Badminton wanhopig over afwezigheid toeschouwers; Bond: Moderne marketingtechnieken eigen zien te maken

DEN BOSCH, 5 OKT. De Nederlandse Badminton Bond begint zich wanhopig af te vragen wat er gedaan moet worden de achterban bij de internationale evenementen op de tribunes te krijgen. Aan de prestaties kan het niet liggen, want zowel bij de voorronde van het wereldkampioenschap voor landenteams in februari als bij de open Nederlandse titelstrijd waren de prestaties voortreffelijk. Bij het eerste evenement bleven de toeschouwers echter massaal weg, terwijl de afgelopen vijf dagen in totaal niet meer dan 3500 toeschouwers de Bossche kassa's passeerden.

Bondsvoorzitter Nouwt was “niet ontevreden” over het weekeinde, maar, voegde hij er zelfkritisch aan toe, “we moeten onze evenementen weleens stevig onder de loupe leggen. Het moet mogelijk zijn om veel meer publiek te trekken. Wellicht met kortere, meer spectaculaire toernooien.” Al langer dan veertig jaar organiseert de NBB de internationale kampioenschappen van Nederland. De namen wisselen weliswaar - dit jaar heette het evenement de Forbo Parade Open - maar de opzet verandert nauwelijks. De kleine wijzigingen van de laatste jaren hebben eerder negatief dan positief gewerkt. Onder druk van de overkoepelende IBF moeten de kwart-, halve en hele finales over drie dagen worden verdeeld. Dat leidt tot een opgerekt en daardoor weinig interessant programma.

Daar komt bij dat badminton op promotioneel gebied al jaren achter de feiten aanloopt. “We moeten ons de moderne marketingtechnieken eigen maken,” geeft toernooidirecteur Eric Bakker toe. “Maar het probleem binnen onze bond is dat er nogal wat heilige huisjes moeten worden gesloopt. Veranderingen komen daardoor langzaam tot stand.” Veel tijd heeft de bond niet. Want over anderhalf jaar staan de EK op het programma. De plaats van handeling is dan andermaal de Bossche Maaspoorthal. “En dan,” weet Nouwt, “moet de hal gewoon vol zitten. Het kost te veel geld als er zoveel plaatsen leeg blijven. We zullen in rap tempo acties moeten opzetten om dat toernooi te promoten.”

Aan de Nederlandse spelers zal dat niet liggen. Na het echec van de EK in Glasgow en na het verwerken van de Olympische kater werd er voortreffelijk gepresteerd. Met name door Jeroen van Dijk en Chris Bruil, die door het NOC werden gepasseerd voor Barcelona. Van Dijk bewees met zijn finaleplaats dat hij ten onrechte bij de Olympische Spelen moest wegblijven.

En datzelfde gold in feite ook voor Bruil, al was zijn optreden minder in het oog springend. Bondscoach Franssen: “Terecht gaat de meeste aandacht uit naar Van Dijk. Die heeft het met zijn tweede plaats voortreffelijk gedaan. Maar we moeten niet vergeten, dat Bruil op de drempel van een overwinning stond tegen Espersen. Dat is een van de beste Denen. Hij won brons bij de EK.” Opmerkelijk was ook het zilver van het mannendubbel Bruil/Michels. Voor het eerst serieus samen spelend, klopten de twee het Engelse koningskoppel Ponting/Wright. In de eindstrijd - de meest spectaculaire van de vijf finales - verloor het duo in twee games van een Maleisisch dubbel.

Voor de debuterende bondscoach Franssen was het toernooi volledig geslaagd. Met vier plaatsen in de halve finales en twee keer zilver voldeed de Oranje-selectie volledig aan de verwachtingen. En ook kon de Limburger constateren, dat er nog een toekomst is na de toppers Eline Coene en Astrid van der Knaap. Bij de mannen is de toekomst verzekerd met Bruil en Van Dijk (beiden 21 jaar) en met nog aanzienlijk jongere spelers als Van Soerland, Leunissen en Kuijten. Bij de vrouwen heeft Franssen in de categorie 14/15-jarigen Europa's grootste talenten in huis. Vooral Arnhem-speelster Brenda Beenhakker (15) kan ver komen. De manier waarop zij een game lang partij gaf aan de in China geboren wereldtopper Lim (in de verlenging 10-12 verlies) sprak tot de verbeelding.

De vraag die in De Maaspoort bleef hangen, was welke trainer binnenkort door Franssen wordt aangesteld als diens assistent. De Limburger zegt zelf een voorkeur te hebben voor Rob Kneefel, tot voor kort de nummer twee achter ex-bondscoach Martijn van Dooremalen. “Het probleem is echter, dat Rob de laatste tijd via de pers op zo veel tenen heeft gestaan, dat ik nog niet kan garanderen dat hij op korte termijn kan worden benoemd. Hij heeft vooral Van Dooremalen en manager Jan Wiggers hard aangepakt. In ieder geval komt er een gesprek tussen Kneefel en onze bondsvoorzitter en dat kan wel eens heel verhelderend werken.”

    • Ted van der Meer