Niemand zou 'Brother's keeper' kunnen verzinnen

Brother's keeper, Ned.3, 22.17-0.05u.

De ruim anderhalf uur durende Amerikaanse film die de VPRO zondagavond uitzendt, is aanzienlijk onrealistischer dan welke aflevering van Matlock dan ook. Toch is Brother's keeper een 'non fiction movie', een documentaire. Wat de film bijzonder maakt is dat hij een realiteit blootlegt, zo onwerkelijk, bizar, afschrikwekkend en ontroerend dat geen scenario-schrijver haar zou kunnen verzinnen.

Hoofdrolspelers zijn de bejaarde broers Ward uit het 500 inwoners tellende gehucht Munnsville in de staat New York. Ze wonen met z'n vieren in een onbeschrijfelijk goor kot zonder voordeur, zonder wc of welk comfort dan ook. Tussen de vodden bevindt zich een met mos overdekte ijskast en een lorrige televisie, de enige attributen die er op wijzen dat de bewoners niet in de middeleeuwen leven. Vergeleken met de Ward boys, zoals de zonderlingen in het dorp worden genoemd, zijn Fred Flintstone en zijn vrouw Wilma futuristische wezens.

Op 6 juni 1990 wordt een van de broers, de 64-jarige Bill Ward, dood aangetroffen in bed. Volgens de politie is hij geen natuurlijke dood gestorven, maar heeft zijn jongere broer Delbert Ward hem vermoord door verstikking. Hoewel Delbert nauwelijks kan lezen en maar zeer moeizaam praat, staat zijn handtekening onder de bekentenis dat hij Bill heeft gedood om hem uit zijn lijden te verlossen. De tragedie wordt een cause célèbre op het moment dat de bevolking van Munnsville als één man achter de zwakbegaafde Delbert gaat staan. Terwijl de mensen de broers voorheen meden als de pest (een keurige dorpsbewoonster vertelt dat de Wards een verschrikkelijke stank verspreiden omdat ze maar twee keer per jaar schone kleren aandoen), hoesten ze nu in een mum van tijd de 10.000 dollar borg op om de arme Delbert Ward uit de gevangenis te krijgen. Del wordt een beroemdheid en verschijnt op televisie.

In Brother's Keeper volgen de filmmakers Joe Berlinger en Bruce Sinofsky de gebroeders Ward en hun dorpsgenoten in het jaar voorafgaande aan het proces, waarmee de film eindigt. Climax is de uitspraak van de jury, die echter net als de toeschouwers met een groot raadsel moet zijn blijven zitten.

Heeft Delbert zijn broer Bill, met wie hij ruim vijftig jaar zijn bed deelde, uit zijn lijden verlost, was het ontspoorde seks (gezien de spermasporen op Bill's kleren), of stierf hij een natuurlijke dood?

Wat is waarheid? Zijn de broers totaal geschifte degeneré's die tegen zichzelf en elkaar beschermd dienen te worden? Of wordt hier klassejustitie bedreven? De dorpsbewoners zijn overtuigd van het laatste. Mochten ze de broers al verdenken, hun sterkste sentiment is toch saamhorigheid: handen af van hùn Munnsville en van hùn Ward-broers. Aan de andere kant staan de justitiële autoriteiten. Wat zouden zij er voor belang bij hebben om een onnozele hals als Delbert ergens "in te luizen'.

“U weet het verschil tussen waarheid en leugen, nietwaar?” vraagt de openbare aanklager. “Misschien wel, misschien niet” , mummelt de vrijwel tandeloze Delbert. "Misschien wel, misschien niet' is ook het antwoord op de vraag of Bill al dan niet is vermoord. Maar dat die vraag er voor de gebroeders Ward en hun dorpsgenoten minder toe doet dan hun eigen, voor 'beschaafde' mensen onbegrijpelijke waarheid, is iets wat de filmmakers op onnavolgbare wijze laten zien.

    • Elsbeth Etty