Manon Rheaume keepster in keiharde Amerikaanse ijshockeycompetitie; Stel je voor, 'n dame in doel van AC Milan

ROTTERDAM, 3 OKT. In het ijshockey wordt het als een klein wonder beschouwd dat de 20-jarige keepster Manon Rheaume als vrouw tot de keiharde Amerikaanse profcompetitie, de National Hockey League (NHL), is doorgedrongen. Zij is geselecteerd door de Tampa Bay Lightning. Rob van Rijswijk, directeur en competitieleider van de Nederlandse IJshockey Bond, vergelijkt het met de situatie dat AC Milan in het voetbal een dame tussen de palen zou opstellen. “Dat zou heel Europa toch aardig wakker schudden, denk ik.”

Volgens Van Rijswijk zou het ook binnen het Nederlandse ijshockey best mogelijk zijn dat een speler van het vrouwelijke geslacht toestemming krijgt om bij de mannen mee te doen. “We zullen ons zeker niet star opstellen”, aldus de bestuurder. “Ik denk dat je bij een speler eerst naar de capaciteiten moet kijken en dan pas of het een man of vrouw is.” Overigens is de kans klein dat er zich in de Nederlandse eredivisie zoiets als met de Canadese Manon in de NHL zal voordoen. In tegenstelling tot in Noord-Amerika vindt hier een zeer bescheiden vrouwencompetitie plaats met slechts vier deelnemende teams.

Verscheidene sportbonden in Nederland blijken in hun reglementen niet expliciet een bepaling te hebben opgenomen waarin staat de vrouwen niet bij de mannen mogen meedoen. En andersom trouwens ook niet. Bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond kwamen ze daar tot hun eigen verbazing achter toen eind vorig seizoen een scheidsrechter zich in zijn rapport afvroeg of het wel reglementair was toegestaan dat een vrouw in het doel had gestaan bij een wedstrijd in de oostelijke mannencompetitie. Bondsdirecteur Jan Willem Gast schreef de persoon terug dat er “formeel niets onoirbaars” had plaatsgevonden.

Gast ziet het niet als een probleem dat er in het lagere hockey incidenteel een speler van het vrouwelijke geslacht in een mannenwedstrijd meedoet “om een elftal aan te vullen”. Hij verwacht niet dat de beoefenaars van zijn sport misbruik van het hiaat in de reglementen zullen maken. Bovendien is het bondsbestuur altijd bevoegd in te grijpen bij excessen. Toch vraagt Gast zich af of er niet serieus moet worden overwogen de reglementen aan te passen.

In het Nederlandse voetbal komt in de reglementen van het betaald voetbal het woord dame of vrouw helemaal niet voor. In die van de amateurs staat nergens omschreven dat er alleen mannen in de mannencompetitie mogen spelen. Volgens het secretariaat in Zeist is het feit dat het "damesvoetbal' in het reglement - Titel 4, Artikel 26 - apart wordt vermeld echter voldoende. Het hoofdstuk "jeugdvoetbal' omvat een bepaling dat het tot en met de C-klasse (12 en 13 jaar) is toegestaan teams in gemengde samenstelling te laten spelen. Dat gebeurt dan ook. Officieel voetballen in Nederland ongeveer 4000 meisjes in jongenselftallen.

Zeker op topniveau is het in Nederland een zeldzaamheid dat een vrouw in een fysieke tak van sport in een pure mannencompetitie uitkomt. Er zijn weliswaar genoeg sportvrouwen te vinden die tussen hun sexegenoten de top hebben bereikt en bij de mannen hun niveau zouden kunnen verbeteren, maar zij komen gewoon pure kracht en snelheid tekort om daar op een redelijk niveau mee te doen. Afgezien nog van de praktische problemen die zich bij zo'n overstap zouden kunnen voordoen, zoals bijvoorbeeld de noodzaak van een eigen kleedkamer voor de vrouw.

