LENNART MERI; Veelzijdige president

Arnold Rüutel, nominaal staatshoofd van Estland sinds 1983, ex-communist, maar niettemin algemeen gezien als de "vader van de Estse onafhankelijkheid', kreeg bij de presidentsverkiezingen op 20 september 41,8 procent van de stemmen - heel wat meer dan zijn belangrijkste rivaal Lennart Meri: die bleef steken op 29,5 procent.

Maar Rüutel haalde de voorgeschreven absolute meerderheid niet, en daarom viel de verkiezing van de nieuwe president gisteren toe aan de nieuwgekozen Riigikogu, het Estse parlement. En die koos anders dan de bevolking: Meri werd met ruime absolute meerderheid tot president gekozen.

Meri's populariteit deed tot voor kort niet veel onder voor die van Rüutel. Maar zijn verkiezingscampagne raakte begin september lelijk verstoord door onthullingen in het blad Eesti Express. Drie weken voor de verkiezingen maakte de jurist Ando Leps, lid van de regeringscommissie die de stalinistische onderdrukking in Estland onderzoekt, indat blad bekend dat Meri's vader Georg, diplomaat en bekend Shakespeare-vertaler, vóór de oorlog voor Stalins NKVD heeft gespioneerd. Georg Meri, aldus Leps, staat nu formeel te boek als “verrader”. Hij was bij de NKVD bekend onder de codenaam Obnovjonny. Wegens zijn spionagewerk werd hij na de Sovjet-annexatie in 1940 niet, zoals de meeste Estse diplomaten, doodgeschoten, maar “slechts” naar Siberië verbannen, waar hij overigens later toch in de gevangenis terecht kwam.

Een tweede smet op Meri's blazoen werd in dezelfde periode aangedragen door critici, die in de archieven artikelen opgroeven die Meri tien tot dertig jaar eerder had gepubliceerd en waarin de loftrompet werd gestoken op de ideologische zegeningen van het Sovjet-systeem.

Meri zelf sprak die beschuldigingen niet tegen. Hij was door zijn aanvankelijke nederlaag tegen Rüutel wel zo teleurgesteld dat hij na de verkiezingen zonder één woord van commentaar afreisde naar Helsinki, waar hij ambassadeur was.

In de 63-jarige Meri heeft Estland een zeer veelzijdige president: hij is schrijver, filmregisseur, historicus (specialiteit: de geschiedenis van de Fins-Oegrische volken), en nog een polyglot ook: hij spreekt vloeiend zes talen. Hij is bovendien een kundig en gevat diplomaat. In 1990, nog voor de Estse onafhankelijkheid was erkend, werd hij minister van buitenlandse zaken. In die functie verdiende hij, zij aan zij met Rüutel, zijn sporen bij de campagne voor de internationale erkenning van de Estse onafhankelijkheid. In januari werd hij ambassadeur in Helsinki.