Russische muntenchaos nog ingewikkelder dan EMS

MOSKOU, 3 OKT. Met de roebelbiljetten waarop rechtsboven een roze-groen merkje is gedrukt, hoef je in de Oekraïne officieel niet aan te komen. Ze zijn in de tweede republiek van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) niet geldig. Dezelfde biljetten waarvan de rechterhoek nog keurig wit is gelaten, hebben er daarentegen wel waarde.

Aan de kop van Lenin kan het niet liggen. Die staat namelijk op alle biljetten onder de vijfduizend afgebeeld. Dat er sinds gisteren al 309 roebels in een dollar gaan - de zoveelste waardedaling in een paar dagen van bijna twintig procent - is evenmin de oorzaak. Nee, het heeft allemaal met dat ene opdrukje in de rechter bovenhoek te maken dat de Russische centrale bank er in tweede instantie op heeft laten drukken om duidelijk te maken dat deze roebel pas ná de introductie van de voor Rusland vernederende Oekraïense koepon door de bankpiljettenpers in Perm (Rusland) is uitgegeven. Dat vignetje is voor de centrale bank in Kiev op haar beurt daarom het bewijs is dat zo'n roebel bedoeld is als anti-Oekraïense roebel en is derhalve niet welkom bij de banken in de Oekraïne. Ze zouden de toch al gierende inflatie in het land immers kunnen aanwakkeren.

Alle andere roebels daarentegen worden des te meer met open armen ontvangen. Op de meeste stations en vliegvelden van de onafhankelijke staat staan mensen die niets liever willen dan hun pakken koepons voor roebels slijten. Zelfs in de hal van het Kiev-station in Moskou vertoeven ze. Want er gaan tegenwoordig al bijna twee koepons in één roebel. Begin dit jaar, toen de Oekraïense munt werd geïntroduceerd, was de verhouding nog precies omgekeerd. Waarmee de koepon, die binnenkort hrivna moet gaan heten, de snelst kelderende munteenheid ter wereld is.

In het verkeer tussen Rusland en de Oekraïne bestaan zodoende tenminste drie valutasoorten: roebels, gebrandmerkte roebels en koepons. Dat valt nog mee. Want in de gehele voormalige Sovjet Unie circuleren tegenwoordig maar liefst negen typen geld: behalve deze drie zijn er ook nog de Letlandse roebel (niet te verwarren met de Russische roebel, ook al is de koers gefixeerd op 1:1), de Estlandse kroon, de Litouwse litas, de Witrussische koepon (eveneens 1:1), de Azerbajdzjaanse manat, de privatiserings-vouchers waarmee Russische burgers sinds gisteren aandelen kunnen kopen en vooral het fenomeen beznalitsjni, of te wel, geld dat alleen op een bankrekening figureert maar niet tot contanten te promoveren is. Die "beznalitsjni' roebels heten wel roebels maar zijn het niet omdat niemand weet of deze girale bedragen ooit boven water zullen komen. Wie over beznalitsjni beschikt, moet derhalve twee keer zoveel voor een datsja of auto betalen als degene die cash kan neerleggen. Want alleen contanten worden nog vertrouwd.

Niets aan de hand dus, zou je zeggen. Een kwestie van goed opletten hooguit. Maar zo eenvoudig is het niet. Want dwars door deze monetaire diversiteit wordt de roebelzone ook nog eens geteisterd door een structurelere chaos in de onderlinge handelsverhoudingen die het gevolg is van het uiteenvallen der Sovjet Unie en de ontmaskering van de planeconomie.

Jarenlang is het feit verdonkeremaand dat het Russische Rijk in de vorm van de Sovjet Unie één economische ruimte was met verschillende snelheden. De economische ontwikkeling van Oezbekistan heeft zich nooit kunnen meten met die van Moldavië of de Baltische landen. Moskou wist die mythe echter in stand te houden door, in ruil voor politieke trouw, met goedkope grondstoffen te strooien. Nu de unie niet meer bestaat en alle deelrepublieken van het GOS op eigen gezag de weg naar de markteconomie hebben ingeslagen, werkt dat systeem niet meer. De tekorten en overschotten op de onderlinge handelsbalansen worden niet meer door de centrale bank weggepoetst, maar zijn ineens zichtbaar geworden. Het lijkt op de chaos in het Europees Monetair Stelsel (EMS), zij het nog iets ingewikkelder en ondoorzichtiger.

