Wat Praag is voor Bratislava, is Bratislava voor Kosice; Met zoveel minderheden verwacht men hier niets van het Slowaakse chauvinisme

KOSICE, 3 OKT. De fonteinen tussen de kathedraal en het concertgebouw in Kosice beginnen tegen de avond, elke avond, vreemd te spuiten. Op de maat van bioscooporgelmuziek die ergens vandaan weerklinkt wordt het water krachtiger of juist minder hoog de lucht in gejaagd, terwijl tegelijkertijd rode, groene en blauwe schijnwerpers de stralen verlichten. Een waterorgel! Ontworpen door de Hongaarse pionier van de lichtkunst Gyula Kosice. In het park rondom de fontein verzamelen zich elke avond de verliefden van de stad en vergapen zich in de beschermende schemering aan een schouwspel dat in al z'n symboliek tegen een pornofilm aanhangt: hoe opzwepender en harder de muziek, des te feller de kleuren, en des te hoger spuiten ook de fonteinen. Inderdaad, Kosice is anders!

Een paar maanden geleden, nog voor de Tsjechoslowaakse parlementsverkiezingen die zo'n ingrijpende wijziging hebben gebracht in het politieke evenwicht in Midden-Europa, had men me al gewaarschuwd: wat Praag is voor Bratislava is Bratislava voor Kosice. Kosice is de meest oostelijke grote stad in Tsjechoslowakije, gelegen in een gebied dat op het kruispunt ligt tussen de Poolse, de Oekraïense en Hongaarse cultuur. Welteverstaan: in Slowakije. Maar hier wonen dus niet alleen Slowaken, maar ook veel Hongaren, Polen, Oekraïeners, Roethenen, zigeuners, ja zelfs Vietnamezen.

In Kosice lijken geen problemen te bestaan van minderheden. Loco-burgemeester Rudolf Bauer gelooft dat het multiculturele karakter van de plaats in de loop der eeuwen een soort tolerantie heeft doen ontstaan bij de bewoners die elders in Slowakije ontbreekt. Vandaar dat men zich hier keert tegen het door Praag en Bratislava bedisselde schisma dat van Tsjechoslowakije twee staten moet maken. Omdat men daarvan nu eenmaal weinig economisch heil verwacht. Omdat men volstrekt niet inziet waarom de minderheidsrechten van de Hongaren ingeperkt zouden moeten worden. Omdat men gekant is tegen het Slowaakse chauvinisme zoals dat door Bratislava wordt verkondigt. Maar tot grote demonstraties, voor Praag en tegen Bratislava, is het hier ook niet gekomen. Hier pakt men het protest fijnzinniger, ludieker aan. Toen de Slowaken in Bratislava hun nieuwe grondwet plechtig aannamen bijvoorbeeld, verscheen er in Domino, het “Weekblad van Kosice voor mensen van goede wil”, een petitie die kan worden beschouwd als manifest van de levenshouding van de Oostslowaken.

“Dierbare burgers van Kosice”, zo stond in de petitie te lezen, “we moeten de vrije wil van de Slowaakse burgers, uitgedrukt in democratische en wettelijke verkiezingen, volledig respecteren. Iedereen heeft het recht om vrijwillig de manier te kiezen voor burgerlijke, economische en fysieke zelfvernietiging die hij het meest passend acht.(...) We roepen u allen op, burgers van deze prachtige en unieke stad, (...) om het initiatief voor een soeverein Kosice te ondersteunen met uw handtekening.”

Natuurlijk, iedereen had wel direct door dat het hier een grap betrof, maar wel een grap met een diepe bedoeling. Namelijk om te laten zien dat de meer dan een kwart miljoen inwoners van Kosice zich niet klakkeloos neerleggen bij de decreten die straks vanuit Bratislava en niet langer vanuit Praag de politiek zullen bepalen.

Men heeft hier nu eenmaal weinig vertrouwen in de "Slowakije eerst'-campagne die de Slowaakse premier en leider van de beweging voor een democratisch Slowakije (HZDS), Vladimir Meciar, voor en na de verkiezingen heeft gevoerd. Terwijl diens partij in de rest van Slowakije ruwweg een derde tot de helft van de zetels wist te behalen kwam HZDS hier niet verder dan de tweede plaats, na Democratisch Links, de partij van vroegere communisten, die meer federaal is ingesteld.

