De adviseurs

HET IS EEN beproefd recept in de vaderlandse democratie. Als de politiek het niet weet, meestal een eufemisme voor het nog niet willen weten, wordt de hulp ingeroepen van een externe adviescommissie.

Bezitten de leden van een dergelijke commissie deskundigheid dan is het een voordeel, maar nog belangrijker is dat de voornaamste maatschappelijke (bedoeld wordt politieke) stromingen zijn vertegenwoordigd. De installatieredes van de bewindslieden aan wie advies zal worden uitgebracht zijn gewoonlijk voorzien van dezelfde toonzetting: getuige de brede samenstelling van de commissie zal vanzelfsprekend met het advies terdege rekening worden gehouden. Daarna treedt een politieke stilte in rond het te adviseren onderwerp. Er wordt immers intern gestudeerd en dan is het "not done' zich van buitenaf met de materie te bemoeien. De minister die dat wel doet, kan steevast rekenen op het dreigement van de commissie dat de werkzaamheden met onmiddellijke ingang zullen worden beëindigd. Zie de commissie Stevens die zich op het fiscale stelsel stortte, zie de commissie Wolfson die zich bezighield met energieheffingen.

DE NIEUWSTE loot aan de Nederlandse adviesboom is het vorige week uitgebrachte rapport van de commissie Meijer over de wenselijkheid van het voortbestaan van de militaire dienstplicht. Deze zou enigszins moeten worden bekort, maar niet afgeschaft, aldus de commissie in haar unanieme advies. Terwijl de commissieleden het ministerie van defensie, waar zij hun rapport aan minister Ter Beek hadden aangeboden, nog moesten verlaten, hadden de meeste politieke partijen hun oordeel al klaar. Toch de dienstplicht maar afschaffen, oordeelde de meerderheid, het advies daarmee terzijde leggend. Vervelend voor de commissieleden, maar het goed recht van de Kamer. De vraag is alleen, of om tot dat oordeel te komen de rapportage van de commissie Meijer nu eigenlijk wel nodig was?

Vier van de zeven commissieleden dankten hun benoeming aan een partijlidmaatschap en niet aan deskundigheid. Een commissaris der koningin, twee in hun partij actieve burgemeesters en een afgezette fractievoorzitter die de wetenschap inging, vormden het politieke vierstromenland van de commissie. Zij gingen in op zaken als de internationale veiligheidssituatie, de arbeidsmarkt voor beroepsmilitairen, de kostenaspecten van een beroepsleger en de grondwettelijke verankering van de dienstplicht. Stuk voor stuk boeiende vraagstukken, maar geen politieke. In die zin had het 161 pagina's tellende rapport tot pagina 157, waar de conclusies worden getrokken, net zo goed geheel door ambtenaren geschreven kunnen zijn. Temeer daar nu vanuit de afdeling algemene beleidszaken van het ministerie van defensie wordt gesteld dat het rapport naar de conclusies is toegeschreven en de analyse dus niet waardevrij is. De eerste reacties van de Tweede Kamerfracties op het rapport Meijer lieten zien dat ook andere conclusies mogelijk zijn. Zoals altijd in de politiek, gaat het om het maken van keuzes.

VOOR DE DISCUSSIE over de dienstplicht heeft het rapport van de commissie Meijer, zeker ook na de kritiek vanuit Defensie op de totstandkoming ervan, nauwelijks nog enige waarde. Maar wellicht draagt het rapport van Meijer en de zijnen wel bij aan de discussie over het nut van de vele politiek samengestelde adviescommissies. De lijst van commissies is indrukwekkend en beangstigend tegelijk. Als afgeleide van de commissie Deetman (die bestond uit de meeste fractievoorzitters) studeren partijgebonden externe deskundigen in vier verschillende groepen over staatkundige en bestuurlijke hervormingen, de wenselijkheid van verdere dijkverzwaringen wordt bekeken door een politiek breed samengestelde commissie onder leiding van de CDA-er Boertien. Op het terrein van Binnenlandse Zaken zijn de oud-politici Van Aardenne (VVD), Etty (PvdA) en Van Dijk (CDA) een studie begonnen om de decentralisatie weer nieuw leven in te blazen, het door het ministerie van onderwijs te voeren "achterstandsbeleid' is onderwerp van studie door een politiek georiënteerde commissie onder leiding van de PvdA-er Van Kemenade. En dan te bedenken dat dit nog slechts een greep is uit de vele commissies die actief zijn in opdracht van de "politieke vrienden' uit Den Haag.

De politieke participatie erodeert, de politieke advisering daarentegen explodeert. Zou er een verband zijn? Van de politiek worden heldere keuzes verwacht. Een externe commissie om voor die keuze materiaal aan te dragen kan soms nodig zijn. Maar dan wel een commissie van deskundigen, en niet van politieke deskundigen. Die laatste categorie wordt namelijk geacht in de regering en het parlement te zitten.