Angst voor groot aantal dode Ghanezen

AMSTERDAM, 6 OKT. In de Ghanese gemeenschap in Amsterdam heerst grote onzekerheid over het aantal Ghanese slachtoffers dat bij de vliegramp in de Bijlmer is gevallen. Officieel staan er 32 Ghanese families geregistreerd in de getroffen appartementen. Daarvan hebben zich er inmiddels zeventien gemeld. De Stichting Sikaman, een overkoepelende, niet-stamgebonden organisatie van Ghanezen in Nederland, probeert in samenwerking met de Surinaamse organisatie Kwakoe, na te gaan hoeveel Ghanezen zich er op het moment van de ramp in de verwoeste flats bevonden.

Volgens Kwakoe-directeur G. Bakboord “staat het vast dat de geregistreerde aantallen totaal niet kloppen”. Veel Ghanezen verschaffen al dan niet tijdelijk onderdak aan familie en bekenden en het aantal illegale Ghanezen in de Bijlmermeer is hoog. Bakboords persoonlijke schatting is dat 150 Ghanezen bij de ramp het leven hebben verloren.

Een aantal Ghanese overlevenden is ondergebracht in de opvangcentra. “Maar de aandacht bij de opvang is vooral gericht op Surinamers en Antillianen”, stelt Bakboord. Gisteren hield de Ghanese ambassadeur een persconferentie in het Kwakoe-gebouw, waarbij hij zijn landgenoten opriep zich te melden bij de autoriteiten, ook al verblijven ze illegaal in Nederland.

De Ghanees K. Henaku, die ook bij de opvang van zijn landgenoten is betrokken, denkt “dat we waarschijnlijk nooit precies zullen weten hoeveel Ghanezen er onder het puin bedolven liggen”. Bekend is dat er zondagavond een vergadering was van elf Ghanezen van wie niemand meer iets heeft gehoord. Ook zou elders in de flats een Ghanees feest zijn gehouden met ruim 20 aanwezigen. Een grote groep Amerikaanse Ghanezen was juist op bezoek in Nederland en bijna allen verbleven bij vrienden en bekenden in de Bijlmer. Ook zouden er Ghanezen uit Ghana en uit België in de flats hebben gelogeerd.

Y. Effah Bekoe van de Stichting Sikaman ("Land van Goud'), acht de kans groot dat bijna alle Ghanese gezinnen op het moment van de ramp veel bezoekers over de vloer hadden. De meeste Ghanezen zijn religieus actief en op zondag is het de gewoonte kerkgangers mee naar huis te nemen. Ghanezen hebben onderling een nauwe band met elkaar. Daarom kent bijna iedereen wel iemand die op het ogenblik wordt vermist. Effah Bekoes beste vriend is waarschijnlijk omgekomen, evenals diens drie kleine kinderen. Effah Bekoe noemt de stemming in de Ghanese gemeenschap “wanhopig”. Hij refereert aan de de politieacties in maart van dit jaar toen vele Ghanezen - naar later bleek voor een groot deel ten onrechte - werden gearresteerd in verband met het oprollen van een heroïnebende. Over de opvang is hij sceptisch. “De aandacht die we nu krijgen is niet op ons toegespitst. Nederlanders zijn gericht op het onderdrukken van emoties en dat staat haaks op onze cultuur.”

    • Alfred van Cleef