Persoonlijk

Vorige zaterdag ging het op deze plaats over de dreigende opheffing van het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden. De rechter in kort geding heeft daar maandag een stokje voor gestoken. De gemeenteraad moet eerst duidelijk maken hoe het gymnasium-onderwijs er binnen de beoogde "brede scholengemeenschap' uit zou zien.

De ouders, die hun gym al bijna opgeheven waanden, proberen al een paar jaar een neutraal-bijzonder gymnasium op te richten, voor als de bestaande school verdwijnt. Vorige week schreef ik dat staatssecretaris van onderwijs Wallage die boot afhoudt.

Die laatste passage is hem niet bevallen. Daarom stuurde hij deze week een brief op het postpapier-met-wapentje van de Staatsecretaris van Onderwijs en Wetenschappen. Met de hand schreef hij er op "Beste Marc' en "Met vriendelijke groet, Jacques' en bovenaan "Persoonlijk'.

Het ook op de enveloppe getikte woord "persoonlijk' is over het algemeen een verzoek om post ongeopend door te geven aan geadresseerde. In dit geval was de bedoeling van de staatssecretaris de inhoud niet aan de lezers voor te leggen, zo bleek bij navraag.

Na raadpleging van alle denkbare gedragscodes en stelsels van aardige en goede manieren ben ik tot de conclusie gekomen dat de discussie over het voortgezet onderwijs meer heeft aan publikatie van Wallages antwoord dan bijzetting in een plakboek. Ik heb mijn opmerkingen in de krant gemaakt, en de staatssecretaris reageert daarop als bewindsman. Zoals zijn voorganger als staatssecretaris G. Klein al eens zei: privé-post moet met eigen postzegels worden verstuurd.

Het zal duidelijk zijn dat ik vooraf geen zwijgplicht had toegezegd, zoals bij achtergrond-gesprekken soms gebeurt. Desondanks heb ik ermee ingestemd dat Wallage zijn (gedicteerde) brief iets stroomlijnde en er een persoonlijk gericht, politiek verwijt uit schrapte. De discussie wordt wel vrolijker maar niet zinvoller van een relletje.

Dit is wat Wallage schreef: “Je artikel over het gymnasium in Leeuwarden leest lekker weg, maar mist absoluut de kern van de zaak. Daarom toch maar een korte reactie, hoewel het niet mijn gewoonte is op columns te reageren. Als in dit land ouders een school willen beginnen, kan dat. Daar hebben wij de zogenaamde "planprocedure' voor. Die komt in het kort hierop neer: wie voldoet aan de wettelijke stichtingsnormen, krijgt automatisch een wettelijk recht op bekostiging door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Die ideale situatie doet zich in de praktijk helaas zelden voor.

“Alle andere aanvragen worden in eerste instantie beoordeeld in een adviesprocedure waarin provincies, Onderwijsraad en grote gemeenten een rol spelen. Daarna volgt overleg waarbij ook de verschillende onderwijsorganisaties en het departement betrokken zijn. Dit overleg vindt plaats op basis van een - vergeef mij het jargon - toetsingskader. Deze aanpak waarborgt dat overal in het land met de zelfde maat wordt gemeten en dat een oordeel wordt geveld op basis van uniforme informatie. Over de uitkomst van het overleg, vastgelegd in openbare documenten, voer ik overleg met de Tweede Kamer. Kortom: een objectieve, open en democratische procedure. Er valt tegen die planprocedure heel wat in te brengen, en dat heb ik in het verleden ook gedaan. Maar één ding is zeker: het geeft een fatsoenlijke kans dat overal in het land aanvragen op dezelfde wijze worden beoordeeld. In individuele gevallen bemoei ik mij absoluut niet met die planprocedure. Als de conclusie luidt: "aan de eisen voldaan', wordt een school door mij op het Plan van Scholen geplaatst. Dus óók als die school een gymnasium is en óók als dat gymnasium in Leeuwarden staat.

“Mijn persoonlijke opvattingen - pro of contra - spelen bij de afweging geen enkele rol. Dat ik me onlangs in de Tweede Kamer over de Friese stichtingsplannen terughoudend heb opgesteld, heeft niets te maken met het afhouden van welke boot dan ook. De ouders hebben bezwaar aangetekend bij de Raad van State en het is goed gebruik in dat geval niet te diep op een zaak in te gaan.

“Alles overziende, stel ik vast dat als er in deze zaak al sprake is van vooroordelen, die eerder bij jou liggen dan bij mij. Kennelijk ga je er van uit dat mijn voorkeur voor bredere en grotere gehelen (overigens nu wettelijk vastgelegd) zover gaat dat ik er de fatsoenlijke, bestuurlijke procedures voor opzij zet. Nee dus!”

Tot zo ver de staatssecretaris. Mijn antwoord zou ongeveer zo kunnen luiden: “Zeer geachte heer Wallage, ("Beste Jacques' wil me niet lukken, schrijvend naar een echt ministerie) het deed mij genoegen dat u mijn stukje over het gymnasium leesbaar vond. Spijtig dat ik de kern van de zaak had gemist. Zou het kunnen zijn dat we niet hetzelfde element uit de kwestie als kern aanduiden? Uw woorden blijven wat vaag over wie verantwoordelijk is voor de beslissing bij aanvragen tot oprichting van een nieuwe school. Er is een adviesprocedure, schrijft u, gevolgd door overleg waarbij “ook de verschillende onderwijsorganisaties en het departement betrokken zijn”. (In uw eerste versie gebruikte u de mooie term “een soort samenspraak tussen onderwijsorganisaties en departement”.) U bemoeit zich in individuele gevallen “absoluut niet” met de planprocedure, hebt “overleg” met de Tweede Kamer en plaatst tenslotte persoonlijk dé school op het Plan die aan de voorwaarden voldoet. Zo is het toch ook? U doet niet alles zelf op het ministerie, maar u bent wel politiek verantwoordelijk. Daarom hebt u zich vorige week ook verantwoord in de Tweede Kamer. Als u er niet over ging, had u daar toch niet gezeten?

En dan uw "terughoudendheid' omdat de Friese ouders "bezwaar' hebben aangetekend bij de Raad van State. Die ouders hebben een beroepschrift bij de Raad ingediend omdat u, na de afwijzing van hun aanvraag in het Plan van Scholen '92-'94, in één gebaar een mogelijke aanvraag voor '93-'95 op voorhand van tafel hebt geveegd. De ouders hebben hun rechten willen veilig stellen maar kunnen hun beroepschrift bij de Raad niet toelichten omdat u die automatische afwijzing nooit heeft beargumenteerd. Niet of onvoldoende gemotiveerde beschikkingen zijn in strijd met de erkende "beginselen van behoorlijk bestuur'. Om aan uw eigen niet-motiveren en daarmee verder-treuzelen een argument te ontlenen om u in het openbaar koest te houden, is de zaak op zijn kop zetten. Dat heeft met mijn vooroordelen niet zo veel te maken. Trouwens, heeft u ook gehoord dat de provincie Friesland de prognose van 470 leerlingen van de ouders voor het nieuwe gym akkoord heeft bevonden? Gezien de stichtingsnorm van 355 mag U de aanvraag van de Kamer misschien gewoon goedkeuren. Hoogachtend, enz.''