Wereldomroep: advies Mediaraad schandelijk

ROTTERDAM, 3 OKT. “Schandelijk, ongekend.” Directeur Drs. M. Dijkstra van de Wereldomroep is woedend op de Mediaraad, die gisteren de minister van WVC heeft geadviseerd het op het buitenland gerichte radiostation maar eens grondig "te herijken'. “De werkzaamheden van de Wereldomroep zijn voor een belangrijk deel achterhaald”, begon het bericht dat de Mediaraad gisteren verspreidde. “De taakinhoud zal moeten worden aangepast aan die doelgroepen, voor wie de uitzendingen in deze tijd zinvol zijn”. Maar om welke "achterhaalde werkzaamheden' het gaat wordt in het rapport niet duidelijk en wat de doelgroepen betreft kan de Mediaraad slechts melden dat voor "oude migranten' een nieuwe "categorie' in de plaats is gekomen, die zich vooral in Zuid-Europa bevindt.

“In het rapport staat ook niet zo expliciet dat de werkzaamheden achterhaald zijn”, meldt desgevraagd mevr. A. Mol van de Mediaraad. “Wij veronderstellen dat dat het geval zal zijn. Er zullen een aantal prioriteiten moeten worden gesteld. Vanuit de overheid moet sturing van de Wereldomroep plaatsvinden. Dat gebeurt nu niet.”

De Mediaraad vindt de Wereldomroep niet uitsluitend een aangelegenheid van de minister van cultuur, maar meent dat ook de ministers van buitenlandse zaken en van economische zaken zeggenschap in het radiostation moeten hebben. De ministers zouden zich moeten buigen over de vraag of de Wereldomroep moet blijven voortbestaan in zijn huidige vorm, of dat meer aan bijvoorbeeld exportbevordering via het medium moet worden gedaan of aan ontwikkelingssamenwerking. “Het gaat om de vraag of de Wereldomroep een journalistiek- of een voorlichtingsapparaat moet zijn”, aldus Mol. “Het is duidelijk dat dit ook financiële consequenties zal hebben.” Want in ruil voor zeggenschap in de Wereldomroep zouden de ministeries van BZ en EZ moeten meebetalen aan het station, dat nu geheel uit de omroepbijdragen wordt gefinancierd. De Mediaraad vindt dat de Wereldomroep met minder geld toe kan dan de 70 miljoen die het nu ontvangt en dat het station nauwer moet samenwerken met de binnenlandse omroepen.

Directeur Dijkstra van de Wereldomroep is niet alleen verontwaardigd over de inhoud, maar ook over de gevolgde procedure. “Er is niet meer dan 2,5 uur met ons gepraat in het half jaar dat de raad met dit advies bezig is geweest, dat is ongehoord.” Dijkstra zegt dat het rapport vol “onevenwichtigheden en onjuistheden” zit. “Niet vreemd, als je maar zo kort met ons hebt overlegd.” Wat de Mediaraad voorstelt met de Wereldomroep te doen, is volgens Dijkstra “een concentratie van overheidsinmenging die nergens ter wereld voorkomt”.

“Wij hebben een wettelijke opdracht en voeren die op journalistieke wijze uit. Wat de Mediaraad wil is van ons een uitgebreide Rijksvoorlichtingsdienst maken.” Dijkstra zegt het voorstel meerdere ministeries te betrekken bij de Wereldomroep vanuit een oogpunt van financiering nog wel te kunnen begrijpen, maar vanuit een inhoudelijk oogpunt onacceptabel te vinden. De Wereldomroep zal de komende week studeren op een passend antwoord aan de minister. Afgelopen donderdag stuurde de Wereldomroep een meerjarenplan aan het Commissariaat voor de Media. Volgens de omroep zal uit dit nog niet gepubliceerde plan blijken dat de Wereldomroep geenszins een "ouderwets bedrijf is dat niet nadenkt over de toekomst'.

De aanleiding voor het advies van de Mediaraad is het verzoek van minister d'Ancona in maart van dit jaar een plan te bekijken van de Wereldomroep om een Europees cultureel programma te maken. Dit plan noemt de raad in het advies "niet zinvol'.

De Mediaraad is een op 21 september ingesteld adviesorgaan met de taak “de regering, zowel daartoe strekkend op verzoek van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur danwel een andere minister, als eigene beweging, van advies te dienen omtrent alle met radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie in verband staande onderwerpen”. Voorzitter van de raad is A.A. van der Louw.

    • Zeger Luyendijk