Bonn: meer toezicht op Commissie

LUXEMBURG, 5 OKT. De Bondsrepubliek wil de greep van de lidstaten op de voorbereiding en de uitvoering van de EG-wetgeving sterk vergroten. Commissie, Parlement en lidstaten moeten in een gezamenlijke politieke verklaring zich verplichten om zo terughoudend mogelijk EG-regels op te leggen.

Gisteren lekte in de marge van een bijeenkomst van EG-ministers van buitenlandse zaken een Duits memorandum uit, waarin de Commissie onder scherp toezicht wordt gesteld. De lidstaten werken al aan een eenvoudige schorsingsprocedure voor wetsvoorstellen van de Commissie die tot inmenging in nationale aangelegenheden zou kunnen leiden. De Bondsrepubliek stelt nu voor om ook bij de beleidsvoorbereiding, de financiering, de uitvoering en de controle van EG-maatregelen steeds te controleren of de lidstaten dat niet beter op nationaal of regionaal niveau kunnen uitvoeren.

Het gaat hier om een uitwerking van het zogeheten "subsidiariteits principe', waarmee de Europese regeringsleiders de crisis in de publieke opinie over de vorming van een Europese unie trachten te bezweren.

Als voorbeeld van terreinen waarop nationale of regionale maatregelen voldoende zullen blijken, worden in het memorandum sociaal beleid, onderwijs, cultuur en volksgezondheid genoemd. Bij de uitvoering van EG-programma's moet de Commissie “op de lidstaten steunen en alleen in zeer beperkte mate zelf de uitvoering ter hand nemen”. De Bondsrepubliek stelt voor alle handelingen van de Commissie als toetssteen het nieuwe concept van "bürgernähe' voor: nabijheid van de burger. Voor de uitvoering van EG-maatregelen dienen de lidstaten en hun regio's een “voldoende grote speelruimte” te worden gelaten. Controle ter plekke door inspecteurs van de Commissie, zoals nu bijvoorbeeld bij kartelonderzoeken plaats vindt, “dienen beperkt te worden en moeten alleen in nauwe samenwerking met de lidstaten worden uitgevoerd.”