CDA en PvdA willen minder huurverhoging

DEN HAAG, 5 OKT. CDA en PvdA vinden dat de huurverhoging in de particuliere sector volgend jaar moet worden afgeremd. De PvdA wil de huren van particuliere woningen met niet meer dan de inflatie laten stijgen.

Volgens de meest recente schattingen zal de inflatie in 1993 drie procent bedragen. Het CDA beraadt zich nog op de huurverhoging voor particuliere woningen, maar het Tweede-Kamerlid Koetje zou zich een percentage van 5,5 kunnen voorstellen. Verhuurders, zowel in de sociale als in de particuliere huursector, mogen volgend jaar van staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) tot op zekere hoogte zelf de huurverhoging vaststellen. Het toegestane maximum is 7,5 procent.

De Kamerleden vrezen dat in het bijzonder de particuliere verhuurders voor dat maximum zullen kiezen. “En dat is volstrekt niet de bedoeling”, aldus het Kamerlid De Pree (PvdA). In Nederland staan ongeveer 750.000 particuliere huurwoningen en zo'n 2,4 miljoen sociale huurwoningen, die grotendeels eigendom van woningbouwverenigingen zijn.

De Kamerleden werden zaterdag op een hoorzitting van de Nederlandse Woonbond in Den Haag geconfronteerd met protesten tegen de huurverhoging. Desondanks steunen CDA en PvdA de voorgenomen huurverhoging voor de sociale sector. Woningbouwverenigingen mogen zowel huren verlagen als met maximaal 7,5 procent verhogen, zolang ze ervoor zorgen dat de gemiddelde huurverhoging voor hun woningen op 4,75 procent uitkomt. Het rijk vermindert de exploitatiesubsidie met 5,5 procent.

In november overlegt de Tweede Kamer met staatssecretaris Heerma over de huurverhogingen. Een probleem dat daarbij aan de orde komt, is de vraag of het juridisch mogelijk is een onderscheid te maken tussen de particuliere en de sociale huursector en de daarin door te voeren huurverhogingen.

CDA en PvdA willen verder dat groeigemeenten als Almere en Zoetermeer bij de huurverhogingen in de sociale sector enigszins worden ontzien, zodat de gemiddelde huurverhoging daar lager dan 4,75 procent zou worden. In dergelijke gemeenten staan relatief veel duurdere huurwoningen.

In het systeem dat staatssecretaris Heerma voor ogen staat kunnen de huren van woningen die weinig geliefd zijn - dikwijls flatwoningen - minder worden verhoogd of zelfs verlaagd, als daar tegenover staat dat andere, wel populaire woningen een extra huurverhoging krijgen. Maar omdat juist in groeikernen woningbouwverenigingen een weinig gevarieerd bezit kennen, hebben ze daar ook minder mogelijkheden om met de huurverhoging te variëren, terwijl de na-oorlogse flats relatief wel duur zijn.