Objectief

Laten we nog eens een misverstand bekijken: de manier waarop ik bij de krant kwam.

Ik was twintig en bezig met S-5 af te zwaaien uit militaire dienst. Als gevolg van een sollicitatiebrief die al bijna een jaar oud was, werd ik uitgenodigd bij Het Vrije Volk in Arnhem, de heer Joh.T. Ganzenbrink, een man met een driftige gelaatskleur en een raspende bas, ik ben altijd als de dood voor hem geweest.

Hij vroeg welke krant we thuis lazen en hoe ik die beoordeelde. “De Arnhemse Courant”, antwoordde ik, “en dat vind ik een hele objectieve krant.”

Deze brutale aanprijzing van de concurrent, heeft de heer Ganzenbrink mij later eens toevertrouwd, gaf hem het idee dat ik uit het goede hout gesneden was.

Het misverstand: ik las geen krant, mijn vader las de Arnhemse Courant, hij zei dat het een hele objectieve krant was, ik herhaalde gewoon het enige oordeel dat mij over de Arnhemse Courant bekend was. Trouwens, hoe kon ik weten dat het inderdaad een soort leeuwemoed vereist om bij de ene krant lof toe te zwaaien aan de andere, of zelfs maar dat "objectief' als lof zou worden opgevat?

Mijn lef was niets anders dan naïviteit. Maar misschien is dat met lef wel vaker zo, misschien had de heer Ganzenbrink best een redelijk beeld van me.

    • Koos van Zomeren