Achterblijvers Boudrie en Selinger mogelijk toch naar club; Geen zaal voor internationals

ROTTERDAM, 6 OKT. De vier spelers van de Nederlandse volleybalselectie die niet in het buitenland spelen willen blijven trainen volgens het traditionele model. Ook zonder hun vertrokken teamgenoten moet dat kunnen, vinden ze. De eerste training na de Olympische Spelen ging gisteren echter niet door. Niet alleen omdat er zo weinig internationals zijn, maar tevens wegens het ontbreken van een zaal.

Van de twaalf zilveren medaille-winnaars van Barcelona spelen er momenteel tien in het buitenland bij een club. Alleen aanvoerder Avital Selinger en Ron Boudrie bleven achter. Zij staan nog onder contract bij de bond, de NeVoBo, en krijgen een salaris. Patrick de Reus en Arnold van Ree, reserves voor Barcelona, sloten zich onlangs bij een Nederlandse club aan, maar willen toch met Oranje blijven trainen.

Met vier man valt er echter nog niet goed te werken. Dus werd er gistermiddag op het bondsbureau in Woerden langdurig met de betrokken spelers gesproken inplaats van getraind. De bond werd aan tafel vertegenwoordigd door Gerard Verhalle, de manager van het nationale team, en Dick Duurkoop, competitieleider en secretaris van de KENT, de commissie eredivisieclubs en nationale teams. De twee zijn aangesteld als een soort formateurs en zullen in de komende maanden alle zaken rondom het nationale team behandelen. Voor de nationale trainingen is Wuqiang Pang, de voormalige assistent van Arie Selinger en Brokking, beschikbaar als coach.

De bondsvertegenwoordigers gaven Boudrie en Selinger officieel toestemming in dit "stille' seizoen voor een club uit te komen. De oorspronkelijke huursom van 20.000 gulden per speler komt te vervallen. “Ik denk”, aldus Verhalle, “dat het het beste is dat ze ergens gaan spelen. Beiden zijn werkpaarden en kunnen niet stilzitten. En wij kunnen ze momenteel niet genoeg werk bieden.” Wel zal worden getracht met het overgebleven groepje de met sponsor Nationale Nederlanden afgesproken vijftien demonstratietrainingen bij clubs in het land te zullen geven. Bovendien is het de bedoeling dat in januari het viertal wordt aangevuld met vijftien tot twintig "kandidaat-internationals' die naast hun verplichtingen voor hun clubs ook één of meerdere keren met de nationale selectie zullen meetrainen. Daar is echter nog wel de toestemming van de verenigingen voor nodig.

Ron Boudrie sluit niet uit dat hij en Avital Selinger zich binnenkort bij een club zullen aansluiten. Daarvoor komt vooral eredivisieclub Alcom Capelle in aanmerking. De twee spelers trainden daar al twee keer mee. Dat gebeurde ook bij Veenman Martinus. Boudrie stelt dat hij zich wel kan vinden in de denkwijze bij Capelle. “En ze trainen 's middags. Dat ben ik gewend”, aldus Boudrie. Capelle wordt getraind door Pieter-Jan Leeuwerik. Hij is ex-international en maakte in die hoedanigheid de beginperiode van Arie Selinger bij Martinus en Oranje mee.

Boudrie, die buitenlandse aanbiedingen (Portugal) afsloeg omdat ze niet lucratief genoeg waren, was verheugd over het feit dat de gesprekspartners, Duurkoop en Verhalle, de intentie hebben getoond in de toekomst weer met een fulltime-nationale ploeg te willen gaan werken. “Dat is groot nieuws”, aldus Boudrie. Hij en Selinger zien voor het Nederlandse volleybal alleen maar kans om zich voor langere termijn in de wereldtop te handhaven indien het oude model wordt gehanteerd, met de internationals buiten de clubs. Zij hebben dat in een uitgebreid plan aan de NeVoBo laten weten. Boudrie werd afgelopen weekeinde nogmaals in zijn mening gesterkt toen hij de Nederlands kampioen, ZVH, in Zevenhuizen kansloos met 3-0 van het Portugese Sporting zag verliezen. “Die uitslag zegt genoeg, dacht ik zo.”

Volgens Boudrie moet de situatie in de toekomst weer zo worden dat er niet of nauwelijks gebruik zal worden gemaakt van internationals die in buitenlandse competities spelen. “Misschien heb je er een paar nodig.” Boudrie denkt dat het onmogelijk voor een topspeler is om én een druk seizoen in de Italiaanse Serie A te spelen én met succes voor het nationale team uit te komen. “Dan houd je één, twee jaar vol, maar niet langer. De Italiaanse bondscoach Velasco heeft dat laatst ook toegegeven.”

Uiteraard moet er in november wel optimaal een beroep worden gedaan op de internationals die in Italië (Zwerver c.s.), Frankrijk (Teffer) en Duitsland (Van der Horst) spelen. Nederland is uitgenodigd voor het Top Four-toernooi in Japan waaraan naast het thuisland de medaillewinnaars van Barcelona meedoen. Het probleem is dat Italië, slechts vijfde op de Olympische Spelen, zelf zal ontbreken in Japan. De internationale volleybalfederatie FIVB heeft de Italiaanse clubs echter meegedeeld dat ze verplicht zijn de internationals vrij te geven voor het toernooi.

"Formateur' Gerard Verhalle streeft ernaar om volgend jaar april te starten met een nieuwe groep fulltimers. Hij beseft dat het een harde strijd wordt om de clubs van de noodzaak van een dergelijke opzet te overtuigen. De 32-jarige Boudrie verwacht in ieder geval niet dat het een probleem zal zijn opnieuw tien à twaalf talentvolle "volleybalgekken' te vinden die dagelijks met elkaar willen trainen. “Ze hoeven niet zo gek te zijn als ons. Wij deden het in de beginperiode voor niets. Nu krijgen de internationals een salaris. Het is dus werk, leuk werk.”

Het is nog wel de vraag of het plan ook financieel haalbaar is. De NeVoBo zoekt naar een hoofdsponsor. Nationale Nederlanden stopt er aan het einde van het jaar mee. Het concern blijft wel aan de NeVoBo verbonden als co-sponsor. Met het aanstellen van een nieuwe bondscoach wordt gewacht tot er een nieuwe geldschieter is.

    • Hans Klippus