Uiteindelijk telt de economie

WASHINGTON, 3 OKT. De dagelijkse verkiezingsruis in de media overstemt wat zich werkelijk afspeelt in de hoofden van de Amerikaanse kiezers. Veel belangrijker dan de wederkomst van messias Perot, de vorm van de debatten tussen de kandidaten, de campagnestrategieën en de beschuldigingen over en weer van de kandidaten zijn de economische cijfers. En die zijn nog steeds slecht.

Gistermorgen kwamen de nieuwe werkloosheidscijfers uit. Het was een meevallertje voor Bush, want er was een onverwachte daling van 0,1 procent naar 7,5 procent. Toch versluieren deze cijfers bijvoorbeeld dat vorig jaar 40 procent van de beroepsbevolking in deeltijd werkte en op zoek was naar een volledige baan. Begin deze week vertoonde de index van belangrijkste economische cijfer een verdere daling en economen vrezen voor een derde dal in de recessie. De cijfers van het consumentenvertrouwen vertellen wat de Amerikanen zelf van de economie vinden en bepalen dus zijn houding tegenover de politiek. Dat vertrouwen is weer op een nieuw dieptepunt aangeland.

Hoe briljant de strategen van Bush ook zijn, om dergelijke harde feiten kunnen ze niet heen. In het Amerikaanse districtenstelsel zijn er geen nuanceringen van vijf partijprogramma's zoals in Nederland, waar bijna elke stem telt, maar er blijft alleen één winnaar over met een of meer verliezers. Als de economie niet goed marcheert, geeft de kiezer er een trap tegen door niet op de zittende president te stemmen. Alles is beter dan dit, is zijn conclusie.

De verkiezingsprogramma's zeggen weinig over wat een presidentskandidaat werkelijk in het Witte Huis gaat doen. De programma's zijn de touwtjes om een rammelend voertuig van tegengestelde belangen bij elkaar te houden, in contrast met de politieke tegenstander. Bush heeft twee weken geleden in Detroit een algemeen toegejuichte economische toespraak gehouden over het vrije ondernemen, maar er wordt nauwelijks meer naar hem geluisterd. De kiezer kijkt eerder om zich heen en ziet weinig dat hoop geeft.

Tijdens het voorseizoen van de verkiezingen is het leuk om tegen het systeem te schoppen door aan opiniepeilers te zeggen dat je op antipoliticus Ross Perot stemt. Maar tegen 3 november beseffen de meesten dat hun stem op Perot verloren zal gaan. De echt ontevredenen zullen alles liever willen dan Bush, die voor de status quo staat. En een stem op Perot zou Bush wel eens kunnen helpen. Daar hoopt de president ook op. Bij fel omstreden staten kan Perot de weegschaal naar een van beide kanten doen doorslaan. Maar volgens een recente peiling van CNN/USA TODAY heeft Perot de hoogste negatieve cijfers. Twee derde van de kiezers is tegen hem, 56 procent is tegen Bush en 38 procent is tegen Clinton.

In het jaar 1988 waren de Amerikaanse kiezers redelijk tevreden. De Berlijnse muur was nog niet gevallen, dus speelde ervaring met buitenlands beleid en defensie een belangrijke rol. Toen de Democratische kandidaat Dukakis in een tank over de velden rolde, schrokken de Amerikanen van deze dartele driestheid, die bij internationale politiek slecht van pas zou komen. Dit jaar hamert Bush tevergeefs op het ontwijken van de militaire dienst door Clinton. Hij heeft deze week zelfs een speciale campagnespot voor op de televisie om nog eens te duidelijk te maken dat Clinton heeft gelogen over zijn Vietnamtijd.

Het meest effectieve strijdpunt voor de Republikeinen is de Democratische voorliefde voor belastingen. In een Republikeinse televisie-reclame wordt voorspeld dat ook de middenklasse onder Clinton meer moet afdragen, terwijl bijna de helft van de Amerikanen vindt dat het overheidstekort uitsluitend aan geldverspilling is te wijten. Maar Clinton slaat terug met de zoveelste vertoning van de gebroken belofte van Bush dat hij de belastingen niet zou verhogen. Bovendien erkennen steeds meer kiezers dat ze de overheid ook nodig hebben voor een betere toekomst en dat ze netto wel eens vooruit zouden kunnen gaan op een helpende hand van boven, verkwistend of niet.

Bush, concluderend dat elke verandering alleen maar beter kan zijn, heeft Clinton deze week verrast met een uitnodiging tot vier debatten. Eerder weigerde hij de door een onafhankelijke commissie voorgestelde debatvorm te accepteren en gaf hij de voorkeur aan een soort gezamenlijke persconferentie. Clinton weigerde daarop in te gaan, want met zijn ruime politieke voorsprong had hij geen debatten meer nodig. Gisteren hebben beide partijen drie debatten afgesproken. Bush heeft Perot er graag bij, zodat het contrast tussen de president en de twee mannen van de oppositie groter wordt. Clinton zegt ook dat Perot welkom is. Hij heeft gemakkelijk praten, want uiteindelijk bepaalt niet hij maar de onafhankelijke commissie welke van de vele onafhankelijke presidentskandidaten mogen meedebatteren. Dat gebeurt op grond van de resultaten van opiniepeilingen. Die zijn bij Perot tamelijk laag.

Dit is de eerste van een wekelijkse rubriek over de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten

    • Maarten Huygen