Delors start overlevingsstrijd van Franse socialistische partij

PARIJS, 6 OKT. “Frankrijk is wantrouwig en ontgoocheld, de democratie zit vol rimpels, de staat verkeert in verwarring en wordt aangevochten en de sociale cohesie ligt in gruzelementen. In de samenleving van twee derden - twee van de drie doen nog mee - voelt de derde zich verworpen en zonder perspectief.” Dit portret in zwarte tinten is afkomstig van Jacques Delors die het afgelopen weekeinde in Frankrijk zijn eigen politieke club oprichtte.

De paar honderd "Getuigen' - de naam van Delors' vrienden - willen, zoals Delors zei, “de politiek reconstrueren, de democratie verdiepen en getuigen van een nieuw Frankrijk”. Want de democratie is, volgens de analyse van de socialistische minister van industrie, Dominique Strauss-Kahn, “ziek van het economisme”. En dat heeft er volgens weer een andere partijgenoot toe geleid dat de socialisten “veel voor de bedrijven hebben gedaan, terwijl de werknemers van die bedrijven veel zin hebben om ons in maart iets anders te laten doen”.

In maart worden in Frankrijk algemene verkiezingen gehouden en alle opiniepeilingen alsook het recente referendum over de ratificatie van het Verdrag van Maastricht over de Europese Unie wijzen erop dat de socialisten dan een smadelijke nederlaag tegemoet gaan. De dagen van het "mitterrandisme' zijn geteld. Hetzelfde geldt voor de socialistische president, wiens ambtstermijn pas in 1995 afloopt, maar die verzwakt door zijn ziekte, weinig trek heeft de laatste twee jaar - na de aanstaande nederlaag van maart - nog eens "samen te leven' met een rechtse regering, die hem het leven zuur zal maken. De Franse politieke wereld houdt rekening met een vervroegd aftreden van Mitterrand en dus met vervroegde presidentsverkiezigen.

Met zijn "Getuigen' bereidt Jacques Delors zijn terugkeer in de Franse politiek voor. De 67-jarige voorzitter van de Europese Commissie is, ondanks de kritiek op de gezichtsloze "Eurocratie' die tijdens de campagne voor het referendum in alle toonaarden te horen was, in Frankrijk nog altijd betrekkelijk populair. Veel Franse kiezers herinneren zich dat Delors als minister van financien in 1983, toen het "socialistische experiment' van Mitterrand was mislukt, de architect van de grote ommezwaai was, die ertoe leidde dat Frankrijk een gewoon land met een vrije-markteconomie werd.

Delors die uit de katholieke vakbeweging afkomstig is en niet geldt als een "typische socialist' is nog altijd een "presidentiabele' - een potentiële kandidaat voor de opvolging van François Mitterrand. Maar de socialistische partij heeft al een "natuurlijke kandidaat', oud-premier Michel Rocard, die ook een betrekkelijk grote populariteit geniet. Delors is dus vooralsnog “kandidaat voor niets”, zoals hij zelf dit weekeinde nog eens zei. Met zijn "Getuigen' wil Delors voorlopig - veel meer kan hij ook niet - vooral bijdragen aan het streven van jongeren die links, dat bitter arm aan ideëen is, een nieuwe identiteit willen geven.

Behalve Rocard en Delors is er nog een ander symbool van "modern links': Pierre Bérégovoy. De huidige premier voerde als minister van financiën jaren achtereen een zuinig begrotingsbeleid. Zijn "competitieve desinflatie' bezorgde Frankrijk een franc die hard genoeg was om de recente speculatiegolf ongedeerd te kunnen overleven. Het Franse bedrijfsleven is Bérégevoy daarvoor dankbaar, maar zoals gezegd, de werknemers vinden dat het afgelopen moet zijn met de socialistische macht. De kans is dus groot dat de eveneens 67-jarige Bérégevoy over vijf maanden getuige kan zijn van de grootste nederlaag van de Parti Socialiste sinds deze in 1981, toen nog met hulp van de communisten en andere mensen van links, aan de macht kwam.

Na het experiment met Édith Cresson trad Bérégevoy zes maanden geleden Matignon, de ambtswoning van de Franse premier, binnen met de slogan "veiligheid, solidariteit, integriteit en competiviteit'. Na de heisa in juli met de vrachtautochauffeurs over de invoering van het puntenrijbewijs, stakingen in de gevangenissen en de afwijzing van "Europa van Maastricht' door bijna de helft van de Fransen die het "economisme' (Strauss-Kahn) in de moderne samenleving niet kunnen volgen, is van Bérégevoy's programma nog niet veel terecht gekomen. De premier heeft de komende vijf maanden hard nodig om nog te redden wat er te redden valt.

De rechtse oppositie zal het de regering in de komende weken en maanden uiteraard zo moeilijk mogelijk maken. Niet alleen omdat de algemene verkiezingen zich aandienen, maar ook omdat president Mitterrand elk moment een manoeuvre kan uithalen - zoals de aankondiging dat hij eerder opstapt of een referendum over een grondwetswijziging om de ambtstermijn van de president te beperken - waarmee hij verwarring kan scheppen. Het parlementaire seizoen dat vorige week begon met de verkiezing van een nieuwe voorzitter van de Senaat, belooft een heet gevecht te worden. De gaullistische RPR en de liberale UDF dreigen al met de indiening van een motie van wantrouwen, bijvoorbeeld over de begroting voor 1993, om de regering ten val te brengen.

De partijpolitieke manoeuvres zullen in belangrijke mate beïnvloed worden door de bevolking van een groot deel van Frankrijk dat in het referendum over "Maastricht' nee liet horen: de boeren die de hervorming van het Europese landbouwbeleid blijven afwijzen. In juni overleefde de regering nauwelijks een motie van wantrouwen naar aanleiding van de nieuwe EG-landbouwpolitiek. Vorige week benoemde Bérégovoy een nieuwe minister van landbouw ter vervanging van Louis Mermaz die het vertrouwen bij de landbouworganisaties had verspeeld. Met de partijloze Jean-Pierre Soisson, president van de wijnbouwregio Bourgogne, op Landbouw hoopt de premier de boeren gerust te kunnen stellen.

Zoals gezegd: de tijd is kort voor de "goede bestuurder' Bérégevoy, noodgrepen als de benoeming van Soisson zijn dus begrijpelijk. Met nieuwe ideëen á la Delors heeft dat natuurlijk niets van doen: het gaat nu om politiek overleven.

    • Jan Gerritsen