"Voor een NAVO die als brandweer altijd in de brandweerkazerne blijft, is geen interesse'; Europa begint de vijand node te missen

In het Duitse Bielefeld is eind vorige week officieel een begin gemaakt met de vorming van het Rapid Reaction Corps, het snel inzetbare interventieleger van de NAVO. In Brussel begon de militaire planningcel van de Westeuropese Unie vorige week donderdag haar werkzaamheden. Maar desondanks wil het met het opzetten van een effectieve nieuwe Europese "veiligheidsarchitectuur' na de beëindiging van de Koude Oorlog nog altijd niet erg lukken. Want wie is de vijand?

Na de referenda in Denemarken en Frankrijk staat een groot vraagteken achter Maastricht. Dat vraagteken betreft vooral de plannen voor een economische en monetaire unie, maar zet ook de afspraken die zijn gemaakt op het terrein van veiligheid en defensie op de tocht. In het Verdrag van Maastricht wordt namelijk een eerste aanzet gegeven tot een gemeenschappelijk beleid op dit terrein, dat op den duur zou kunnen leiden tot een gemeenschappelijke Europese defensie.

Ommekomst van "Maastricht' betekent dat de ontwikkeling van de Westeuropese Unie tot defensiepoot van de Europese Unie en als middel om de Europese pijler van het Atlantisch bondgenootschap te versterken in het gunstigste geval aanzienlijke vertraging oploopt.

Tot dusver is West-Europa sinds het einde van de Koude Oorlog onderling steeds verdeelder geworden als het op veiligheidskwesties aankomt. Dat kwam vorig jaar al aan het licht bij de eerste echte crisis van de nieuwe tijd. In de kwestie Joegoslavië schaarde Frankrijk zich aanvankelijk aan de kant van de Serviërs, terwijl de Duitsers meer naar de Slovenen en Kroaten keken.

De verdeeldheid kwam bijvoorbeeld ook tot uiting in het sturen van een WEU- èn een NAVO-flottielje naar de Adriatische Zee om toe te zien op de naleving van het embargo tegen Servië en de verre van ideale samenwerking tussen die twee. De opperbevelhebber van de NAVO-troepen in Europa, de Amerikaanse generaal John Shalikashvili, hekelde onlangs de dubbele commandostructuur. “Beide strijdmachten werken heel goed samen, maar dat komt omdat de omgeving heel welwillend is. Maar ik zou niet willen dat de mensen daaruit de verkeerde conclusie trekken. De les is niet, dat we met een dergelijk opzet moeilijker situaties aankunnen.”

Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) vatte het probleem onlangs in zijn Leidse rede over het Nederlands buitenlands beleid zo samen: “Het Joegoslavisch conflict maakt (...) duidelijk hoezeer het lot van de lidstaten van de EG met elkaar verbonden is geraakt. Tegelijk legt het bloot hoe weinig zij vooralsnog bekwaam zijn in complexe vraagstukken als deze gezamenlijk te handelen.”

De Westeuropese landen mogen dan onderling verdeeld zijn, met Europa als geheel staat het er nog somberder voor. De Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking, waarin alle Europese landen zitten, de Verenigde Staten, Canada en de staten op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie, blijkt in de praktijk zowel door zijn omvang als door de aard van zijn besluitvormingsproces onmachtig om aan de gewelddadige conflicten in Europa, zoals in het voormalige Joegoslavië en in Nagorny Karabach, iets anders bij te dragen dan oproepen om de strijd te staken. Hooguit stuurt de CVSE waarnemers die dan kunnen constateren dat de strijd, ondanks oproepen tot een staakt-het-vuren inderdaad voortduurt.

In vergelijking met de Westeuropese Unie en de CVSE is de NAVO op het eerste gezicht nog het beste instrument ter bescherming en vergroting van de veiligheid van Europa. De organisatie beschikt over een geïntegreerd militair commando. Er is sprake van een vrijwel permanent overleg op hoog ambtelijk niveau over veiligheidskwesties en de organisatie kan in principe snel reageren.

