Twee snelheden

Redacteur Roel Janssen komt in zijn artikel "Een krap hok voor Europa's munt' (NRC Handelsblad, 12 september) tot de conclusie dat het geen gewaagde veronderstelling is als de sociale markteconomie, de kapitalistische welvaartsstaat zoals die door de sociaal-democraten en christen-democraten de afgelopen honderd jaar in Noordwest-Europa is geschapen, in een "Gemeenschap van meer snelheden' grosso modo zal standhouden.

Die stelling is gewaagd. In Engeland, Nederland, de Skandinavische landen, Duitsland en - in mindere mate - in België is na 1945 een maatschappij opgebouwd die een grote mate van sociale zekerheid voor de totale bevolking kende. In Engeland is dit stelsel onder Thatcher op de helling gezet. In Nederland en Zweden gebeurt het geleidelijk.

Het is juist dat Maastricht geen integratie eist in de verdeling van de directe en indirecte belastingen, geen integratie van de belastingdruk op de verschillende inkomensgroepen. Alles wijst erop dat de noordwest-hoek van Europa op het gebied van de sociale zekerheid zal moeten inleveren. De sociale zekerheid zou te royaal zijn, maar de werkelijke achtergrond zijn de eisen voor de inwerkingtreding van het EMS.

De verkleining van het begrotingstekort en die van de staatsschuld zijn belangrijke oorzaken van de inkrimping. Jan Modaal en de werklozen moeten het gelag voor de integratie betalen, want de lastendruk van een op de overheidsfinanciën drukkend sociaal verzekeringsstelsel wordt over hun ruggen geleidelijk weggemasseerd. Hierdoor zal de Europese integratie bij een merendeel van de bevolking steeds meer weerstand ontmoeten. Dit zal de tendens dat de "politiek' bij een toenemend aantal mensen in veel Europese landen weinig belangstelling meer kweekt, versterken.

Als het geïntegreerde Europa alleen het Europa van de rijken zou worden, dan gaan we een Europa tegemoet waarin de oligarchische tendenzen hand over hand zullen gaan toenemen en waarin de grondslag van de sociale en politieke democratie, namelijk dat de ultieme controle van het reilen en zeilen van de samenleving bij de volksvertegenwoordiging ligt, teloor zal gaan.