Geschil over staatssteun bedreigt verkoop Fokker

ROTTERDAM, 6 OKT. De overname van Fokker door Deutsche Aerospace (Dasa) is in gevaar door nieuwe meningsverschillen tussen minister Andriessen (economische zaken) en het Duitse concern.

Het conflict spitst zich toe op de toekomstige positie van het Fokker 50-programma. De definitieve ondertekening van het akkoord over de verwerving door Dasa van een belang van 51 procent in Fokker loopt door de onenigheid in ieder geval ernstige vertraging op.

Dasa gaat volgens goed genformeerde bronnen niet akkoord met de voorwaarden die minister Andriessen wil verbinden aan voortzetting van de overheidssteun voor de Fokker 50. Voor de ontwikkeling van dit turboprop-toestel heeft de staat destijds via het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) zo'n 400 miljoen gulden gefourneerd. Mede doordat de verkoop van dit vliegtuig met 50 stoelen niet voorspoedig verloopt - Fokker besloot onlangs zelfs al tot een lager produktietempo - is dat bedrag nog lang niet terugbetaald.

Dasa wil naar verluidt de vrije hand hebben om het F-50-programma te staken. De Fokker 50 is mede daarom bewust buiten het twee maanden geleden gesloten principe-akkoord tussen overheid, Fokker en Dasa gehouden. Dat akkoord beperkt zich tot straalvliegtuigen van 65 tot 130 stoelen.

Deutsche Aerospace zou als meerderheidsaandeelhouder kunnen besluiten de F-50 geheel te schrappen omdat het bedrijf in de toekomst ook het Franse Aérospatiale en het Italiaanse Alenia in de samenwerking met Fokker wil betrekken. De Fransen en Italianen maken samen de ATR-42, een regelrechte, wel succesvolle concurrent van de Fokker 50.

Het destijds gesloten contract over de overheidssteun voor de Fokker 50 bepaalt echter uitdrukkelijk dat voor beëindiging van het programma toestemming nodig is van het NIVR (in casu de overheid). Daarbij is alleen gedacht aan stoppen van het programma om economische redenen. Zou Dasa met de Fokker 50 willen ophouden om industriepolitieke redenen, bij voorbeeld omdat dat beter is voor het ATR-consortium, dan ligt de zaak volgens ingewijden heel moeilijk. Een gevolg zou kunnen zijn dat de Nederlandse overheid besluit de paar honderd miljoen die zij daardoor kwijt is te korten op het te vormen potje voor de ontwikkeling van nieuwe regionale straalvliegtuigen van Fokker/Dasa. Volgens ingewijden is er dan ook een juridisch probleem omdat tegelijk geld verloren zou gaan van de huidige aandeelhouders.

Omdat de prijs die Dasa zal betalen voor de Fokker-aandelen afhankelijk is van toekomstige overheidssteun uit Nederland, staat de ondertekening van een definitief akkoord daarover op losse schroeven. Volgens plan had dat akkoord bereikt moeten zijn, maar ondertekening is nu op z'n vroegst pas eind oktober of begon november te verwachten.

Het ontwikkelingsfonds is, nadat de Nederlandse staat haar belang in Fokker (bijna 32 procent) over uiterlijk drie jaar zal hebben overgedragen aan Dasa, het enige instrument waarmee nog invloed op de vliegtuigbouw in Nederland kan worden uitgeoefend.

    • Ben Greif