Kabinet verkiest wetten boven gebruik convenant

DEN HAAG, 6 OKT. Convenanten zijn geen volwaardig alternatief voor wetgeving. Als er een eenduidige keuze gemaakt kan worden tussen wetgeving en convenanten, geeft het kabinet daarom de voorkeur aan wetgeving.

Dit blijkt uit het kabinetsstandpunt over het advies van de Commissie-Kortmann inzake convenanten dat gisteren door minister Hirsch Ballin (justitie) aan de Tweede Kamer is gezonden. De Commissie-Kortmann toetst wetgevingsprojecten.

Convenanten zijn in de definitie van de commissie schriftelijk ondertekende afspraken van de rijksoverheid met een of meer wederpartijen over de verwezenlijking van het overheidsbeleid. Voorbeelden zijn het verpakkingsconvenant tussen het ministerie van VROM en de verpakkingsindustrie om verpakkingen terug te dringen, of de convenanten tussen Binnenlandse Zaken en gemeenten over de sociale vernieuwing.

In lijn met de uitgangspunten en aanbevelingen van de Commissie-Kortmann meent het kabinet dat convenanten vooral dienen ter uitvoering van reeds vastgestelde beleidslijnen zoals die zijn neergelegd in wetgeving, plannen en nota's.

Het kabinet zegt geen algemeen wettelijke regeling van convenanten na te streven. Wel moeten er aanbevelingen komen voor het gebruik van convenanten door de rijksoverheid. Daarin zal onder meer worden vastgelegd onder welke omstandigheden en voorwaarden convenanten kunnen worden gebruikt.

Voor de overheid kan het afsluiten van convenanten volgens de commissie aantrekkelijk zijn uit oogpunt van acceptatie en naleving van de betrokkenen. Voor de wederpartij kan het een methode zijn de overheid te houden aan een uitgezette lijn zodat wisselvalligheden in het overheidsbeleid voorkomen kunnen worden.

Het gebruik van convenanten is niet nieuw, maar wordt wel steeds vaker toegepast. Dat heeft volgens de commissie te maken met een veranderende bestuurscultuur, waarbij de overheid meer op voet van gelijkheid met belanghebbenden beleid maakt.