Wat is er aan de hand? Als een staalverwerkend bedrijf in de Oekraïne ijzererts uit Rusland nodig heeft, krijgt de onderneming dat niet meer via een regeringstelegram maar moet ze ervoor betalen. Om de produktie in eigen land draaiende te houden, verschaft de Oekraïense regering daarvoor uitbundige roebelkredieten aan die bedrijven die afhankelijk zijn van Russische grondstoffen. Maar dat is beznalitsjni. Met als gevolg dat de werkelijke waarde van dit girale geld afhangt van de handelsbalans die nu tussen de verschillende voormalige Sovjet-republieken bestaat. En die is, uit der aard der economische verhoudingen, meer en meer in het voordeel van export-natie Rusland. Een girale roebel in Kazachstan en de Oekraïne is om die reden op papier in het bilaterale verkeer bijvoorbeeld thans twee keer zo weinig waard als in Wit-Rusland of Moldavië en drie keer minder dan in Rusland. Die discrepantie werd tot nu toe deels monetair gefinancierd door het Russische staatsmuntbedrijf dat roebels bleef ophoesten om in deze vraag naar cash te kunnen voorzien.

Maar als deze verzilvering van girale tegoeden zo zou doorgaan, zou Rusland als eerste het slachtoffer worden. Wat zou er dan gebeuren? De Russische centrale bank zou zijn roebels (de biljetten worden exclusief onder juridisdictie van Moskou gedrukt) ter compensatie van de handelstekorten naar de verschillende republieken moeten blijven doorsluizen om vervolgens als dank voor bewezen diensten te moeten aanzien hoe Russische produkten het spoor volgen.

Kazachstan en de Oekraïne (om de twee belangrijkste deelstaten van het GOS te noemen) zijn door deze onevenwichtigheid inmiddels namelijk duurte-eilanden geworden en hebben derhalve een onblusbare aantrekkingskracht op handelaren die voor hun produkten, bijvoorbeeld olie, in Rusland minder roebels zouden krijgen. De uiteindelijke consequentie daarvan is dat het aldus in Rusland terugkerende geld de inflatiespiraal daar nog verder zou aanwakkeren. Daarom heeft de centrale bank in Moskou onlangs de handel met de Oekraïne formeel bevroren.

Dat is niet eens zozeer een maatregel uit zelfbescherming - in Rusland zelf draait de subsidiemachinerie van de overheid immers ook nog gewoon op volle toeren - maar vooral een politieke stap. Door de Oekraïne aldus af te snijden, hoopt de Russische financiële leiding deze deelstaat te dwingen tot een keuze: tussen de hrivna of de roebel, uiteraard op Russische voorwaarden. Voor de eerste variant opteren de politici in Kiev, die in een eigen munt het symbool willen zien van hun soevereiniteit. De president van de centrale bank in Kiev,die beter denkt te weten, pleit daarentegen voor de roebel.

De Russische bank heeft er echter ook een verderliggend doel mee. Via de roebel, die geen enkele afgescheiden Sovjet-republiek tot nu toe heeft durven laten vallen, verwacht men in Moskou de oude “economische ruimte” die de unie ooit was weer in ere te kunnen herstellen. Want zoals het nu gaat, zou Rusland de melkkoe blijven van de in naam onafhankelijke zwakkere republieken. Kortom, een monetair offensief in plaats van militaire expansie moet het oude rijk op nieuwe rationelere leest schoeien.

Maar dat vergt natuurlijk een subtiele aanpak. Openlijke pleidooien voor een terugkeer naar een unie werken negen maanden na de opheffing van de USSR nog altijd averechts, zoals president Noersoeltan Nazerbajev van Kazachstan vorige week weer eens werd ingepeperd toen hij zich voor een soort “confederatie” uitsprak. De Russische regering pakt het nu derhalve omfloerster aan: via haar roebelemissies, via bilaterale handelsverdragen en via de vrije val waaraan de centrale bank in Moskou de eenheidsmunt de afgelopen weken heeft overgeleverd. In de hoop dat de historische kleine broers van Rusland vervolgens vanzelf eieren voor hun geld kiezen. Dat de roebel daarmee een Weimariaanse status krijgt, lijkt van later zorg.

    • Hubert Smeets