Vlucht LY 1862 vertrekt met een trage klim

AMSTERDAM 5 OKT. De vier technici van de grondploeg van El Al op Schiphol sloten hun check-up van de 4XAXG af met opgestoken duim. Het gebruikelijke teken dat alles in orde is; wat hen betrof kon vlucht LY 1862 naar Tel Aviv beginnen.

Op zondagavond 18.21 trekt gezagvoerder Isaac Fuchs, een ervaren voormalige gevechtspiloot, de met 114 ton vracht en 84.000 liter kerosine beladen Boeing 747 over de zogenoemde Zwanenburgbaan de lucht in. Een verkeersleider meldt een trage klim. Na korte tijd buigt het toestel af in oostelijke richting om over het radiobaken Pampus te vliegen. Vijf minuten na de start (18.26 uur) hoort de verkeersleiding dat Fuchs en zijn tweekoppige bemanning problemen hebben met ten minste een motor. Het toestel vliegt dan op 5.000 voet, ongeveer 1650 meter. Korte tijd later, 26 kilometer van de startbaan meldt Fuchs aan de verkeerstoren dat motor 3 aan de rechtervleugel in brand staat. Hij vraagt toestemming om terug te keren.

De verkeersleiding op Schiphol maakt onmiddellijk baan 006, ook wel genoemd de Kaagbaan (naar de aangrenzende Kagerplassen) in gereedheid. Daarbij is rekening gehouden met de vrij krachtige oostenwind. Maar Fuchs laat weten de voorkeur te geven aan baan 27, de Buitenveldertbaan. Zeer waarschijnlijk omdat hij dan zonder omwegen direct op Schiphol kan landen. Onderzoek van de gegevens in de blackbox zullen duidelijk moeten maken waarom de piloot perse deze baan wilde. De verkeersleiding gaf hem nu juist de Kaagbaan op, opdat de sterke oostenwind dan niet in de vorm van staartwind de landing ernstig zou bemoeilijken.

Kort na de eerste melding "engine fire' moet Fuchs laten weten dat ook motor vier aan dezelfde (rechter)vleugel in brand staat. Het is goed mogelijk dat de ene motor de andere door rondvliegende brokstukken heeft beschadigd. De afstand tot de Buitenveldertbaan is dan nog 12 zeemijlen (ruim 20 kilometer). Het toestel is juist afgebogen van het IJsselmeer naar het Naardermeer. De bemanning is daar begonnen met het lozen van kerosine, een grijs nevelspoor is duidelijk zichtbaar. Ooggetuigen op de grond, in de jachthaven van Naarden, horen enkele knallen en zien lichtflitsen.

Pag.3: Toestel kon niet lang op twee motoren doorvliegen

Beide motoren zijn daar kort na elkaar afgebroken of door de piloot afgeschoten met hulp van kleine ingebouwde explosieve ladingen. Deze laatste mogelijkheid wordt door technici van de Rijksluchtvaartdienst vrijwel uitgesloten. Zij menen dat dit toestel niet over deze in de burgerluchtvaart zeer algemene faciliteit beschikte. De twee geweldig grote motoren met ieder een stuwkracht van 24.800 kilogram, worden later deze zondagavond in het Naardermeer gevonden.

Met twee nog goed werkende motoren aan de linkervleugel sturen Fuchs en zijn co-piloot A. Ohed aan op de Bijlmermeer om zo snel mogelijk de Buitenveldertbaan (baan 27) te bereiken. Op twee motoren kan met dit toestel, ook nog zwaar beladen, bijzonder moeilijk lang worden doorgevlogen. Dus zette de piloot een vrij scherpe daling in om meer stijgvermogen (lift) te ontwikkelen. Anders zou het toestel als een baksteen uit de lucht vallen.

Fuchs ziet in de verte de dubbele rij lampen van de landingsbaan en weet dat daar de enige overlevingskans ligt. Er zijn nog geen aanwijzingen dat ze het niet halen.

Dichterbij zijn twee donkere vlakken, de Gaasperplas en het Bijlmerpark. In het uiterste geval van nood zou hij het toestel daar moeten nmeerzetten. Tussen de donkere plekken de honderden lichtjes van de lange rijen flats. Die van Groeneveen en Kruitberg aan hun rechterhand. Na het radiobaken Whiskey Papa, vlak voor de Bijlmer, merkt Fuchs dat er nu ook problemen zijn met de landingskleppen.

De bemanning doet verwoede pogingen om het toestel in balans te houden. Ze stuurt een beetje mee naar rechts, zoals de instructies luiden bij het uitvallen van twee motoren aan de rechterkant. De Boeing zakt nu heel snel naar een hoogte van ruim 600 meter, niet ongewoon bij een landing, en is de Final Approach Fix, het baken waar de landing kan worden ingezet, al dicht genaderd.

De piloot, die nu het Bijlmerpark bijna recht voor zich ziet, bemerkt dat hij het toestel niet meer onder controle heeft. De linkervleugel slaat steil omhoog, het toestel dat in een zogenoemde "stall' (of overtrek) is terechtgekomen, verliest alle vaart. De donkere, niet bebouwde vlekken vallen buiten het bereik van de bemanning. Met een laatste boodschap "going down' scheert het ramptoestel op enkele meters over het metrogebouw, slaat tegen de grond en boort zich tientallen meters verderop in een knik van de flats Groeneveen en Klein Kruitberg.

    • Harm van den Berg
    • Ferry Versteeg