Hoge vertegenwoordigers van de NAVO laten dan ook niet na de kracht van de organisatie te beklemtonen. Op een recente bijeenkomst georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen "Clingendael' roemde generaal Dieter Clauss, de tweede man in de militaire hiërarchie van de NAVO, zijn Rapid Reaction Force: “De Reaction Forces zullen voor alles het belangrijkste middel zijn voor crisisbeheersing. Zij zullen bestaan uit land-, lucht- en zeestrijdkrachten die "op maat' ingezet kunnen worden voor een bepaalde crisis die zich aandient. Wegens de politieke rol, namelijk de vroegtijdige demonstratie van de cohesie en de vastbeslotenheid van de alliantie, zal ze uit multinationale eenheden bestaan.” Afgelopen vrijdag is een begin gemaakt met het operationeel maken van deze multinationale strijdmacht onder leiding van de Britse generaal Sir Jeremy MacKenzie. Vanaf 1995 moet zij binnen dertig dagen kunnen worden ingezet als de deelnemende landen daartoe besluiten.

Achter die Rapid Reaction Force, die tien procent van de totale omvang van de NAVO-strijdkrachten gaat vormen, staan dan nog veel meer strijdkrachten en reserve-eenheden.

Toch leven ook binnen de verdragsorganisatie zelf twijfels over haar eigen functioneren. Waar liggen in het licht van de veranderde omstandigheden nu precies de nieuwe taken, zo vraagt men zich af. Daarom heeft de NAVO inmiddels haar diensten en potentieel zowel aan de CVSE als aan de Verenigde Naties aangeboden om in voorkomende gevallen namens deze organisaties op treden, ook buiten het NAVO-gebied. Op die manier zou de NAVO een bijdrage kunnen leveren aan de internationale rechtsorde, als CVSE of VN het althans over degelijke verzoeken eens kunnen worden.

Ook op andere manieren probeert de verdragsorganisatie haar teruggelopen geloofwaardigheid te versterken. Zo werd eind vorig jaar in Rome de Noordatlantische Samenwerkingsraad (NACC) opgezet, in het kader waarvan de NAVO-leden met de restanten van het Warschaupact en de voormalige Sovjet-Unie kunnen kunnen spreken over veiligheidskwesties. De NAVO-landen bieden Oosteuropese militairen cursussen aan, inclusief lessen over de rol van legers in een democratie.

Maar echt helpen doet het niet. Militairen verzuchten dat het militaire apparaat wel degelijk in orde is, zeker na de laatste herstructurering, maar dat “de collectieve wil en het leiderschap ontbreken”. De vraag blijft zich opdringen: met de militaire middelen is het in orde, maar wat willen we er politiek mee?

De onlangs benoemde nieuwe Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Reginald Bartholomew, zette het dilemma eerder deze maand treffend uiteen in zijn eerste openbare toespraak in functie: “Niemand van ons zal veel interesse in een NAVO hebben die niet meer is dan een vlag, een brandweer die in de brandweerkazerne blijft met het oog op een grote, massale brand die ons gelukkig helemaal niet meer bedreigt.” Ook hij wees op het belang van nieuwe taken. “De belofte van de NAVO om vredesbewarende activiteiten in Europa te ondernemen en te steunen moet in concrete daden worden omgezet.”

Bartholomew bepleitte in dit verband versterking van de Noordatlantische Samenwerkingsraad. “Als de NACC niet op die manier uitgroeit, dan zal men zich afvragen of onze collectieve en afzonderlijke steun voor hervormingen in het Oosten werkelijk serieus is.”

Juist onder tal van voormalige tegenstanders in Oost-Europa ziet men wel wat in een ontwikkeling in die richting. Vertegenwoordigers van landen als Hongarije, Tsjechoslowakije en Polen maken er geen geheim van dat ze eigenlijk graag zouden zien, dat de NAVO haar veiligheidsgaranties die ze de huidige zestien lidstaten biedt, tot Oost-Europa uitbreidt. De NAVO wordt er beschouwd als een effectieve veiligheidsorganisatie die erin is geslaagd veertig jaar vrede te bewaren.

