Vrijhoef is enige kandidaat als nieuwe voorzitter D66

DEN HAAG, 5 OKT. “Iemand moet het doen en mij lijkt het erg leuk.” Zo luidt de motivatie van de kandidaat-partijvoorzitter van D66, W.I.J.M. Vrijhoef (1952) voor zijn nieuwe functie. Niemand anders van de ruim 13.000 leden voelde de behoefte de huidige voorzitter R. Jansen op te volgen en daarom zal Vrijhoef als enige kandidaat op het komende partijcongres vrijwel zeker tot voorzitter worden gekozen.

Vrijhoef werd in 1977 lid van D66, “omdat de partij toen in moeilijkheden zat en de ideeën mij aanspraken”. Al in 1978 werd hij lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen in Nijmegen. Omdat hij na die verkiezingen - 26 jaar oud - wethouder werd van volkshuisvesting en economische zaken, heeft hij zijn medicijnenstudie niet afgemaakt. Als wethouder had hij te maken met de gewelddadige krakersrellen rond woningen in de Piersonstraat. In 1982 werd Vrijhoef wethouder van financiën. In 1986 werd hij voor de derde keer lijsttrekker in Nijmegen, maar hij keerde niet terug in het college. “Ik vond het wel welletjes”. Als wethouder gold hij als een kundig man.

Vrijhoef werd in 1986 adjunct-directeur van de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Hij bleef nog twee jaar fractievoorzitter en verliet toen de gemeentepolitiek. In 1989 werd hij directeur van de GOM.

Welke ideeën van D66 hem vooral aanspreken wil Vrijhoef niet zeggen, omdat hij “de huidige voorzitter niet voor de voeten wil lopen”. In Nijmegen staat hij bekend als iemand die goed met de PvdA kon samenwerken. Vrijhoef maakt gemakkelijk contacten. Als wethouder was hij bijvoorbeeld geregeld discussiërend in een Nijmeegse kroeg aan te treffen. Opvallend zijn ook zijn goede contacten in het bedrijfsleven.

Vrijhoef is voorzitter van het regionale ziekenfonds in Nijmegen en bestuurslid van de landelijke vereniging van ziekenfondsen VGZ. Ook is hij bestuurslid van twee Vrije Scholen, scholen op antroposofische grondslag. Gevraagd of hij zelf antroposoof is, antwoordt Vrijhoef: “Zo zou ik het niet willen noemen. Ik geloof wel in enige onderdelen van de antroposofie.”