Politiek stelsel

Velen in dit land zijn kritisch over de werking van het politieke stelsel.

Dat is altijd zo geweest en moge ook zo blijven. Wantrouwende burgers zijn, aldus Demosthenes, een van de beste garanties tegen politieke verdorvenheid. Maar randvoorwaarde is wel dat het politiek wantrouwen beredeneerd en onderbouwd is en niet een psychopathische aandoening is. Paginagroot (NRC Handelsblad, 3 oktober) houdt professor J.W. Oerlemans opnieuw een tirade tegen de politiek. Hij verwijt haar pragmatisme, redelijkheidswaan, probleemontkenning en onbelezenheid. Van deze begrippen geeft hij nergens een definitie, hoewel dat toch een eerste vereiste voor een kritische discussie is.

Hij bewijst zijn gelijk met voorbeelden, hoewel elke eerstejaarsstudent wordt geleerd dat een voorbeeld nooit iets kan bewijzen. Hij vindt dat een principiële stellingname nodig is, maar pas op het eind van het stuk onthult hij zijn principe, namelijk “de vrijheidszin als kern van het democratisch bewustzijn”. Wat dit precies betekent, weet hij zelf niet, want hij doet een beroep op "men' om het vrijheidsbegrip te preciseren. De oplossing verwacht hij vooral van de bevlogen journalist.

De lezer die de tekst doorloopt op denkfouten wordt rijkelijk beloond. (zie A.F.G. van Hoesel, Zindelijk denken, 1955) en discussietrucs (zie A.D. de Groot, Academie en Forum, 1982). Naast de ongedefinieerde begrippen treft hij onder meer aan het a priori dat Nederland een partijstaat is, het psychologisme dat malaise en machteloosheid heersen, het gezagsargument dat ook Von Weizsäcker vindt wat Oerlemans vindt en het zwart-wit denken van de bad guys (de politici, per definitie zonder moraal) tegenover de good guys (sinds twee jaar, de publikatiedatum van zijn vorige pagina) onder leiding van Oerlemans).

De ook inhoudelijk geïnteres- seerde lezer wordt aangeraden niet te volstaan met lezing van het Sociaal en Cultureel Rapport 1992, de enige door Oerlemans aangehaalde publikatie met feitelijke gegevens. Dit rapport bevat niet zozeer nieuw onderzoeksmateriaal, maar is vooral een nuttige synopsis van andere onderzoeken. Raadpleging van de originelen beloont de lezer met nóg meer gegevens die aantonen dat de politieke werkelijkheid meer geschakeerd is dan Oerlemans suggereert.

Aan kritisch debat over "democratie in Nederland' blijft behoefte bestaan. Inderdaad is dat debat er nu nauwelijks. Maar als het wordt geprobeerd, dan (een collega citerend) “graag een toontje lager en een trapje hoger”. Juist bij het thema democratie past een houding van zorgvuldig observeren en redeneren.

    • M.P.C.M. van Schendelen