TABOES GEVRAAGD

De mythe van het islamitische gevaar. Hindernissen bij integratie door W. A. R. Shadid en P. S. van Koningsveld 197 blz., Kok 1992, f 35,-- ISBN 90 242 7431 1

Het woord "allochtonen', dat het oudere "buitenlanders' en het nog oudere "gastarbeiders' vervangt, begint alweer te irriteren. Taal biedt geen remedie tegen wat de stigmatisering van groepen heet. En hoe driftiger de mensen uit zo'n groep worden gestigmatiseerd of zich gediscrimineerd voelen, des te korter blijven de begrippen waarmee zij worden geïdentificeerd respectabel. Het toch tamelijk objectieve woord Turk is inmiddels een scheldwoord en wordt als zodanig opgevat. Je vraagt je af hoelang het woord moslim nog meegaat.

Moslims worden gediscrimineerd in Nederland en dat is een van de voornaamste redenen dat een groot deel van hen in sociaal-economisch opzicht achterblijft bij autochtonen (een woord dat zoveel betekent als "blanken'). Voor de integratie van moslims, en dan vooral die uit Marokko en Turkije, in de Nederlandse samenleving is het noodzakelijk dat ""negatieve stereotype uitlatingen in de taboesfeer worden getrokken''. Cursivering en redenering komen van W.A.R. Shadid en P.S van Koningsveld, schrijvers van het boek De mythe van het islamitische gevaar.

De discriminatie van moslims om hun afkomst wordt volgens de schrijvers verpakt in "anti-islamisme', omdat racisme niet meer zou aanslaan in deze tijd. Maar in feite is het een variant op het antisemitisme menen Shadid, antropoloog in Leiden en Van Koningsveld, aan dezelfde universiteit hoogleraar islam in West-Europa. Ieder voor zich en ook samen hebben zij in de loop der jaren een stapel boeken geschreven die inzicht geven in de cultuur en in de maatschappelijke positie van moslims in West-Europa.

De positie van moslims wordt volgens hen bedreigd door de mythe dat de islam zo langzamerhand een gevaar begint te worden voor de Nederlandse samenleving. Geen dijk zou nog zwaar genoeg zijn om de Hollandse normen en waarden van te beschermen tegen de vloedgolf van vreemde gewoonten, kookluchtjes en huidskleuren die de nieuwkomers meebrengen.

WEZENSKENMERKEN

Het boek begint met een potsierlijke opsomming van citaten uit boeken, tijdschriften en interviews waarin verschillende mensen onbekommerd hun vooroordelen spuien. Dat de moslims de Nederlandse werknemers van zijn baan beroven - terwijl de werkloosheidspercentages van Turken en Marokkanen vier keer zo hoog liggen als die van de autochtonen. Dat ze allemaal fundamentalisten zijn, dat ze hun vrouwen slecht behandelen, of met vier tegelijk trouwen, dat ze heimelijk tegen Westerse waarden als de vrijheid van meningsuiting zijn, dat ze agressief zijn (een bekentenis van "Mohammed Rasoel', de pseudo-moslim die de Nederlanders in 1990 waarschuwde voor zichzelf en zijn soortgenoten) en dat ze op bloeddorstige wijze dieren slachten.

Die wezenskenmerken, gecombineerd met de grote aantallen waarmee de moslims naar Nederland komen - er wonen nu ongeveer 450.000, dat is zo'n 2,5 procent van de Nederlandse bevolking - maken hen tot een gevaar. Zo kon de BVD, op zoek naar bestaansrecht na de val van het communisme, wijzen op de dreiging van etnische, politieke of religieuze conflicten die uit het Midden-Oosten hiernaartoe zouden overslaan.

Het treurige is, en daar hebben Shadid en Van Koningsveld zeker gelijk in, dat deze uitspraken eigenlijk zelden worden weersproken. Integendeel, iemand als Bolkestein wordt keer op keer geprezen dat hij een taboe heeft doorbroken omdat hij zulke harde uitspraken over minderheden durft te doen. Zijn hameren op de onaanvaardbaarheid van volstrekt marginale verschijnselen als vrouwenbesnijdenis doet denken aan een Afrikaan in Spakenburg die meent dat Nederlanders geen tv mogen kijken, geen spijkerbroek dragen en 's zondags twee keer naar de kerk moeten.

ÉÉN KANT

De angst voor moslims is geworteld in de oude tegenstelling christendom-islam, denken zij. En hier wordt voor het eerst duidelijk dat de schrijvers, in hun ijver om het kwaad der vooroordelen te bestrijden, met dit boek voornamelijk één kant van het kwaad belichten, de Westerse kant.

