VERVLOGEN VRIENDSCHAP IN WALLONIË

Club Luik - Standard (2-3) was zaterdagavond niet alleen de interessante confrontatie tussen twee oude stadsrivalen, maar ook voor het eerst in de historie die tussen Eric Gerets en Arie Haan als trainers. Een Vlaamse Limburger en een Groninger in Wallonië.

Als spelers vierden Gerets en Haan samen hoogtijdagen met Standard. Europa Cup II-finale, landskampioenschap. Vrienden zijn ze echter al lang niet meer. Ze zaten zaterdagavond negentig minuten lang op drie meter afstand van elkaar, maar gunden elkaar geen blik waardig en de verliezer, Gerets, schudde na afloop niet zoals hij anders altijd wel keurig doet de hand van de winnende trainer. “We zitten”, aldus Gerets over de ijzige stilte tussen hem en zijn collega, “beiden niet op contact te wachten.”

Het heeft alles met de omkoopkwestie bij Standard van jaren terug te maken. In 1984 kwam aan het licht dat de spelers van de Luikse club in hun kampioenschapswedstrijd van het seizoen 1981-'82 hun premie aan de tegenstanders van Waterschei hadden geschonken om van de overwinning verzekerd te zijn. Bijna iedereen kreeg zijn straf en werd geschorst en beboet. Arie Haan niet. Hij vluchtte, zo zeggen ze in België, naar Hongkong om daar voor Seiko te gaan spelen. En dat heeft Gerets, destijds als aanvoerder een hoofdrolspeler, hem nooit vergeven.

Haan herhaalde in de catacomben van het Belgische De Goffert, het Rocourt-stadion, dat hij zich van geen kwaad bewust is. “Denk je nou echt dat ik mijn medespelers zoiets zou toewensen?” Hij wil best vrede sluiten met Gerets. Dat heeft hij laatst op een boot tijdens het Europese kampioenschap in Zweden ook met Rob Rensenbrink gedaan. Daar had hij, stammend uit de Anderlecht-tijd, een sluimerend conflict mee. Haan: “We komen elkaar steeds weer tegen. Eric en ik trainen in dezelfde stad. En we hebben toch een fantastische tijd bij Standard meegemaakt, hè. Dit is helemaal niet nodig, jammer.” Reactie van Gerets: “Het is beter zo, laat maar.”

Het omkoopschandaal werd laatst weer opgerakeld in België. Sinds die woelige tijd had Standard Luik zich namelijk niet meer voor Europees voetbal geplaatst. En dat lukte vorig seizoen eindelijk weer wel. Standard eindigde als derde in de competitie. Het gebeurde in het eerste jaar van Arie Haan op de bank in Luik en het maakte hem in één klap weer populair in het land der Walen. Ondanks het feit dat hij Nederlandstalig is. “Dat ligt hier nogal gevoelig, ja”, weet Haan. “Maar je moet als buitenlandse voetballer of trainer waar ook ter wereld presteren. Daar draait het allemaal om. Anders kan je ophoepelen. Je moet je beter tonen dan de eigen mensen. In Duitsland, in Italië, maar ook als buitenlander in Nederland. En hier hebben ze door die taalstrijd nog een aanleiding méér om te klagen als het niet goed gaat.”

Standard Luik behoort tot de grote namen van het Belgische voetbal. De Rouges hebben ook supporters buiten Wallonië, vooral in het naburige Limburg. Daar waar Gerets vandaan komt. Club Luik, officieel Royal Club Liégeois (van 1892), is ouder dan Standard (1898), maar heeft vrijwel altijd in de schaduw van de grote broer gestaan. Sinds 1984 eindigde Luik echter liefst vier keer boven Standard en plaatste zich ook voor Europees voetbal. En dat deed natuurlijk pijn op Sclessin. De 2-3 van zaterdag bracht de verhoudingen in de stad weer in de oorspronkelijke staat. Het was de eerste competitiewinst van Standard sinds '83 op Rocourt, het thuisstadion van Club. Een glunderende Haan: “Daar was ik zelf nog bij, 5-1 werd het toen.”

