Roze krokodillen: veel talent, weinig evenwicht

Voorstelling: Roze krokodillen, musical van Haye van der Heyden en Martin van Dijk. Spelers: Vera Mann, Hein van Beem, Annet Nijder, Esther Roord, Henk Dikmoet, e.a. Decor: Jens Hager. Kostuums: Jan Aarntzen. Choreografie: Rick Atwell. Regie: Aram Adriaanse. Gzien: 3/10 in de Arnhemse Schouwburg.

Pas in de tweede scène na de pauze is de lesbische trompettiste van het damesorkest De Roze Krokodillen eindelijk even alleen met de nieuwe collega-trompettiste, op wie ze verliefd is. Meteen blijkt echter hoe onmogelijk die liefde is: de collega ontpopt zich als een man in vrouwenkleren. In de vierde scène wordt nog eens vastgesteld dat het tussen die twee dus nooit iets kan worden, en in de vijfde valt er opeens - en nogal onverhoeds - toch nog een soort oplossing uit de lucht.

Haye van der Heyden baseerde zijn musical Roze krokodillen op een interessante vraag: zijn de amoureuze gevoelens van die vrouw plotseling niets meer waard als het voorwerp van haar liefde geen vrouw, maar een man blijkt te zijn? Als hij de toeschouwer de hele avond in de greep van dat curieuze dilemma had gehouden, had hij in de slotscène de opluchting van het happy end kunnen oogsten. Maar vóór de pauze besteedt hij bijna al zijn tijd aan de komische perikelen van een damesorkest in 1939, zodat de lastige romance daarna in sneltreinvaart moet worden afgehandeld - zonder dat er voldoende kans is geweest om de hoofdpersonen enigszins te leren kennen. Goed, er is een ontknoping, maar wat kan mij die schelen als ik nauwelijks weet om wie het gaat?

In zijn toneelstukken Jaloezieën en Goed/fout toonde Van der Heyden zich een meester van de levendige dialoog, die de contouren van zijn karakters en hun context in kernachtig korte zinnen scherp kon schetsen. Hij wist bovendien hoe een plot moest worden geconstrueerd. Wonderlijk dan, dat hij daar in zijn eerste musical niet in slaagt. Met vaardige hand strooit hij ook hier met menigmaal rake oneliners, maar het zijn er nu zoveel dat ze het uitzicht op de intrige belemmeren. Ook als er eindelijk weer eens iets wezenlijks op gang komt, kan hij het vaak niet laten met een grappig terzijde of een volstrekt overbodig intermezzo de aandacht af te leiden. Onmatig is trouwens ook het aantal snaakse anachronismen. Eén keer is het nog wel geestig te verwijzen naar de aanstaande tweede wereldoorlog (“ik heb nèt een huisje gekocht in het centrum van Rotterdam!”), maar het wemelt ervan: Gullit, Adje Keulen-Deelstra, video, ijskast, tampon, het gaat maar door.

De tekortschietende constructie schrijnt te meer, omdat Van der Heyden een reeks treffende liedteksten heeft geschreven - met gevoelige bekentenisliedjes voor de twee hoofdpersonen - en omdat in de veelzijdige muziek van Martin van Dijk een schat aan navrante ondertonen en ritmische verschuivingen te horen is. Bovendien staat er een voortreffelijk ensemble op het toneel in een energieke enscenering, een fraai uitgewogen kostumering en een toneelbeeld met vaardig schuivende panelen. Visueel is er heel wat aan de hand, van de verrassende eenvoud van een busrit tot een spannende dans van voorbijglijdende hoteldeuren.

In de hoofdrol is Vera Mann fel en kordaat, terwijl Hein van Beem erin slaagt zijn travestie-uitdossing met waardigheid te dragen. Ook hun aanwezigheid draagt bij tot het gebrek aan evenwicht in Roze krokodillen: zoveel talent, zoveel zichtbare zorg en zo weinig resultaat.