De Wolf: "Zo fel heb ik Romario niet vaak gezien'

EINDHOVEN, 5 OKT. John de Wolf, de centrale verdediger die volgens de Feyenoord-adepten het gezicht van de Oranje-verdediging indrukwekkend zou kunnen maken, zei het verontschuldigend: “Zoals Romario speelt, zich laat terugzakken, je dan komt opzoeken en je uitspeelt, ik zou niet weten wie in Nederland hem dan kan afstoppen.” Nee, geschaamd had hij zich niet voor de manier waarop hij door de Braziliaan met name in de eerste helft was "gedold'. “Ik weet wie het deed. Dan kan ik me daar wel bij neerleggen.”

Maar stond De Wolf niet te boek als een de enige Nederlandse verdediger die Romario aankan? Natuurlijk, beaamde de Feyenoorder, had hij “altijd” goed tegen hem gepresteerd. Maar er zijn nu eenmaal van die dagen, dat Romario niet te stuiten is. “Hij was fel en scherp. Zo heb ik hem niet vaak gezien.”

Uitdagend was Romario ook, zoals een aanvaller die in vorm is. De Braziliaan zocht de man van wie hij veronderstelde dat hij zijn mandekker was, gewoon op, ging met de rug naar hem toe staan, en vroeg veel om de bal. Riskante manoeuvres voor een verdediger, omdat een overtreding zo gemaakt is. Dat voelde De Wolf snel aan. “Maar ik had niet het idee dat hij overtredingen uitlokte. Alleen in de eerste vijf minuten vroeg hij een keer bij de scheidsrechter om geel. Maar hij kreeg het natuurlijk makkelijker toen ik wel geel kreeg. Dan pas je toch op. Hij was er niet op uit om mij te naaien. Hij wist vandaag gewoon dat hij sterk was.”

Zo agressief als hij er probeert uit te zien, zo beminnelijk is hij in werkelijkheid. De Wolf wees op de vriendschappelijke aai die hij in de tweede helft over Romario's wang gaf. “Ik had hem net met een sliding proberen te pakken. Ik kreeg een vrije trap. Hij liep naar me toe, we keken elkaar aan en begonnen allebei te lachen. Op dat moment weet je dat je allebei beseft waar je mee bezig bent.”

Hij zocht niet naar verontschuldigingen. “Ik niet fit? Het wordt wel mode hè om dat te vragen”, reageerde hij fel. “Als ik niet fit ben speel ik niet.” Hij had deze middag gewoon de lastigste tegenstander van Nederlander. Reëel is het niet om deze wedstrijd te laten meewegen in de beoordeling of hij wel dan niet in het Nederlands elftal hoort. Zo traag, zo'n slechte motoriek, zo'n gebrekkige balbeheersing. Dat hij niet in de selectie past, beseft hij zelf terdege. Hij heeft er ook nog nooit nadrukkelijk gesollicteerd. Dat doen anderen, die er belang bij hebben, wel voor hem.

Dat zijn directe tegenstander van deze middag de sleutelfiguur van de, door toedoen van het negatieve en onbeholpen Feyenoord, vaak saaie wedstrijd zou worden, was niet het gevolg van De Wolfs optreden. Die hoofdrol eiste Romario zelf op, in hoogst eigen persoon. Met de grilligheid van een vedette. Doorgaans is zijn nonchalance bij strafschoppen zijn sterkste punt, dit keer had hij de pech De Goey in de goede hoek te vinden. Voor de PSV-leiding niettemin een reden om de volgende strafschop door Vanenburg te laten nemen. En dat de bal die Romario in de laatste minuut van Kieft voor open doel kreeg aangegeven, opstuitte, maakte het afrondende werk alleen maar lastiger. Maar goed, voor een heilige geen genade. En voordat de verzamelde pers in de catacomben ook maar mocht hopen op een schuldbekentenis van Romario, was het zorgenkind al door een achterdeur verdwenen.

Assistent-trainer Arnesen weigerde de schuld op schouders van Romario te leggen. “Hij speelde toch af en toe fantastisch. Hij zwierf van links naar rechts, liet zich terugzakken. Een penalty missen kan gebeuren, zo'n kans missen ook. Het had voor die tijd al 2-0 of 3-0 moeten zijn. PSV speelt toch veel beter. Maar als het tweede doelpunt uitblijft, zie je twijfels in het elftal komen. "Wat moeten we doen?' De 1-0 vasthouden of toch proberen 2-0 te scoren. Dan valt er een leegte. In de laatste tien minuten zag je ineens weer felheid. Toen kregen we ook weer kansen. Dat het dan gelijk wordt is jammer. Maar toch leuk voor de wedstrijd?”

Van Tiggelen, de verdediger over wiens voet de Feyenoorder Kiprich in blessuretijd viel, gaf toe dat de strafschop die hij veroorzaakte terecht was. De uitslag was zijn insziens wèl onterecht. “We hebben Feyenoord in de eerste helft toch van de mat gespeeld. Maar ik had nooit meer gedacht dat dit nog mogelijk was.” Hoewel hij deze middag, totdat Kiprich inviel, niets te vrezen had van de Feyenoord-aanval (Taument en Blinker waren volkomen kansloos tegen respectievelijk Heintze en Van Aerle) wekte Van Tiggelen de indruk nog altijd een indrukwekkende verdediger te zijn. Zo midden in de periode dat de verdediging van het Nederlands elftal om versterking vraagt, is de vraag of hij nog weleens aan Oranje denkt, zo gek nog niet. Maar: “Gesloten boek voor mij. Ik bemoei me nergens meer mee. Die periode is voorbij.”

    • Guus van Holland