Havel wil rechtstreekse verkiezing president

PRAAG, 5 OKT. Met een perfect geënsceneerde persconferentie heeft Václav Havel, de op 20 juli dit jaar afgetreden president van de zieltogende Tsjechoslowaakse federatie, zaterdag zijn politieke rentrée gemaakt en bij die gelegenheid een aantal suggesties gedaan om een uitweg te vinden uit de vorige week donderdag ontstane constitutionele crisis.

In het piepkleine Zábradl (Balustrade) theatertje, waar hij ooit achter de coulissen werkte als toneelknecht, was hijzelf nu het middelpunt van de belangstelling, gezeten op het toneel, in de bloemen gezet wegens de verschijning van de bundeling van zijn toespraken in de laatste maanden van zijn presidentschap en wegens zijn 56ste verjaardag, vandaag.

Havel noemde de situatie die vorige week ontstond toen het federale parlement de wet verwierp over de ontbinding - zonder referendum - van de federatie “zeer ernstig”. Daardoor was volgens hem het gevaar groot geworden dat het land “op een wilde manier” uiteen zou vallen. De vorige week verworpen wet was, zo zei Havel, eigenlijk een “luxe”. Ze was bedoeld als “symbolische goedkeuring van de scheiding”. Maar door de actuele politieke ontwikkelingen van de afgelopen weken - het feit dat de HZDS, de Slowaakse partner in de federale regeringscoalitie, samen met de Tsjechische linkse partijen een akkoord had gesloten over een onderzoek naar het opzetten van een Tsjechoslowaakse "unie' - was de situatie zodanig gepolariseerd dat het oorspronkelijk voor een ordelijke scheiding vastgestelde scenario niet langer kon worden gevolgd. Er was nu een “absurde” situatie ontstaan, volgens Havel. Een situatie die “gevaarlijk” is omdat men bezig is “een wettelijke chaos” te creëren.

Het land is al bezig in tweeën te breken, alles wordt opgedeeld en in de onderhandelingen daarover is in feite al sprake van twee onafhankelijke staten, zo betoogde Havel. Hij pleitte er dan ook voor zo snel mogelijk orde op zaken te stellen: Slowakije had immers al een eigen grondwet, een grondwet die weliswaar nog niet op alle punten geldig is, maar die bijvoorbeeld wel de mogelijkheid biedt dat er internationale verdragen worden gesloten. De Tsjechen moesten er nu zelf ook voor zorgen om vóór 1 januari 1993, de datum van de breuk, hun eigen nieuwe grondwet te hebben. Het federale parlement zou eenvoudig het feit dat de federatie op 1 januari 1993 wordt opgeheven, moeten aanvaarden, zichzelf opheffen en vervolgens de twee republieken “veel geluk wensen”. “Dat is het enige dat het federale parlement nog kan doen om zijn bestaan waardig te beëindigen”, zo zei Havel.

Havel drong er op aan dat een aantal experts zich opsluiten om zo snel mogelijk een “consistente grondwet” te ontwerpen, in plaats van de praktijk tot nu toe waarbij alle politieke partijen zich ermee bemoeien en er zo wordt geruzied dat de grondwet wel een “politiek soepje” lijkt te worden. Havel zei zich daar ernstig zorgen over te maken: “Ik ben ervan overtuigd dat op het Europese continent niet een nieuw land kan ontstaan zonder dat het een grondwet heeft. Dat is een test van politieke volwassenheid. Ik ben bang dat er grote wettelijke chaos ontstaat en dat we op 1 januari de minst gerespecteerde staat van Europa zullen zijn. Ook voor het aantrekken van buitenlandse investeringen is het beter als hier een staat is met een grondwet, een staat die zichzelf kan definiëren. Ik heb nu het gevoel gekregen dat van alle tradities die de parlementaire democratie hier had vooral die van het ruziemaken is overgebleven.”

