Festival "Het andere boek' in Antwerpen; Guépin noemt werk van Hugo Claus "piepschuim'

ANTWERPEN, 5 OKT. “Hugo Claus is een windbuil.” De Nederlandse schijver J.P. Guépin liet er gisteren geen misverstand over bestaan dat de dezer dagen veel genoemde Belgische Nobelprijskandidaat wat hem betreft nog niet het kleinste prijsje verdient. 'Piepschuim!' was zijn oordeel over zijn werk. Volgens Guépin heeft Claus in zijn romans en toneelstukken klassieke motieven verwerkt zonder daar ook maar iets van de begrijpen. “Zijn werk heeft geen achtergrond, geen boodschap. Het is nihilistisch.”

Guépin was één van de vijfentwintig schrijvers die dit weekeinde aan de tand werden gevoeld tijdens de manifestatie "Het andere boek'. Terwijl Antwerpen zich buiten met veel vaandels voorbereidde op het moment dat de stad de Culturele Hoofdstad van Europa wordt, werd in de afgetrapte Stadsgehoorzaal en de Kolveniershof de alternatieve cultuur in de praktijk gebracht. "Het andere boek' is ooit begonnen als een samenwerkingsproject van kleine uitgevers en linkse actiegroepen, maar in de loop der jaren is het literaire aspect sterk naar voren gekomen. De meeste optredende schrijvers komen nu uit de literaire hoek en de mensen uit het actiewezen staan voornamelijk bij sommige stands en naast de ingang. Er zijn stands voor esperanto, homo's, vrouwen en solidariteitsthee, en wie naar binnen wil moet zich eerst langs affiches van Che Guevara worstelen. “De actiegroepen leveren nog steeds alle vrijwilligers bij de ingangen en achter de bars,' aldus een van de aanwezige uitgevers, "alleen al om die reden is het onmogelijk van "Het andere boek' een zuiver literaire beurs te maken.”

Gelukkig gaan activisme en literatuur soms heel goed samen. In een afgeladen bovenzaal van de Kolverniershof brengt Tom Lanoye zijn 'Verzoek Voorlees Programma.' Op de stand van zijn uitgeverij zijn tevoren verkiezingsbiljetten uitgedeeld waarop aangegeven kon worden welke stukken uit zijn bundel Doén! men wel ('Doén!') of niet (Niet doén!) wilde horen. Aan het slot van zijn optreden lanceert Lanoy een aanval op "Antwerpen 93'. Eigenlijk is er geen tijd meer voor, maar een overweldigend "doén!' uit de zaal, doet hem zwichten. In een lang betoog hekelt Lanoye dat er tijdens Antwerpen Culturele Hoofdstad helemaal niets aan literatuur wordt gedaan. Het geld dat aanvankelijk voor literatuur bestemd was, gaat nu naar een "cahierproject' van een filosoof die luistert naar de naam Bart Verschaffel. Deze wil "teksten" en videoprogramma's laten maken over onderwerpen als 'de stad als warenhuiscultuur'. Lanoye laat weten niets tegen filosofen te hebben, zolang ze maar van de literatuur afblijven. “De meeste filosofen zijn mislukte schrijvers, en soms zijn schrijvers mislukte filosofen.”

Op zaterdagavond wordt Harry Mulisch geïnterviewd door de Vlaamse criticus Jos Borré. Het is een interview vol misverstanden. Mulisch is al geïrriteerd omdat de Belgische televisie op het laatste moment een interview met hem heeft afgelast en wanneer Borré laat merken weinig van zijn onderwerp te weten, wordt zijn stemming er niet beter op.

“U, meneer Mulisch, die zoveel in de oorlog heeft meegemaakt...” begint Borré. “Ik?” reageert Mulisch, “er zijn heel wat mensen die ergere dingen in de oorlog hebben meegemaakt. Ik heb bijna niets meegemaakt.” Gevraagd naar zijn Cubaanse engagement zegt Mulisch: “Sinds de omwenteling wil men van mij horen dat ik me heb vergist. Maar ik was destijds enthousiast en ik spuw nu niet in de bron waaruit ik heb gedronken.” De laatste vraag van Jos Borré is symptomatisch voor zijn werkwijze: “Meneer Mulisch, u hebt eens gezegd dat er in een roman geen mus van het dak mag vallen zonder dat dit iets betekent...' Mulisch neemt de moeite niet meer om de interviewer tegen te spreken. Getergd legt hij nog even kort uit wat de taak van de schrijver volgens hem is.

    • Reinjan Mulder