Tijdens de kruistochten zouden de Franken al hebben gediscrimineerd door zichzelf als een door God geliefd volk te zien. Zou er één moslim tussen Damiate en Akko hebben rondgelopen die van zijn eigen volk niet hetzelfde dacht? En om de moslims vooral als slachtoffers te kunnen opvoeren, schrijven Van Koningsveld en Shadid wel over de kruistochten en over het kolonialisme, maar geen letter over de Arabische en Turkse veroveringsoorlogen - dat mocht eens dreigend overkomen.

Sinds de jaren tachtig is in Nederland de tolerantie ten aanzien van moslims geslonken. Volgens de schrijvers zou een derde van de autochtone bevolking voor een verbod op de islamitische gebruiken zijn. Het is duidelijk, als het anti-islamisme zo sterk is ingebed in een samenleving - zo sterk dat de politici er gebruik van beginnen te maken - dan zullen de moslims er weinig krediet krijgen. Wat Van Koningsveld en Shadid dan ook doen is de maatschappij de schuld geven van de achterstandspositie van moslims: ""De bereidheid van de samenleving als geheel om de minderheden te accepteren en te integreren is afgenomen''. De feitelijke segregatie in Nederland en de achterstand van de minderheden (Shadid en Van Koningsveld laten hier zelf het begrip "moslim' geruisloos los) is te wijten aan achterstelling. De belemmeringen die in de groep zelf aanwezig zijn, achten zij van ondergeschikt belang.

Zo gaan zij volledig voorbij aan de eenzijdige samenstelling van de bevolkingsgroep waar ze over schrijven. De meeste Turken en Marokkanen die hier naar toe kwamen waren slecht opgeleid, soms zelfs geheel ongeschoold, in ieder geval hoogst zelden hoog opgeleid. Als Nederland morgen een groep van 450.000 Engelsen uit Blackpool en omgeving zou moeten opvangen, zouden al die mensen dan werkelijk leidinggevende functies bezetten?

BAKLAVA

Die achterstand geldt misschien nog sterker voor de Marokkanen dan voor de Turken. De laatste groep heeft zich ook al in beperkte mate kunnen losmaken van de onderkant van de maatschappij. Dat is toch een teken dat de samenleving niet per definitie Turken een halt toeroept op de maatschappelijke ladder.

De overheid is de boosdoener. Die voert dan maar een Nationaal Minderhedendebat waar geen minderheid voor uitgenodigd wordt en waar geen zinnig woord valt. Het doorbreken van de taboes rond minderheden dient volgens de schrijvers vooral om hen eens hard te kunnen aanpakken. Inderdaad zijn er de laatste jaren nogal wat rapporten verschenen waarin heel rigoureuze maatregelen voor allochtonen worden bepleit. Hogere straffen voor Marokkaanse criminelen, bijvoorbeeld. Immigranten zouden een "inburgeringscontract' moeten tekenen, waarin zij beloven weer uit Nederland te zullen vertrekken als zij geen voldoende kunnen halen op hun taalcursussen en hun lessen maatschappijleer. Wat Van Koningsveld en Shadid ongezegd laten is dat geen minister dergelijke voorstellen in een wet heeft gegoten.

Hoe zouden minderheden volgens de schrijvers dan wèl moeten integreren in de Nederlandse samenleving? Er zou structureel ""campagne moeten worden gevoerd voor de verbetering van de interetnische relaties en de verhoging van de wederzijdse acceptatie''. Nu mogen Shadid en Van Koningsveld van mij alles beweren van het Nationale Minderhedendebat, maar niet dat daar niet precies dezelfde vrijblijvende voorstellen zijn gedaan. Politici, projectmedewerkers, politiecommissarissen, wetenschappers en beroepsdebaters hebben een andere oplossing van hun ook al voorgezegd: ""verbetering van de interetnische communicatie in de wijken''.

Sterker nog, omdat tijdens al die bijeenkomsten van het minderhedendebat voortdurend werd aangedrongen dat ""we de wijken in moeten'', hebben er portiekgesprekken plaatsgehad en zijn er wijkcomités gevormd. Voor initiatieven op het gebied van communicatie zijn de autochtone Nederlanders nooit te beroerd.

En de schrijvers pleiten dus ook voor een taboe op negatieve stereotypen. Maar dat is lastig in een wereld waarin mensen hun negatieve ervaringen graag generaliseren en overdragen. En als ze zich uitspreken voor een maatschappelijk verbod op het verwijt dat minderheden bepaalde wijken overnemen, dan realiseren ze zich waarschijnlijk niet dat sommige buurten misschien niet in aantal bewoners, maar toch zeker in karakter zijn "overgenomen'. Wie over de Haagse Hoefkade loopt ziet vooral winkels van en voor allochtonen, tegen die waarneming is geen taboe bestand. Je kunt er hooguit tegenoverstellen dat het helemaal niet erg is dat je in een straat geen varkensvlees kunt kopen. We hebben er baklava en falafel voor teruggekregen.