“Of de bevelen nu uit Praag komen of uit Bratislava, dat maakt voor ons geen verschil”, zegt Ján Baca, een jonge Slowaak wiens vier grootouders allemaal een verschillende etnische achtergrond hebben. Zijn moeder sprak Hongaars met haar eigen moeder, Baca's grootmoeder dus, maar hijzelf spreekt Slowaaks. “De etnische politiek zoals die door HZDS wordt gevoerd leidt tot tegenstellingen die helemaal niet bestaan. Als ik nu in het dicht bij de Hongaarse grens gelegen geboortedorp van mijn moeder kom word ik ineens als een vreemde gezien, omdat ik Slowaaks spreek.”

De anti-Tsjechische en pro-Slowaakse retoriek van HZDS wordt in Kosice met enige ongerustheid en een flinke dosis laatdunkendheid gevolgd. Hier weet men maar al te goed dat de staalindustrie, de pijler van de welvaart in dit gebied en een van de weinige winstgevende industrieën van Slowakije, sterk afhankelijk is van goede betrekkingen, ook op economisch gebied, met de Tsjechische landen. Zeker veertig procent van de produktie gaat immers naar het westelijke deel van wat tot 1 januari de Tsjechoslowaakse federale republiek heet. En daarna?

Een lid van de raad van bestuur van het staalbedrijf VSZ zegt dat alles ervan afhangt of er een tolunie tussen de Tsjechische landen en Slowakije blijft bestaan. “Iedereen is zich ervan bewust dat we de Tsjechische markt nodig hebben, evenals de Tsjechen de onze, en wel tegen aangepaste prijzen. We hebben intensief contact met onze Tsjechische partners om op hetzelfde niveau te blijven. Maar als er daarentegen twee volkomen verschillende economische velden zouden ontstaan, doordat Bratislava een andere economische en monetaire politiek voert, dan zouden beide kanten verliezen.”

Dusan Bircak, een jonge student diergeneeskunde aan de universiteit van Kosice, maakt zich zorgen over de toekomst. “Ik hoop dat die splitsing geen negatief effect zal hebben op mijn leven, maar ik geloof die propaganda van de Slowaakse regering niet dat het over een jaar of drie allemaal beter wordt. De mensen hier kunnen de prijsstijgingen die er aankomen helemaal niet aan.”

Dusan zelf in geen geval. Hij moet zien rond te komen van 1500 kronen per maand (honderd gulden), rond een kwart van het salaris van zijn vader. Maar de meeste zorgen baart hem de politiek van HZDS waardoor de verschillen tussen de etnische groepen worden aangescherpt. “In de plaats waar ik vandaan kom, Levice, ten oosten van Bratislava aan de Hongaarse grens, is een derde van de bevolking Hongaars. Er worden daar elke avond vliegoefeningen gehouden door de luchtmacht, zogenaamd om te laten zien hoe alert men wel is. In de lucht is het een voortdurend gedreun en zo nu en dan neemt een vliegtuig een duik en vliegt laag over de huizen. Alsof ze een aanval uitvoeren. Waar is dat goed voor? Om de Hongaarse minderheid te intimideren? De Slowaken worden er evengoed gek van.”

In dezelfde categorie valt volgens Dusan het incident tijdens een recente voetbalwedstrijd in Bratislava tussen de plaatselijke kampioen en Ferencvaros uit Boedapest. Daar werden veertien Hongaarse supporters afgetuigd door leden van de gemaskerde oproerpolitie terwijl daarvoor geen enkele aanleiding bestond. “Waarvoor is het nodig om op die manier spanningen te wekken tussen de naties”, vraagt Dusan zich af. “De mensen hier worden bang dat er steeds meer van dat soort incidenten zullen komen en dat dergelijke conflicten uiteindelijk zullen escaleren tot een burgeroorlog.”

Maar voor het zover is zal Kosice waarschijnlijk hebben afgehaakt. Het heeft tenslotte een rijke geschiedenis achter zich als regionaal machtscentrum, zelfs tijdelijk, aan het eind van de Tweede wereldoorlog, als hoofdstad van Tsjechoslowakije.

Bij de staalfabriek gelooft men dat het zo'n vaart niet zal lopen. De Slowaakse regering moet zich ervan bewust zijn dat ze de belastinginkomsten uit dit gebied hard nodig heeft en dat een serieuze afscheidingsbeweging in Kosice haar alleen maar duur zal komen te staan.