Ook in ander opzicht zou de NAVO een stabiliserende rol kunnen blijven in spelen in Europa. De verdragsorganisatie geeft een zekere garantie van, ook door de meeste Oosteuropese landen gewenste, blijvende Amerikaanse betrokkenheid bij de veiligheid van Europa. Minister Van den Broek deelt dat gevoel. Hij zei in zijn Leidse rede: “De geschiedenis heeft ons helaas geleerd dat de Europese landen niet goed in staat zijn het evenwicht en de vrede op het eigen continent te bewaren en dat de Verenigde Staten daarin een onmisbare rol hebben te vervullen. Daaraan doet het einde van de Koude Oorlog in beginsel niets af. Integendeel, juist in een "open' Europa, in een Europa dat weer in beweging is, verankert de NAVO de veiligheid. En zonder de VS is er geen NAVO.”

De NAVO mag dan bezig zijn haar militaire structuur te veranderen - wat opvalt is dat met betrekking tot de aanpak van concrete problemen veel in de mist blijft. Aan het uitspreken van wensen en goede bedoelingen geen gebrek. Het aantal conferenties over het onderwerp lijkt toe te nemen, maar concrete actie blijft vooralsnog uit. Daarover blijkt geen politieke overeenstemming te kunnen worden bereikt.

Frankrijk bijvoorbeeld ziet niets in nieuwe taken voor de NAVO en heeft, om haar eigen zelfstandigheid te benadrukken, samen met Duitsland plannen gemaakt voor een zogeheten Eurokorps, waarvan vooralsnog niet duidelijk is waarvoor dit dan moet worden ingezet. Voor uitbreiding van de NAVO met nieuwe Oosteuropese leden voelt Parijs al helemaal niets. De Franse minister van defensie, Pierre Joxe, verklaarde zich vorige week bereid tot een inzet van het Eurokorps ten dienste van de NAVO, maar dan wel op voorwaarde dat de NAVO als organisatie beter wordt ingepast - lees: een kleinere rol krijgt - in de nieuwe verhoudingen in Europa.

De Britten, die net als minister Van den Broek, telkens weer het belang van de transatlantische relatie beklemtonen, vertrouwen de Fransen maar half. En de Duitsers doen hun uiterste best de tegenstellingen tussen Parijs enerzijds en Washington en Londen anderzijds zoveel mogelijk te overbruggen. De Duitse minister van defensie, Volker Rühe, zei de afgelopen week in Parijs dat het Frans-Duitse Eurokorps altijd in zijn geheel beschikbaar dient te zijn voor de NAVO, wanneer deze organisatie dit korps nodig heeft voor de verdediging. Het daartoe noodzakelijke akkoord zou uiterlijk in december rond moeten zijn. Tekenend voor de Duitse opstelling is het feit dat Rühe weer eens beklemtoonde dat de schepping van een Europese defensie-identiteit niet mag worden beschouwd als concurrent van de NAVO. “Een gemeenschappelijk politiek kader en een adequaat akkoord met SACEUR (het opperbevel van de geallieerde strijdkrachten in Europa) over het Eurokorps zijn essentieel”, aldus Rühe.

De politieke machteloosheid van de verdragsorganisatie zal alleen nog maar groter worden als uitbreiding van de oorlog in het voormalige Joegoslavië bijvoorbeeld de tegenstelling tussen de lidstaten Griekenland, dat op Servië is georiënteerd, en Turkije met openlijke sympathie voor de moslims in Bosnië, zou aanscherpen.

Het angstbeeld van menige deskundige is dat Europa zo langzamerhand weer even verdeeld raakt als altijd. De periode van de Koude Oorlog was in hun visie niet meer dan een intermezzo van schijnbare eensgezindheid, afgedwongen door een gemeenschappelijke vijand. Waarschijnlijk zullen, net als in het verleden tegen Napoleon, Hitler en Stalin, pas weer effectieve coalities worden gesloten als een van de Europese mogendheden al te machtig wordt. Dat duurt nog even, want Rusland is voorlopig nog niet tot zoiets in staat en Duitsland vecht nog wel even met de naweeën van het verdere en nabije verleden.