Kinderen lopen bij koppen grootste risico

GELDROP, 6 OKT. De Club van Clubartsen en Consulenten in het betaald voetbal zal zich in de komende najaarsvergadering buigen over de vraag of in Nederland onderzocht moet worden welke gevolgen veelvuldig koppen van een bal heeft voor de hersens. De discussie zal gebaseerd zijn op de bevindingen die neuropsycholoog drs. E. Matser in april van dit jaar presenteerde aan sportgeneeskundigen. Volgens hem wordt in de voetbalsport onderschat waartoe misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn bij spelers na het (vaak) koppen van een bal kunnen leiden. De kans op blijvend hersenletsel is aanzienlijk, beweert Matser.

Dr. C.R. van den Hoogenband, bestuurslid van de Club van Clubartsen, meent dat het recente onderzoek van Matser en eerdere onderzoeken van de Engelsman Hughes en de Noor Tysvaer niet genegeerd mogen worden. “Wanneer er geen onderzoek bij Nederlandse voetballers wordt gedaan, wanneer er niet over wordt gesproken, wanneer niet ervaringen van artsen worden uitgewisseld, zullen we nooit weten of er veel hersenletsel onder voetballers door koppen voorkomt”, zegt de clubarts van PSV.

Hij stoort zich aan de houding van de medische commissie van de voetbalbond waarvan nog geen enkel initiatief in die richting is uitgegaan. KNVB-arts drs. H. Inklaar zei in een reactie op de opmerkelijke bevindingen van de Noor Tysvaer onder andere: “Hier wordt anders gevoetbald dan in Noorwegen. In ons land wordt meer langs de grond gespeeld. (...) Tot nog toe hebben ons nooit klachten bereikt van (oud-)voetballers.” (NRC Handelsblad 11/4/1992).

Van den Hoogenband beseft dat er “heel wat haken en ogen” aan het onderzoek van Tysvaer zijn. “Maar als je niets bespreekbaar maakt, zal een mogelijk ernstig probleem nooit boven water komen.” Wanneer drie tot tien procent van de onderzochte ex-profvoetballers problemen heeft met geheugen, aandacht, concentratie en snelheid van informatieverwerking, mag koppen een riskante ondernemingen worden genoemd, vindt hij. “Wanneer je niet controleert op doping, weet je ook niet of het gebruikt wordt.”

Prof. B.D. Jordan, neuroloog en onder meer voorzitter van de Sportcommissie van de staat New York met wie Matser onderzoek deed, gaf gisteren tijdens een symposium over hersenletsel in de sport in het St. Annaziekenhuis in Geldrop aan wat een koppende voetballer moet doorstaan. Stel dat een speler vijfmaal per wedstrijd kopt, illustreerde hij, dan produceert hij in 70 wedstrijden 350 kopballen, in 17 jaar 5950 kopballen. En dat zijn ballen van gemiddeld 400 gram, die soms met een snelheid van 120 kilometer per uur kunnen aankomen. Dan is hersenletsel bijna onvermijdelijk, stelde Jordan.

Matser gaf aan dat in Europa vijftig procent van alle sportletsels bij voetbal voorkomen. De meest voorkomende zijn knie- en enkelblessures. “Maar hoofdletsels scoren met vier tot tweeëntwintig procent niet onaanzienlijk.” Volgens de Brit Hughes zijn er 55 Engelse voetballers tussen 1931 en 1974 overleden gedurende een voetbalpartij, 26 doden werden veroorzaakt door hoofdletsel, 8 na het koppen van een bal.

Het koppen van een bal kan op velerlei manieren: door met het hoofd recht van achter naar voren te slaan, door met een zijwaarts draaiende beweging van het hoofd tegen de bal te slaan; verdedigers nemen vaak ballen met een grotere snelheid op hun hoofd (na een uittrap van de doelman van de tegenpartij, na een vrije trap als ze in een muurtje staan) dan aanvallers. Kinderen, die nog geen "koptechniek' hebben ontwikkeld, lopen het meeste gevaar. Bijvoorbeeld door domweg hun hoofd onder de bal te plaatsen, met lichte schuddingen van de hersens tot gevolg. En dan zijn er nog de botsingen tussen hoofden bij een kopduel. Elke techniek, elk contact met de bal heeft zijn eigen gevolgen voor de hersens en de hersenfunctie.

Evenals bij boksen krijgt bij voetbal het hoofd tijdens de training het meest te verduren. “Voor trainers is het van belang af te zien van trainingsmodules, waarbij er veelvuldig stoten tegen het hoofd kunnen voorkomen. Een koptraining bij voetbal waarbij er 50 of meer ballen gekopt worden is dus te ontraden”, zei Matser. Bij voetbaltraininingen is de zogenoemde "kopgalg' bekend, een galg met aan het uiteinde van het touw een bal in plaats van een strop, waartegen voetballers springend met hun hoofd moeten slaan. Met name in Engeland is de galg populair, want daar heerst het credo "bal hoog voor de pot'.

In de voetbalsport doet bij de genezing van hoofdpijn en duizelingen de natte spons wonderen, menen spelers, trainers, verzorgers en scheidsrechters. Even vragen aan het slachtoffer hoe de stand is, en wanneer hij het juiste antwoord weet, mag hij doorgaan. Hoofdbandages geven de voetballer een krijgshaftig uiterlijk.

Mag er bij profwedstrijden nog van enig deskundig optreden sprake zijn, in de lage afdelingen en vooral bij de pupillen is er geen enkele controle. Daar ligt het grootste gevaar, waarschuwt Matser. “De veronachtzaming van de eerste symptomen. Die worden zelden waargenomen door de spelers zelf, laat staan door de betrokken verzorgers en trainers.” Hij pleit voor een hersenprofiel voordat aan een sportloopbaan wordt begonnen. Regelmatige controle in vergelijking met het basishersenprofiel leidt tot het snel ontdekken van een afwijking.

In de bokssport wordt veelvuldig met hersenscans gewerkt. Een amateurbokser die knock out is gegaan, krijgt twee maanden rust. Hij moet onmiddellijk na de afgebroken partij testen ondergaan om te onderzoeken welke schade de hersens hebben opgelopen. Matser associeerde de k.o. van een bokser met het hoofdletsel van de Duitser Buchwald tijdens de wedstrijd Duitsland-Schotland op het EK in Zweden. “Hij werd dizzy van het veld geleid, maar speelde een paar dagen gewoon verder. Ernstige veronachtzaamheid. Dat was bij boksen nooit voorgekomen.”

Waarom zou discussie over hersenletsel in de voetbalsport niet internationaal gevoerd kunnen worden? Dat vraagt Van den Hoogenband van de Club van Clubartsen zich af. “Misschien leidt het er toe dat spelregels moeten worden aangepast. Misschien kunnen er uniforme richtlijnen komen voor verzorgers, trainers, voor medische commissies en vooral voor scheidsrechters. Of wordt koppen bij pupillenvoetbal verboden.”

    • Guus van Holland