Standard, met de begaafde spelverdeler Frans van Rooy, heeft veel meer kwaliteit dan Club. Toch slaagde de thuisploeg in de boeiende derby voor 20.000 toeschouwers veel te compenseren met werklust en inzet. Kansen op de gelijkmaker waren er genoeg. “Het engeltje van Hans van Breukelen zat vanavond op de lat van Bodart”, oordeelde Gerets na afloop. De 38-jarige debutant moet niet alleen wennen aan het trainersschap, maar ook aan de omschakeling van zeven jaar kwaliteitsvoetbal bij PSV naar de arbeidersvlijt van Club Luik. “Hier is het al een groot succes zijn als we één punt per wedstrijd zouden pakken.” Dat gemiddelde halen Gerets en zijn ploeg - zes uit negen - tot nu toe niet. Club Luik staat momenteel op de vierde plaats van onderen.

En Gerets kan niet tegen zijn verlies. Hij heeft er moeite mee als zijn spelers een half uur na een verloren wedstrijd lachend een pintje drinken. Aan de kant van het veld toont Gerets hetzelfde fanatieke gedrag als vroeger als speler, maakt regelmatig woedende gebaren in de richting van het veld en trekt soms uit wanhoop bijna de haren uit zijn hoofd. “Als ik tv-beelden van mezelf terugzie schrik ik soms.” In de wedstrijd tegen Standard stond Gerets 32 keer op van zijn zitplaats in de dug-out. In dat opzicht won hij ruimschoots van collega Haan die zich maar zeven keer verhief. De Nederlander staat ook al zeven jaar voor de groep.

Natuurlijk beweert men in België dat Gerets ooit trainer van Standard zal worden. Want hij hoorde daar, zoals hij zelf stelt, vroeger met elf dienstjaren tot het meubilair. Over een rentree op Sclessin wil Gerets echter niet speculeren. “Ik heb me er zelfs wel eens over uitgelaten. Maar daar heb ik nu grote spijt van. Dat wordt nu tegen me gebruikt. Laat mij eerst eens een jaar of vier kijken of het wat met me wordt als trainer.” Haan: “Het risico voor een club als Standard is te groot om een onervaren trainer te nemen. Bij Club Luik kan Eric eerst alle aspecten van het vak meemaken.”

Voorlopig zit Haan bij Standard vast in het zadel. Hij heeft vorig seizoen al zijn contract tot 1994 verlengd. Haan weet dat de rood-witte aanhang al een beetje op een kampioenschap rekent. “Maar ach”, zegt hij laconiek, “dat deden ze afgelopen seizoen ook al.” Hij laat zich niet gek maken en is tevreden over de progressie die zijn jonge ploeg - gemiddelde leeftijd 23 jaar - sinds een jaar heeft gemaakt.

Haan heeft in Luik vooral voor rust gezorgd. Vele jaren was Standard een soort vreemdelingenlegioen met de meest exotische spelers uit alle windstreken. Nu komen naast de al jaren in Luik actieve Luxemburger Hellers alleen de uitstekende laatste man uit Brazilië, Cruz, en de Nederlanders Van Rooij en Vos uit het buitenland. Standard bezit weliswaar ook nog een Hongaar, een Tunesiër, een Israeliër en een andere Braziliaan, maar die komen niet meer voor een basisplaats in aanmerking en mogen naar een andere club vertrekken.

“Ik heb”, vertelt Haan, “verleden jaar negen buitenlanders uit de selectie gezet. Het was me te rommelig. Er loopt een speler rond die al anderhalf jaar geleden van mij heeft gehoord dat hij weg mag. Maar hij is dus nog niet weg. Soms gaat hij weer ergens een proefwedstrijd spelen en komt dan weer naar Luik terug.” De selectie van Gerets is nog wel een kleurrijke ratjetoe. Een stuk of acht buitenlanders zijn kanshebber voor een plaats in het A-elftal. Victor Ikpeba Nosa, één van de drie Nigerianen bij Club, heeft van hen de mooiste naam. Hij maakte zaterdagavond ook nog het tweede doelpunt tegen Standard.

    • Hans Klippus