Opleiding van half jaar is ten enen male onvoldoende

Het huidige wapentuig en bijbehorende militaire materieel is technologisch zodanig geavanceerd dat een opleiding van een half jaar voor militaire functies ten enen male onvoldoende is. Voor welhaast elk burgerberoep zijn opleidingen van jaren vereist en die beroepen worden uitgeoefend onder aanzienlijk minder extreme omstandigheden.

In verband met de dienstplicht is ook de militaire dreiging relevant. Deze dreiging is thans nog moeilijker te voorspellen dan vóór de val van het oostblok. Het is niet onlogisch dat met deze onvoorspelbaarheid de laatste defensienota van het kabinet-Lubbers/Kok kiest voor prioriteit voor een flexibel instituut als de luchtmobiele brigade.

Maar wat in de defensienota van minister Ter Beek ontbreekt is het fors aanpakken van de sterke verkokering van onze drie krijgsmachtonderdelen.

In de eerste plaats hadden deze drie clubs in de afgelopen decennia geheel uiteenlopende hoofddoelstellingen. De strategische redeneringen van de marine mondden steevast uit in een behoefte aan drie vlooteskaders. De landmacht had tot hoofdtaak de verdediging van een deel van de Noordduitse laagvlakte. De relatief jonge luchtmacht had het meest flexibele en doelmatige concept: men concentreerde zich op één type gevechtsvliegtuig, dat voor verscheidene taken geschikt was. Verder had de landmacht sterk de nadruk op de dienstplicht gelegd. Daarnaast waren het niet alleen de kleuren van de uniformen die verschilden, maar ook de mentaliteit, de voorschriften, de organisatie etc. Zonder helemaal naar de standaard-militair van Canada te willen streven - een opzet die overigens is mislukt - is vergaande integratie van onze krijgsmachtdelen hard nodig.

Met zulk een struktuur heeft het Verenigd Koninkrijk in 1982 het Falkland-incident binnen drie maanden tot een goed einde gebracht. Dit succes was te danken aan de deskundige uitvoering van het sinds de jaren zestig bestaande plan voor de "UK mobile force', een concept waarin de gezamenlijke Britse strijdkrachten beoogde om waar ook ter wereld bij een crisis in een minimum van tijd vijfduizend militairen in te zetten.

Het vaststellen van kwantitatieve militaire behoeften is overigens een problematische opdracht, zeker bij een steeds moeilijker voorspelbare dreiging. Een klassiek voorbeeld zijn de "Lisbon force goals', een behoeftestelling, vastgesteld door de Noordatlantische Raad op een conferentie in Lissabon in 1952 van 96 divisies voor het in toom houden van de Sovjet-dreiging. Deze behoefte, die nauwelijks op gefundeerde berekeningen berustte, is sedertdien een eigen leven gaan leiden en heeft jarenlang het defensiebeleid van de NAVO-landen benvloed.

Wellicht is het zinniger arbitrair een bedrag aan overheidsbestedingen voor defensie vast te stellen. Vervolgens kan men met het personeelsgedeelte van dit bedrag de arbeidsmarkt op voor het werven en op peil houden van de beroepsstrijdmacht.

Wanneer men voorts van oordeel is dat de huidige internationale omstandigheden een vermindering van het bestaande defensiebudget toelaten, dan is het aan te bevelen deze besparing rechtstreeks over te hevelen naar de binnenlandse veiligheid, dus naar politie, justitie en gevangeniswezen. Want mijn fiets loopt tegenwoordig meer risico dan tijdens de bezetting van 1940 tot 1945.

    • G.J. van de Griendt