Stiller dan bij Khan kunnen sitar en raga niet klinken

Concert: Shujaat Hussain Khan (sitar en vocaal) met Sandip Bhattacharya (tabla). Gehoord: 2/10 Vredenburg, Utrecht. Verder te horen: 3/10 Tropeninstituut, Amsterdam, 5/ Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven.

Is het een voorrecht een beroemde artiest als vader te hebben? De meningen hierover zijn verdeeld, maar zeker is wel dat voor een beginnend podiumkunstenaar zo'n vader "wel handig' is. De lucht van de stallen en het klappen van de zweep zijn bekend en de naam vergemakkelijkt de entree. Johann Sebastian en Johann Christian, "Duke' en Mercer, Willy en Willeke, wie kent hun achternamen niet?

Dat familiebanden een rol spelen in de klassieke Indiase muziek blijkt uit het jaarprogramma van de Stichting India-Muziek. Bij vrijwel alle vermelde musici is er wel een vader, oom of oudere broer muzikaal in het spel geweest. In extremo is dat het geval bij sitar-speler Shujaat Hussain Khan, zoon van de beroemde Ustad Vilyat. Op zijn derde begonnen de lessen van zijn vader en al op zijn zevende had hij publiek. Dat een dergelijke opvoeding niet per se tot poeha hoeft te leiden, althans niet van blijvende aard, bleek gisteren in Vredenburg tijdens de "alaap' van Jhinjoti, een "raga' die Khan junior ook op de plaat heeft gezet (CDIM 300).

Dat sitar-spelers pianissimo kunnen spelen, is geen nieuws, maar zo zacht als hij speelt wordt maar zelden gehoord. Zijn glissando-techniek is daarbij zo beheerst dat je je soms afvraagt of het wel echt is wat tot je komt, als in een nacht wanneer je vuurvliegjes ziet. Ook wanneer Sandip Bhattacharya mee gaat doen, blijft de sitar-speler de rust zelve. Gaan met de kont van de tabla meestal zowel het tempo als het volume omhoog, Khan vermijdt deze voorspelbare weg en legde de muziek soms zelfs bijna stil. Slechts een met superieur gemak gespeelde linkerhandmelodie maakt soms duidelijk hoeveel hij in reserve heeft.

Kort voor het eind van het concert ontvouwt Khan zijn credo: “Vroeger wilde ik altijd zo snel mogelijk spelen, maar nu ik ouder ben, geef ik meer om een mooie melodie.” En inderdaad; het slotstuk Majh Khammaj blijft zingen in je hoofd. Dat Khan soms zelf ook begint te zingen, moet hem daarom worden vergeven.