Over het plan om de federatie voort te zetten in de vorm van een “unie” op het gebied van economie en defensie tussen twee onafhankelijke staten toonde Havel zich zeer pessimistisch. In de geschiedenis zijn daarvan geen succesvolle voorbeelden bekend, zo meende hij. “Het is een onduidelijke term, het is een volstrekt onrealistisch project, want de economische situatie is in Slowakije nu eenmaal anders dan in de Tsjechische landen.” Havel herinnerde eraan dat het een concept van samenwerking is dat de Slowaken al eerder hebben gepropageerd: wel onafhankelijkheid, maar toch niet helemaal los. Voordat het voorstel van een unie vorige week naar voren werd gebracht zei de HZDS, de beweging voor een democratisch Slowakije, steeds te streven naar een “confederatie”. Bij de coalitiebesprekingen tussen de Tsjechische premier , Václav Klaus, en zijn Slowaakse collega, Vladimr Meciar, in juni van dit jaar, is het voorstel voor zo'n confederatie echter direct door Klaus van de tafel geveegd. Havel karakteriseerde het voorstel voor een unie als “het voortborduren op een thema dat we van de Slowaken kennen”. “Het lijkt me utopisch. Ik ben bang dat het een manier is om de onduidelijkheid te laten voortduren. Beter is het om eerst twee onafhankelijke staten te stichten die vervolgens verdragen sluiten over nauwe samenwerking. De historische ontwikkeling dwingt landen tot steeds nauwere samenwerking”, zo zei Havel. “We kunnen het integratieproces in Europa niet negeren en ik hoop dat we dichter bij elkaar komen.”

Wat betreft zijn eigen positie - Havel wordt beschouwd als de belangrijkste kandidaat voor het Tsjechische presidentschap - zei Havel dat hij het met premier Klaus eens is over wat in het ontwerp voor de Tsjechische grondwet wordt gesteld ten aanzien van het Tsjechische presidentschap, namelijk dat de president een neutrale macht moet vormen die in conflicten tussen regering en parlement kan bemiddelen. “De president moet een autonome positie innemen”, vindt Havel, “niet alleen als decoratie dienen of als verlengstuk van de regerende partij.” De president moet volgens Havel een “verbindingsman” tussen de verschillende partijen zijn, een bemiddelaar.

Over de manier waarop de Tsjechische president moet worden gekozen lijkt echter tussen Klaus en Havel nog geen overeenstemming te bestaan. Klaus wil dat de president niet rechtstreeks, zoals Havel wil, wordt gekozen, maar door de twee kamers van de volksvertegenwoordiging. Havel deed zaterdag een verrassend en zeer onconventioneel voorstel om uit de impasse te komen die wordt veroorzaakt door het feit dat Klaus geen te machtige president naast zich duldt en dat hijzelf weigert president te worden op basis van een verkiezing door niet meer dan van het parlement. “Aan het begin van de nieuwe Tsjechische staat zou het daarom goed zijn”, zo zei Havel, “dat de eerste president direct door het volk wordt gekozen. Dat zou dan tegelijkertijd kunnen gelden als een soort referendum over die nieuwe staat en over de inmiddels aangenomen grondwet”, zo meende hij.

Terugkijkend op zijn presidentschap concludeerde Havel dat “alle dingen waarvoor ik bang was zijn gebeurd”: het parlement is verlamd, gepolariseerd en er is geen evenredige vertegenwoordiging. Toen hij, vorig jaar, wijziging van de grondwet had voorgesteld om het hoofd te bieden aan de crisis die dreigde te ontstaan in de betrekkingen met Slowakije was het Havels geweten geweest “dat mij dicteerde een riskante stap, bijna een zelfmoordpoging te ondernemen”. Het doen van die voorstellen tot grondwetswijziging achtte Havel achteraf als zijn “grootste fout”. “Het parlement wilde kennelijk geen wetten aannemen die door mij waren geschreven. Men kan zeggen dat ik de trots van het parlement heb onderschat.”