Veel slachtoffers nog dagenlang onder het puin; In het midden een gapend gat, alsof een reus met zijn voet tussen de flats is gaan staan

AMSTERDAM, 5 OKT. Een geblokte deken, een groene kinderfiets, en een lijn met de was er nog aan. Daarna is er plots niets meer. Een gat vol puin waaruit de laatste rookkolommen opstijgen. Hier liggen de resten van de tientallen, zo niet honderden mensen die bij de ramp met het Israeliche vrachtvliegtuig om het leven zijn gekomen.

Op de plek van de ramp is het stil. Terwijl de zon opkomt, is alleen het geluid van de wind door de uitgebrande galerijen hoorbaar. Het is onwerkelijk, als na een oorlog. In de verte blaffen politiehonden en klinken de bevelen van de reddingswerkers. Vanmorgen om half zeven is een begin gemaakt met het bergen van de slachtoffers die onder het puin van de flats Kruitberg en Groeneveen moeten liggen.

In totaal 36 woningen zijn als een kaartenhuis in elkaar gestort. Minuscule brokjes beton, smeulend staal. De kans hier nog overlevenden te vinden is absoluut nihil. De hele nacht heeft de brandweer gewerkt aan het stutten van de geblakerde uiteinden van de flats waartussen het gat is geslagen. Het gevaar van instorting was anders te groot voor de reddingswerkers. “We hebben een sterke afweging gemaakt tussen de risico's voor het brandweerpersoneel en de mogelijkheden om te komen tot een werkelijke redding”, zei brandweercommandant Ernst vannacht om 12 uur. Ook toen al was de brandweer ervan overtuigd dat de kans om onder het puin van het ingestorte gedeelte nog overlevenden te vinden uiterst gering was.

Voorzichtig zoekend met hun voeten schuiven vijf reddingswerkers de hoop met puin op. Ze hebben oranje helmen op en witte stofmaskers voor. De stank van de brand is nog steeds ondraaglijk. Opeens komt de rook weer met grote heftigheid uit de puinhoop los. Met hun handen verplaatsen de mannen brokken beton op zoek naar stoffelijke overschotten of resten daarvan. “We hebben er tot nu toe vijf geborgen”, vertelt een brandweerman, terwijl hij zijn helm achter op zijn hoofd schuift. Zijn gezicht is zwart van het roet, zijn ogen rood van de slaap: “We hebben geen idee hoeveel er uiteindelijk zijn. We doen het heel langzaam, heel voorzichtig, zodat de identificatiespecialisten zometeen, ook door de exacte plaats waar de dode gevonden wordt, meer informatie krijgt over wie het is.” Volgens de brandweerman zal het op deze manier nog dagen duren voordat alle slachtoffers geborgen zijn.

Ooit tien etages vol mensen, nu dit stille tafereel. Een schoen, een boodschappentas, een verkoolde bril in het water van de vijver die door het blussen rond het ingestorte deel van de flats is ontstaan. In hoog tempo wordt de pers door een nerveuze ME en politie te paard door het rampgebied gedreven. Snel, snel, foto maken en weer door. Een enkele treuzelaar krijgt een klap met de knuppel. Anderen krijgen alleen bevelen. We komen onder de galerijen van de uitgebrande flats door. De aanblik van de andere kant is even onwerkelijk.

Hier zijn ook de bomen en het groen verdwenen. Alles is verbrand en verschroeid tot een maanlandschap. Het terrein ligt bezaaid met glasscherven en stenen. Het vliegtuig is volledig versnipperd tot duizenden verwrongen stukjes metaal die tot ver in de omgeving liggen verspreid. En daar in het midden steeds maar weer dat gapende gat, alsof een reus met zijn voet tussen de flats is gaan staan.

“Heeft u nog iemand gezien? Hebben ze mijn vriend gevonden?” Achter de politie-afzetting staan vier jongens. Voorzichtig spreken ze een paar journalisten aan die uit het gebied van de ramp terugkomen. Ze spreken Engels, ze komen uit Ghana. Drie van hun vrienden woonden in Kruitberg. De hele nacht hebben ze hen lopen zoeken. Naar de officiële instanties durven ze niet te gaan, hun vrienden waren hier illegaal. Het kan zijn dat hun vrienden zijn ontkomen en elders een goed heenkomen hebben gezocht, maar het ook zijn dat ze samen met die anderen in de loop van de komende dagen onder het puin vandaan worden gehaald.

    • Marjon van Royen