Tafeltennisbond wil toppers binden met een normaal salaris

BERGEN OP ZOOM, 3 OKT. Hoe hoger Bettine Vriesekoop staat op de wereldranglijst, hoe meer ze in de toekomst zal verdienen. Een dergelijke vorm van honorering is een van de voornemens van de nieuwe voorzitter van de tafeltennisbond, Jacques Tempelaars. Als de bond er in slaagt een nieuwe hoofdsponsor te vinden die 600.000 gulden per jaar beschikbaar stelt, zullen de topspelers er op kunnen rekenen dat ze van hun sport kunnen leven.

Vriesekoop, Mirjam Hooman en Paul Haldan zijn het uithangbord van het tafeltennis in Nederland. Ze zouden, zo zegt Tempelaars, met meer enthousiasme en op een positievere wijze de sport kunnen uitdragen. Maar, zo voegt hij daar aan toe, dat mag je alleen van ze verlangen als de bond ook zelf voldoende voor de toppers doet. “We willen ze financieel binden aan de bond. Dat moet meer zijn dan een onkostenvergoeding. Gewoon een "normaal' salaris. Die vergoeding wordt afhankelijk van hun prestaties.”

Er is één probleem: een nieuwe geldschieter. De tafeltennisbond (NTTB) is een van de vele kleinere sportbonden in Nederland die moeite heeft een hoofdsponsor te vinden. De Engelse verzekeringsmaatschappij Eagle Star Leven heeft aangekondigd het sponsorcontract per 1 februari 1993 te beëindigen. Het bedrijf heeft de afgelopen vier jaar een bedrag van ongeveer een miljoen gulden in tafeltennis geïnvesteerd. De sponsor was niet ontevreden over de "exposure' die dat opleverde, maar het moederconcern in Engeland stelt voor het volgend jaar andere prioriteiten.

De 38-jarige Tempelaars blijft er nuchter onder. Hij is sinds mei voorzitter van de bond en een relatieve buitenstaander in het tafeltennis. Hij speelt pas vier jaar. Met een tweede hands batje met een carbonframe - veel beter materiaal dan nodig, bekent hij - in de zesde klasse van de afdeling. Vanuit zijn achtergrond als register-accountant introduceert hij management-technieken uit het bedrijfsleven in de bond. Op de tiende verdieping van de enige flat in Bergen op Zoom praat hij in een sober ingerichte vergaderzaal over het beleidsplan, over rendement, efficiency en haalbaarheid. Een moderne zakenman met een visie op besturen.

“De club waar ik voorzitter van ben, Hotak '68 in Hoogerheide met 185 leden, heeft een beleidsplan. Dat zijn vijf A4-tjes met de doelstellingen voor de toekomst. Ik dacht tot voor kort dat zoiets heel gebruikelijk was. Maar dat valt tegen. Veel andere clubs blijken alleen pragmatisch te denken, op de korte termijn. De bond had wel een beleidsplan opgesteld met hulp van de Nederlandse Sport Federatie, maar dat was te ambitieus. Die doelen waren niet haalbaar.”

In het beleidsplan-Tempelaars blijft de top belangrijk, maar voor extra investeringen afhankelijk van sponsorinkomsten. Als de bond alleen de inkomsten van contributies, overheidssubsidies en kleinere sponsors heeft te besteden, heeft de basis gelijke rechten. De basis van de sport ligt bij de verenigingen, bij hun accommodaties, bij het opleiden van talent en kader, bij het opvangen van reacratieve spelers. Tempelaars: “Ik bleef hangen bij de club omdat ze niet zei: "Ach, hij is 34 jaar, dat wordt toch nooit meer wat'. Ze vingen me op en wezen me de weg.”

Tempelaars vindt dat de overheid het de sportbonden niet gemakkelijk maakt. Hij zou bijvoorbeeld graag zien dat topspelers mogen sporten met behoud van uitkering. Ook hekelt hij de manier waarop het ministerie van WVC de subsidies (45 miljoen) over de sportbonden verdeelt. Het criterium wordt het ledenaantal. “Dat is alleen een kwantitatief criterium”, zegt hij. “Laat ze op kwaliteit beoordelen. Laat ze de visie en het beleid van de bonden toetsen, door minstens een keer per jaar met de bestuurders te praten. Geef wel geld aan efficiënte bonden, en geen geld aan inefficiënte bonden.” Hij weet zeker dat de NTTB gunstiger voor de dag zou komen dan veel andere bonden al wil hij niet zeggen welke bonden.

De onbelastbare vergoeding voor vrijwilligers wordt verhoogd van achthonderd naar duizend gulden. “Waarom mag dat geen 2500 gulden zijn”, vraagt Tempelaars zich af. Dan heb je vrijwilligers tenminste iets te bieden. Omdat ledenaantallen belangrijk worden, heeft Tempelaars de verenigingen dringend verzocht naast de competitiespelers ook de "basisleden' aan te melden. Daarvan ontbreken er, zo vermoedt hij, 25.000 op een ledental van 46.000. Dat scheelt de bond zes gulden per lid aan contributie en vier gulden per lid aan WVC-subsidie. Een bedrag van een kwart miljoen. De voorzitter is bovendien niet te beroerd met sancties te dreigen als de verenigingen verzuimen de recreanten alsnog aan te melden.

Volgens Tempelaars behoren de conflicten tussen topspelers en coaches, die de bond een slecht imago bezorgden, tot het verleden. Hij trof toen hij voorzitter werd een grote loyaliteit aan bij de mensen die betrokken zijn bij de bond. Paul Haldan bedankte onlangs voor een interland tegen Duitsland, maar dat was volgens Tempelaars omdat Haldan niet fit genoeg was. De bond verlengde het contract met de niet onomstreden technisch directeur Jan Vlieg met een jaar. “Op Jan is zeker het een en ander aan te merken, maar dat kun je niet aan het einde van een contract doen”, schreef Tempelaars in het bondsblad. “Je kan niet iemand ontslaan omdat hij slecht zou functioneren, als je hem daar nog nooit op hebt gewezen”, licht hij toe.

Het periodiek toetsen van de technische staf en het personeel van het bondsbureau, vindt Tempelaars de normaalste zaak van de wereld. De doelstellingen dienen gehaald te worden. Zo gaat het in het bedrijfsleven, zo hoort het in een sportbond.

    • Remmelt Otten