijn, en is het nou wel zo slim om dat uit handen te geven?

Gelukkig ging het deze keer niet zoveel over het huishouden en de trage mannelijke bereidheid om hun deel te doen, noch over het mooie van de vrouwelijke zorgzaamheid. De oudere moeder trok veel aandacht als nieuw en zorgelijk verschijnsel. Maar is ze wel zo nieuw, vroeg een van de sprekers zich af, en hij liet interessante cijfers zien waaruit blijkt dat veertig-plusmoeders vroeger veel vaker voorkwamen. Zo kregen in 1960 11.175 vrouwen van veertig en ouder een kind, in 1991 nog geen 3.300. Het dieptepunt van de dalende lijn was omstreeks 1980, met ruim 1.500 geboorten; daarna neemt het verschijnsel dus wel degelijk toe, maar de aantallen zinken nog steeds in het niet bij de vroegere oudere moeders, die er dan meestal wel al een flink aantal kinderen op hadden zitten. Is het wel zo nieuw, en vooral: is het wel zo erg? Wat is er eigenlijk mis met de oudere moeder? Twee relativeringen, waar het publiek - voor een belangrijk deel behorend tot de besproken categorie - zich goed in kon vinden.

Het oudere moederschap kon dan als probleem afgevoerd worden, maar er bleef genoeg over. Hebben we ons niet te veel gericht op betaalde arbeid? Of valt het allemaal best te doen, als je het maar goed organiseert, de man de helft doet en het kind ontbijt in de crèche? Op dit punt aangeland is mijn brandende zorg altijd wat er overblijft van de aantrekkelijkheden van het bestaan, als intieme verhoudingen ook al geheel volgens afspraak en op schema moeten verlopen. Wat zal de stand der zorgen zijn over tien jaar.