Sociale dienstplicht

TERWIJL DE DISCUSSIE zou moeten gaan over de militaire dienstplicht, wil CDA-fractievoorzitter Brinkman nu het debat over de sociale dienstplicht heropenen. Het is al vaker vertoond: zodra er wordt gesproken over de noodzaak van een dienstplichtigenleger omdat daar minder behoefte aan zou bestaan, komt de sociale dienstplicht om de hoek kijken.

In de Tweede Kamer lijkt een meerderheid aanwezig voor het afschaffen van de militaire dienstplicht. Het begin deze week gepresenteerde rapport van de Commissie-Meijer heeft de Kamer niet op andere gedachten gebracht, ofschoon er binnen het CDA wel wat mensen zijn gaan twijfelen.

Het hoofdmotief voor het ter discussie stellen van de militaire dienstplicht is dat het meer en meer als onrechtvaardig wordt beschouwd dat een minderheid van de jongens (42 procent) op onvrijwillige basis twaalf maanden uit de burgersamenleving wordt getild, om hun dienstplicht te vervullen. Dat klemt des te meer in een tijd dat de dreiging van een grootschalig conflict afneemt. Die onrechtvaardigheid kan worden opgeheven door voor alle jongeren een maatschappelijke dienstplicht in te voeren. Maar wenselijk is deze oplossing die past in de categorie "even slecht is ook gelijk' niet.

Wie praat over een algemene dienstplicht voor mannen en vrouwen heeft het al gauw over een groep die tegen de eeuwwisseling zo'n 200.000 personen bedraagt. Mocht de militaire dienstplicht blijven bestaan, en wordt ook rekening gehouden met afkeuringen dan resteert er, volgens een schatting van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een contingent van 100.000 jongeren dat beschikbaar is voor burgerdienst. Zij zouden te werk kunnen worden gesteld in de zorgsector, bibliotheken, musea en gemeentelijke onderhoudsdiensten. Activiteiten die ook nu al door professionele krachten worden verricht. In deze sector zou door de komst van grote groepen burgerdienstplichtigen het marktbeginsel buiten werking worden gesteld.

NEDERLAND HEEFT sinds de introductie van het jeugdwerkgarantieplan (bedoeld om langdurig werkloze jongeren aan tijdelijk werk te helpen) ervaring met vormen van "semi-arbeid'. In de langdurige voorbereiding van dat plan bleek al dat het uiterst moeilijk, zo niet ondoenlijk was werk voor werkloze jongeren te creëren waarbij gewone arbeid niet wordt verdrongen. Een maatschappelijke dienstplicht zou de arbeidsmarkt nog in veel grotere mate verstoren, en eigenlijk ontwrichten.

Sociale dienstplicht is een ultieme vorm van burgerzin. De vraag is of die op deze manier moet worden bijgebracht. De ervaringen met de militaire dienstplicht laten zien dat een dergelijke onvrijwillige arbeidsplicht zelfs tot het tegendeel kan leiden. Maar niet doen dus.