Toch zijn er sporten die door de aard van het spel beter dan andere voor vrouwelijke inmenging in de mannencompetitie in aanmerking komen. Bekend is uiteraard het verhaal van tafeltennisster Bettine Vriesekoop. Zij kreeg vanaf 1977 toestemming om bij de mannen mee te spelen. Vriesekoop was toen 16 jaar. Zij viel absoluut niet uit de toon en haar winstpercentage daalde nimmer onder de vijftig procent. Ook nu speelt Vriesekoop weer met de mannen mee. Dat geldt ook voor Gerdie Keen. Een officieel besluit van het hoofdbestuur van NTTB, vermeld onder het hoofdstuk "dispentatie topdames', geeft aan dat een tafeltennisster gerechtigd is in de hogere mannencompetitie uit te komen indien zij én deel uitmaakt van het nationale team én bij de vrouwen meer dan negentig procent van de partijen wint. Spijt heeft Vriesekoop nooit gehad van haar overstap naar de mannen. “Ik heb veel geleerd en het is altijd beter tegen sterkere tegenstanders te spelen.”

Volgens Bert van Lingen, ex-vrouwenbondscoach en nu assistent van Dick Advocaat, gaan bij het voetbal qua vaardigheid jongens en meisjes lange tijd gelijk op. Pas als de genoemde fysieke aspecten gaan tellen wordt het verschil tussen beide geslachten op het voetbalveld duidelijk. “Wat betreft inzicht en techniek komen vrouwen niet tekort”, constateert Van Lingen. Hij vertelt het opmerkelijke verhaal van een scout van eerste-divisieclub De Graafschap die tijdens zijn speurtocht naar talent interesse toonde voor een speler uit de C-jeugd. Bij navraag bleek het om een meisje te gaan. Van Lingen denkt dat de topspeelsters uit het nationale vrouwenvoetbal individueel het niveau van de KNVB-vierde klasse zouden aankunnen.

Van Lingen verwacht niet dat er ooit een vrouw tot het profvoetbal zal kunnen doordringen. Ook niet als keeper die nu eenmaal een meer beschermde plaats inneemt dan veldspelers. “Maar op die positie mist een vrouw weer sprongkracht ten opzichte van de man”, aldus Van Lingen. Daar heeft Manon Rheaume in het doel van de Tampa Bay Lightning geen last van. IJs- hockeykeepers hoeven niet omhoog te springen. “Bovendien”, zegt bondsdirecteur Rob van Rijswijk, “is een keeper in het ijshockey nog heiliger dan in het voetbal. Daar moeten ze, om het plat te zeggen, gewoon met hun poten afblijven.”

Marleen Wissink is keepster van het Nederlandse vrouwenvoetbalteam. Zij zocht een nieuwe uitdaging en ging in Duitsland spelen, bij Vfb Rheine. Aan het keepen in een mannenteam heeft zij nooit gedacht. “Dat staat zo ver van je af.” Wissink zegt het goed naar haar zin te hebben bij het vrouwenvoetbal. Haar ploeggenote bij Oranje, de talentvolle middenveldster Margriet Limbeek, zou zeker niet in haar eentje bij de mannen gaan voetballen. “Ik heb niet voor niets voor een teamsport gekozen en die doe ik dan bij voorkeur met andere vrouwen. Anders was ik wel gaan korfballen.” De beste Nederlandse volleybalster Henriëtte Weersing, bijgenaamd Harrie, zou voordat ze in Italië ging spelen een aanbod om bij de mannen te gaan spelen zeker niet bij voorbaat hebben afgeslagen. “Ik ben best nieuwsgierig hoe ik het er daar vanaf zou brengen.”

Voetbalsters Limbeek en Wissink zouden er echter niet afwijzend tegenover staan om met een heel elftal in de mannencompetitie te gaan spelen. Dat is door Bert van Lingen anderhalf jaar geleden ook serieus overwogen. Hij had er de interregionale jeugdcompetitie voor uitgekozen. Het ging uiteindelijk niet door omdat er in het vrouwenvoetbal net met een landelijke competitie werd gestart en de topspeelsters daarbij niet konden worden gemist.

