Soeharto: de oude heer die er niet genoeg van krijgt

JAKARTA, 3 OKT. Voor zover iemand er nog aan twijfelde, is die onzekerheid deze week definitief weggenomen: de president van Indonesië, generaal b.d. Haj Mohammad Soeharto ambieert een zesde ambtstermijn. Toen hij enkele dagen geleden terugkeerde van een buitenlandse reis lag er een mooi welkomstgeschenk klaar.

Zowel de regeringspartij Golkar als het machtige Indonesische leger hadden in afwezigheid van het staatshoofd laten weten dat Soeharto volgend jaar opnieuw hun kandidaat is voor het presidentschap. Golkar zou dit nooit openlijk hebben gezegd zonder voorafgaande ruggespraak met de kandidaat. De oude heer heeft er kennelijk nog geen genoeg van.

Het tijdstip van de kandidaatstelling was goed gekozen: Indonesië is sinds 1 september voorzitter van de Beweging van Niet-gebonden Landen en vorige week sprak Soeharto namens de 108 lidstaten de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. De foto van de president op het spreekgestoelte in New York sierde alle voorpagina's van Indonesische kranten en zijn rede werd rechtstreeks uitgezonden via alle televisienetten.

De Indonesiërs konden een gevoel van nationale trots niet onderdrukken toen Bapak (vader) de wereldgemeenschap toesprak in hun eigen landstaal en de golf van patriottisme bereikte een hoogtepunt toen Soeharto voor Indonesië een permanente zetel opeiste in de Veiligheidsraad. In de ogen der Javanen - zowel wat aantal als politieke invloed betreft de toonaangevende bevolkingsgroep van Indonesië - is Soeharto inmiddels "koning der koningen' en zo'n personage zet je niet af tegen zijn wil.

De kandidaat zelf bewaart overigens het stilzwijgen over zijn ambities. Dat duidt niet zozeer op twijfel, laat staan op bescheidenheid. Een Javaans politicus van zijn leeftijd en gezag verlaagt zich niet door zelf te solliciteren naar het hoogste ambt, maar laat zich overhalen. Tegenover journalisten en buitenlandse bezoekers wilde Soeharto alleen kwijt dat wat hem betreft "het volk beslist'.

Het is aan de nieuwe volksvertegenwoordiging om de knoop door te hakken. Dat is gezien de gebrekkig functionerende democratie in Indonesië niet hetzelfde als "het volk', maar men moet roeien met de riemen die men heeft. De regeringspartij Golkar, een bolwerk van ambtenaren en gepensioneerde militairen, weigerde tijdens de verkiezingscampagne van dit voorjaar te onthullen wie ze volgend jaar maart als presidentskandidaat naar voren zou schuiven, kennelijk uit angst om door een voortijdige keuze voor Soeharto stemmen te verspelen van ontevreden jonge kiezers. Golkar moest bij de verkiezingen in juni stemmen inleveren, maar behaalde opnieuw een absolute meerderheid in het parlement.

Het leger is verdeeld over een nieuwe kandidatuur van de zittende president. Een minderheid van officieren ziet liever een andere kandidaat, een andere minderheid is pro-Soeharto en een meerderheid zwijgt en gehoorzaamt aan zijn opperbevelhebber, hoe die ook mag heten. Geen enkele officier of burger van naam had het lef zich op te werpen als tegenkandidaat.

Intussen timmerde Soeharto internationaal stevig aan de weg. Het enthousiasme waarmee de president dit jaar het voorzitterschap van de niet-gebonden landen op zich nam, wees niet op politieke vermoeidheid. Het tegendeel leek waar: Soeharto wekte de indruk dat hij deze prominente rol beschouwde als een kroon op zijn lange loopbaan en het was niet goed denkbaar dat hij die volgend jaar al zou willen overdragen aan een opvolger. Toch stond begin september nog geenszins vast dat de tiende conferentie van niet-gebonden landen, die op dat moment bijeenkwam in Jakarta, een succes zou worden. Daarvoor waren de interne meningsverschillen te groot.

Tegen veler verwachting in slaagde de top. Voortbordurend op een presidentiële goodwill-reis langs een aantal lidstaten, vorig najaar, en maandenlange diplomatieke voorbereidingen, wist voorzitter Soeharto de enigszins gedesoriënteerde beweging nieuw elan te geven. De "boodschap van Jakarta', waarmee de top werd afgesloten, bevatte een nieuwe agenda: hervatting van de Noord-Zuid-dialoog, hulp van succesvolle aan minder bedeelde lidstaten - de zogenoemde Zuid-Zuidsamenwerking en - als klap op de vuurpijl: "democratisering' van de Verenigde Naties.

Na Soeharto's glansrol in New York achtte het politieke establishment de tijd rijp om kleur te bekennen. Golkar-voorzitter Wahono kondigde aan dat zijn partij Soeharto zou kandideren voor een nieuwe ambtstermijn en enkele dagen later volgde het hoofd van de sociaal-politieke afdeling van de strijdkrachten, generaal Harsudyono Hartas, diens voorbeeld. De generaal maakte duidelijk dat de militairen niet zo gauw een alternatief hadden: “Soeharto is Indonesië's grootste zoon.”

Deze week werden de nieuwe parlementariërs ingezworen, vijfhonderd man sterk, waarvan een honderdtal door de president benoemde vertegenwoordigers van de strijdkrachten. Zij moeten in maart beslissen wie de nieuwe president wordt. Tijdens de inhuldigingsceremonie hield Soeharto de aantredende volksvertegenwoordiging voor dat “als gevolg van de dynamiek in onze samenleving nieuwe krachten naar voren komen en nieuwe aspiraties zijn gewekt”. Hij wees daarbij op “de nieuwe thema's die tijdens de verkiezingscampagne naar voren kwamen”.

De president zei het er niet bij, maar de "nieuwe thema's' waren: doorbreking van de monopolies - niet in de laatste plaats die van Soeharto's eigen familieleden - , overbrugging van de kloof tussen arm en rijk en een beperking van het aantal ambtstermijnen van de president tot twee. Of een terugkeer van Soeharto volgend jaar uitdrukking geeft aan die "nieuwe aspiraties' is zeer de vraag.

Nu de opvolgingsstrijd, wat het hoogste ambt betreft, beslist lijkt, bijten politieke analisten zich vast in de vraag wie er volgend jaar vice-president wordt. Die vraag is niet zonder betekenis, want Soeharto is al over de zeventig en niemand weet of hij een zesde ambtstermijn zal afmaken. Zoniet, dan wordt de tweede man automatisch president. De huidig vice-president, oud-Golkar-voorzitter Sudharmono, stuitte in 1988 op krachtig verzet van het leger en komt zeker niet terug. De huidige Golkar-voorzitter, Wahono, verklaarde deze week dat “een meerderheid der Indonesiërs volgend jaar een militair wenst op de post van vice-president”. Op welk opinie-onderzoek hij zich beriep, werd niet duidelijk, maar Golkar schrikt kennelijk terug voor een nieuwe aanvaring met het leger.

In dat geval blijft een drietal kandidaten over: de huidige chef-staf van de strijdkrachten, generaal Try Sutrisno, de minister van binnenlandse zaken en generaal b.d. Rudini en de machtige kabinetschef van de president, majoor-generaal b.d. Moerdiono. Minister Rudini liet zich deze week ontvallen dat de strijd om het vice-presidentschap “wel eens heel levendig zou kunnen worden”.

    • Dirk Vlasblom