Perot op bres voor "geld van onze kinderen'

Alle kandidaten voor het Amerikanse presidentschap willen het begrotingstekort van het land aanpakken, maar hun programma's daarvoor variëren nogal in methode en tempo. Wie president wil worden, moet vooral in staat zijn het publiek te overtuigen van de noodzaak financiële offers te brengen.

WASHINGTON, 5 OKT. Met zijn aankondiging van de presidentskandidatuur heeft Ross Perot het verwaarloosde onderwerp van het begrotingstekort op een onwelkom moment aangesneden. Perot is de kandidaat van de drie biljoen dollar “geld van onze kinderen” die door de Amerikaanse overheid zijn uitgegeven.

Hij weet het financiële gat ook dramatisch te beschrijven en de kiezers zullen door middel van gekochte televisie-advertenties veel financieel drama over zich uitgestort krijgen. Toch vragen veel economen zich af of de huidige recessie het juiste moment is om drastisch te bezuinigen. Moet de patiënt niet eerst wat op krachten komen voor het sterke medicijn?

Een nieuwe president zal eerst moeten stimuleren en tegelijkertijd de geldmarkt moeten overtuigen dat het begrotingstekort ooit nog zal worden bestreden. Als de geldmarkt er geen vertrouwen in heeft, blijven de rentelasten hoog en kunnen de overheid noch het bedrijfsleven veel investeren in de toekomst.

Het plan van Perot is het meest geloofwaardig omdat het de pijn verdeelt, maar moeilijk uitvoerbaar, omdat het politiek machtige belangengroepen aantast. Hij wil de regressieve AOW-heffing en de premies voor gezondheidsverzekeringen door de overheid voor gepensioneerden en bepaalde groepen armen verhogen en de medische kosten verlagen. Maar Amerikaanse gepensioneerden hebben veel tijd omhanden en gaan vrijwel allemaal stemmen, hetgeen van andere bevolkingsgroepen niet valt te zeggen.

Verder wil hij de landbouwsubsidies verlagen, het topbelastingtarief verhogen, aftrekbaarheid van de hypotheek beperken. En daar staan de tractoren voor het Witte Huis en protesteren de middenklassers en de huiseigenaren tegen hun Congresleden. De tabaksstaten neemt hij tegen zich in door verhoging van het accijns op tabaksprodukten en bijna alle Amerikanen maakt hij boos door verhoging van het benzine-accijns, een verstandige maatregel die zowel het handels- als het overheidstekort verlaagt. De belangrijkste troef van de bewoner van het Witte Huis volgend jaar is dus niet zozeer zijn programma als wel zijn vermogen om het publiek van de noodzaak tot het brengen van financiële offers te overtuigen. Daar schiet Perot in tekort, evenals overigens president Bush en de presidenten voor hem. Het laatste begrotingsoverschot stamt van 1968.

Net zoals Bush rekent de Democratische kandidaat Clinton zich rijk in zijn economische programma. Hij vertrouwt op de weldadige hand van de natuur, namelijk economische groei. Die moet onder andere komen van zijn grote infrastructuurplan van totaal 80 miljard dollar. De redenering is dat de Amerikaanse economie na het einde van de Koude Oorlog hervorming behoeft. Al die nieuwe werklozen uit gesloten wapenfabrieken en militaire bases moeten werk kunnen vinden in projecten die de economie verder stimuleren.

De kosten moeten worden betaald uit extra defensiebezuinigingen, afvloeiiing van 100.000 federale ambtenaren en reorganisatie van de Resolution Trust Corporation, het overheidslichaam dat het debâcle van de vele failliete spaarbanken overziet. Het is wat zonnig gezien volgens economen. Bush wil snoeien in snel groeiende sociale bestedingen zoals medische verstrekkingen, en voedselbonnen met uitzondering van de politiek heilige AOW. Landbouwsubsidies moeten ook omlaag.

Clinton wil hoogwaardig werk aantrekken door extra scholing, gefinancierd door een werkgeversbelasting van 1,5 procent op het inkomen van werknemers. Deze belasting werkt ook averechts op het aannemen van mensen. Bush heeft op het laatst ook een scholingsprogramma gepresenteerd, meer bescheiden dan dat van Clinton. De Democratische kandidaat zegt dat betere scholing altijd tot hogere inkomens leidt, hetgeen niet het geval is, zie bijvoorbeeld Ierland.

Clinton wil de ziektekostenverzekering drastisch hervormen. Als een bedrijf zijn werknemers niet verzekert, moet het geld in een soort ziekenfonds storten. Veel Amerikanen zijn niet of onvoldoende verzekerd. Clinton wil ook dat de overheid de ziektekosten beheerst.

President Bush is de grote vrijhandelaar. Clinton deelt de filosofie van Bush, maar hij staat meer onder druk van protectionistische groepen in zijn eigen partij, zoals de vakbeweging. Volgende week wil hij zich vóór het vrijhandelsverdrag met Mexico en Canada uit spreken, mits het wordt vergezeld van extra wetgeving over de bescherming van werkgelegenheid en milieu.

Op het gebied van belastingen is er weinig revolutionairs. Clinton verhoogt de toptarieven voor de inkomens boven 200.000 dollar met nog een extra last voor degenen die meer dan een miljoen per jaar verdienen. Clinton verlaagt de belastingen op vermogensaanwas voor investeringen op de lange termijn. Hij wil ook buitenlandse bedrijven harder aanpakken, omdat ze de belastingen zouden ontduiken. De middenklasse krijgt wat belastingverlichting. Bush wil een algemene verlaging van de belasting op de vermogensaanwas, dus ook voor de speculanten uit het Reagan-tijdperk.

Terwijl het overheidstekort nu 350 miljard dollar per jaar beloopt, zal Bush volgens de berekeningen van de econoom Alan Sinaï 245 miljard in vijf jaar en Clinton 80 miljard in vier jaar bezuinigen. De tekorten zullen dus nog wel een tijdje blijven.

    • Maarten Huygen