Ook voor Peter Murphy, bondscoach van de volleybalsters, is het zeker geen utopie om met zijn hele team bij de mannen te gaan spelen. Hij heeft er wel eens aan gedacht. “En het is met het oog op de voorbereiding voor het EK van 1996 nog niet uit mijn hoofd.” Murphy oefent met zijn team graag tegen mannen. Voor het EK van vorig jaar speelden de Oranje-vrouwen vijftien tot twintig wedstrijden tegen mannenteams. Murphy noemt die confrontaties “zeer interessant”.

In tegenstelling tot voetbal, hockey en ijshockey is volleybal geen contactsport. Murphy: “Er zit een net tussen. Dus als de bal aan jouw kant is is die ook echt van jou. Dan kan je er mee doen wat je wil.” Dat maakt het verschil tussen mannen en vrouwen bij het volleybal beduidend kleiner dan bij de genoemde andere takken van sport. De volleybalsters oefenen tegen mannenteams uit de tweede en derde divisie, de hockeysters en voetbalsters meestal tegen veteranen- of jeugdteams. Bij het volleybal is het wel een probleem dat het net bij de mannen hoger (2.43 meter) hangt dan bij de vrouwen (2.24). Bij de wedstrijden van Murphy's ploeg werd altijd voor een "tussenhoogte' (2.30) gekozen.

Peter Murphy vindt dat er in de Nederlandse sport te weinig wordt "gemengd'. Dat is, aldus de coach, in de Verenigde Staten bijvoorbeeld anders. Daar sporten jongens en meisjes meer en langer met elkaar. Murphy stelt voor bij wijze van experiment om een strandvolleybalcompetitie met gemengde topteams te starten. “Dat zou erg leuk zijn, een hele nieuwe dimensie.”

Volgens Murphy verliepen de wedstrijden tussen zijn team en mannenploegen over het algemeen in een goede sfeer. Het kwam voor dat er spelers geïrriteerd raakten als zij het onderspit moesten delven tegen vrouwelijke opponenten, maar die gingen, zegt hij, “nooit echt door het lint”. Murphy sprak altijd wel voor de wedstrijden de tegenstanders toe. “Ik zei dan dat ze niet hun frustaties moesten afreageren en die bal niet ineens van die harde hengsten moesten gaan geven. Ook niet als ze door het publiek worden uitgelachen. Want dat gebeurde regelmatig.”

Murphy verwacht geen grote problemen bij de bond indien hij het verzoek zou indienen om met zijn vrouwen in de mannencompetitie te mogen spelen. Van Lingen durft dat wat de voetbalsters betreft niet zo resoluut te stellen. Hij verwacht in ieder geval niet dat een individuele speelster toestemming van de KNVB zou krijgen om in de top van het mannenvoetbal uit te komen. “Dat ligt gewoon heel moeilijk.” Ook international Margriet Limbeek sluit het “absoluut” uit dat zoiets wordt geaccepteerd. “De voetbalwereld is en blijft een mannenwereld. Velen vinden vrouwen die voetballen maar vreemd.” In bepaalde afdelingen wordt zelfs niet toegestaan dat in de jeugd jongens en meisjes samen tegen een bal trappen.

De intrede in 1977 van Bettine Vriesekoop in de mannencompetitie zorgde destijds voor grote commotie. Sommige bestuurders legden zelfs hun functie neer. De protesten kwamen echter voornamelijk van vrouwen, collega's van Vriesekoop die zich gediscrimineerd voelden. Met de spelers aan de andere kant van de tafel maakte de toptafeltennisster in de beginjaren geen vervelende dingen mee. “Toen ik in de eredivisie speelde merkte ik wel dat mijn tegenstanders bloednerveus waren”, herinnert Vriesekoop zich, “Ze waren heel bang om van me te verliezen. Dat kon niet, hè, een speler uit de Nederlandse top die van een vrouw verloor. Dat werd als een blamage gezien.”

    • Hans Klippus