Irak kleurt Koeweitse verkiezingen; Veiligheid belangrijkste thema tijdens relatief vrije campagne

KOEWEIT-STAD, 5 OKT. De Koeweiti's zijn vanochtend in groten getale opgekomen voor verkiezingen die voor het eerst in zes jaar weer een volledig gekozen parlement moeten opleveren. De verkiezingen zijn in velerlei opzicht gekleurd door de Iraakse bezetting: zo moest het door de Iraakse militairen verwoeste parlementsgebouw voor 60 miljoen dollar worden opgeknapt.

Koeweit is de enige Golf-staat die een parlement heeft, plus een parlementaire traditie, waarop de emirs wel enkele malen inbreuk hebben gemaakt door de volksvertegenwoordiging te schorsen. De huidige emir, sjeik Jaber al-Ahmed al-Sabah, stuurde in 1986 het laatste parlement naar huis, omdat het zich naar zijn mening te enthousiast van zijn taak kweet en te veel kritiek op de regering uitte.

Er zijn echter niet veel Koeweiti's die stemgerechtigd zijn. Slechts mannen van 21 jaar of ouder die stammend uit families die ten minste sinds 1920 het Koeweitse staatsburgerschap bezitten, mogen aan de verkiezingen deelnemen. Dat zijn er 81.400, op de in totaal circa 650.000 Koeweitse staatsburgers. Daarnaast zijn er nog veel buitenlandse ingezetenen - die vaak al generaties lang in Koeweit wonen maar nooit het staatsburgerschap hebben gekregen - hoewel hun aantal aanzienlijk is verminderd na Koeweits bevrijding uit handen van Irak in februari 1991. Met name zijn honderdduizenden Palestijnen sindsdien uitgewezen, op beschuldiging van collaboratie met de Iraakse bezettingsautoriteiten.

De Koeweitse vrouwen zijn zeer gefrustreerd over hun voortdurende uitsluiting, die ze niet hadden verwacht na het verzetswerk van velen onder hen. “We hebben een gelijke kans op onderwijs - en velen van ons zijn erg capabel - maar we hebben geen politieke rechten”, aldus Badria al-Awadhi, een prominente Koeweitse advocate die zich voor de rechten van de vrouw inzet. “We moeten onze politieke rechten krijgen”. Veel kandidaten voor het parlementen steunen het vrouwenkiesrecht, of zeggen dat te doen, en ook kroonprins en premier sjeik Saad al-Abdallah al-Sabah heeft zich het afgelopen weekeinde onder hen geschaard.

Maar niet alleen de vrouwen zijn ontevreden. Bij de oppositie bestaat veel ongenoegen over de vele beperkingen van de democratie. “De verkiezingen zelf vormen geen democratie”, zei oppositiekandidaat Hamat al-Jouan, een advocaat die vanuit zijn rolstoel campagne heeft gevoerd aangezien hij verlamd is als gevolg van een aanslag op zijn leven, de dag na Koeweits bevrijding in 1991. “Democratie gaat van A tot Z. De verkiezingen zijn alleen de letter A van het alfabet.” Verscheidene kandidaten hebben ook publiekelijk geklaagd over de praktijk van het kopen of verkopen van stemmen, vaak voor duizenden guldens.

Politieke partijen zijn verboden, maar zeven politieke groepen, die variëren van pro-Westerse technocaten tot moslim-fundamentalisten (de enigen die openlijk tegen vrouwenkiesrecht zijn), hebben kandidaten gesteld. De meesten van de 278 kandidaten die vechten om de 50 parlementszetels staan overigens als onafhankelijk te boek.

De relatief zeer vrije verkiezingscampagne heeft vooral plaatsgehad in diwaniyas, informele bijeenkomsten in traditionele stijl, die voor de gelegenheid niet bij de gastheer thuis maar in van air-conditioning voorziene tenten werden gehouden. Het belangrijkste thema was Koeweits veiligheid - zowel naar buiten toe, met name richting Irak, als intern, wegens de toenemende gewelddadigheid als gevolg van het in de oorlog enorm gegroeide wapenbezit. Daarbij werd ook de vraag gesteld of Koeweiti's ten dele zèlf verantwoordelijk waren voor de omstandigheden waaronder de Iraakse president Saddam Hussein besloot het emiraat op 2 augustus 1990 binnen te vallen en waarom zoveel Koeweiti's zo snel vluchtten voor de Iraakse troepen. Een leidende oppositiegroep, het nationalistische Koeweits Democratisch Forum heeft aangekondigd te streven naar een parlementair onderzoek naar “het falen en de onachtzaamheid getoond door personen aan de macht voor en tijdens de invasie”.

Verder hebben fundamentalistische kandidaten geijverd voor wijziging van de uit 1962 stammende grondwet zodat de islamitische wet de enige bron van wetgeving wordt, inplaats van een “belangrijke bron”, zoals er nu staat. Het is niet duidelijk hoe sterk deze stroming in het emiraat is. In het Midden-Oosten in het algemeen is het fundamentalisme sterk in opkomst, maar sommige fundamentalisten staan sinds de invasie als pro-Iraaks te boek en dat zal hun in de stembus vermoedelijk geen goed doen.

Verder leeft het in de campagne niet-uitgesproken verlangen naar wijziging van de grondwet om ontbinding van het parlement, zoals in 1967, 1976 en 1986, te voorkomen en de vrijheid van vergadering, meningsuiting en pers te waarborgen. De oppositie heeft er vertrouwen in dat de huidige Westerse invloed op de regering een ingreep als in 1986 zal voorkomen. Maar hoe lang zal die Westerse interesse voortduren?

De verkiezingsuitslag wordt morgen verwacht. Zelfs het tellen van de stemmen wordt nog door een Iraakse erfenis belast: de Irakezen hebben de benodigde computers plus programma's van het ministerie van justitie gestolen, zodat de eerste tellingen met de hand moeten worden verricht. (Reuter, AP, AFP)