Curatoren verzetten zich niet tegen enquête HCS

ROSMALEN, 6 OKT. De curatoren van het automatiseringsconcern HCS Technology zullen zich niet verzetten tegen een enquête van de Ondernemingskamer naar de gang van zaken bij het failliet verklaarde bedrijf. Dit zei vanochtend curator mr. R.J. Graaf Schimmelpenninck in een toelichting op het eerste verslag van de curatoren.

Schimmelpenninck moet samen met twee collega's het grootste Nederlandse faillissement na dat van bouwbedrijf Bredero in de jaren tachtig afwikkelen.

Uit het verslag blijkt dat 90 vennootschappen en 2800 mensen waarvan 1300 in Nederland betrokken zijn bij het failissement van HCS.

In het totaal hebben de banken 620 miljoen gulden (inclusief een deelneming in Infotec) in het bedrijf genvesteerd. Daarvan is zeker 177 miljoen gestort in waardeloos geworden aandelen. Bovendien is 63 miljoen gulden gegeven aan leningen die pas als laatste in het faillissment worden uitbetaald. De grootste strop is voor huisbankier van HCS, ABN-AMRO. De voor HCS verantwoordelijke in de raad van bestuur van ABM-AMRO, mr. R.W.J. Groenink, houdt zich niet meer met HCS en aanverwante bedrijven bezig, zo bleek vorige week. Hij heeft een aantal buitenlandse bedrijven onder zijn verantwoordelijkheid gekregen.

De banken hebben om de afwikkeling van het faillissment mogelijk te maken HCS nog een boedelkrediet moeten geven van minder dan 10 miljoen gulden, zo bleek vanochtend. Van dit bedrag zal eventueel een enquête van de Ondernemingskamer bekostigd moeten worden. De enquête kan worden aangevraagd door aandeelhouders of vakbonden. Mede-curator van HCS, mr. W.M.J. Bekkers, bekendvan de afwikkeling van het failissement van Bredero, noemde ook de procureur-generaal in Amsterdam als mogelijke initiator van een enquête. “Dat zou een aardig opstapje zijn op het gebied van de strafvervolging”, aldus Bekkers. Bestuurders van ondernemingen kunnen sinds enige tijd strafrechtelijke worden vervolgd wegens wanbeleid. Op dit moment loopt een strafrechtelijk vooronderzoek naar de betrokkenen - met uitzondering van de banken - in de HCS-affaire

De curatoren zeiden dat zij zich niet zullen concentreren op de schuldvraag van het faillissement. “Onze taak is geen geschiedschrijving, maar het bevredigen van de crediteuren”, aldus Bekkers.

De meer pragmatische aanpak van de curatoren vergeleken met de directie (in nauw overleg met de banken) bleek uit de aanpak van oud-president van HCS E.P. van den Bogaard. Van den Bogaard procedeert nog over miljoenen achterstallig salaris en afvloeiingspremies. Volgens curator Schimmelpenninck is “de reden van het doorprocederen mogelijk niet honderd procent aanwezig”. Hij achtte een schikking met Van den Bogaard niet onwaarschijnlijk.

Behalve de banken hebben ook aandeelhouders honderden miljoenen guldens aan stroppen geleden bij HCS. De belangrijkste waren respectievelijk paardenfokker L.N. Melchior, E. Albada Jelgersma en Begemann-president J.A.J. van den Nieuwenhuyzen.

De curatoren konden nog geen mededelingen doen over de hoogte van de vorderingen van de crediteuren en de kansen op een uitkering.