Voorlichting aids op het werk schiet te kort; Er wordt onvoldoende rekening gehouden met emoties

AMERSFOORT, 3 OKT. De voorlichting over aids aan mensen die op hun werk het gevaar lopen besmet te worden, schiet te kort. Er moet minder krampachtig worden gedaan over sociale gevoeligheden als het bestaan van risicogroepen. Ook moet er een beter evenwicht komen tussen de boodschappen "pas op' en "geen paniek'. Dit zei F. Cobelens gisteren op een studiedag over arbeidsomstandighedenbeleid en aids.

Meer dan honderd bedrijfsartsen, maatschappelijk werkers, personeelsfunctionarissen en anderen die zich met arbeidsomstandigheden bezighouden, waren gisteren in Amersfoort bijeen om kennis op te doen over besmettingsrisico's en preventiestrategieën. Van een besmettingsrisico is sprake in alle beroepen waarbij men met bloed in contact komt. Dat geldt voor veel medische beroepen, maar ook voor politie, brandweer, gevangenisbewaarders, schoonheidsspecialistes en kappers. De beste manier om het besmettingsrisico verkleinen, is veelal het toepassen van veiliger werktechnieken. Zo zouden verpleegkundigen en artsen gebruikte naalden niet terug moeten steken in het hoesje, maar direct moeten opbergen in een harde container. Een bedrijfsarts in een ziekenhuis meldde dat hij in een week zes maal was geconfronteerd met medewerkers die zich hadden geprikt bij het terugsteken van de naald in het hoesje.

Niet bekend

Over de arbeidsgeschiktheid van seropositieven en aidspatiënten zijn geen algemene uitspraken te doen, concludeerde J. Faas, arts bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst in Amsterdam, waar 675 personen met HIV-besmetting in ziektewet- en WAO-bestand zitten. Een belangrijke factor die bepaalt of iemand weer aan het werk kan, is vaak of de collega's iemand met aids in hun midden accepteren. Hij wil dat werkgevers zich tevoren afvragen wat ze moeten doen als een van hun personeelsleden geïnfecteerd blijkt met HIV. In enige Deense en Amerikaanse bedrijven is al een dergelijk beleid opgesteld.

    • Dick van Eijk