Lange weg naar sociale dienstplicht

DEN HAAG, 3 OKT. “Hoe kan men liefdevol een demente bejaarde verzorgen als men daartoe verplicht en dus niet gemotiveerd is?” Zo luidde de reactie van het FNV twee jaar geleden op een pleidooi van de CDA Jongeren voor invoering van de sociale dienstplicht.

Vorig jaar noemde Tweede-Kamerlid Ton de Kok (CDA), een van de trouwste aanhangers van het idee, het standpunt van de FNV “een motie van wantrouwen tegen de jeugd”. En waarom zou de sociale dienstplichtigen niet “daar kunnen worden ingezet waar de beroepskrachten hun kostbare tijd besteden aan klusjes die ook door ongeschoolden kunnen worden gedaan”, vroeg De Kok zich af.

Het is het type discussie dat fractievoorzitter Brinkman (CDA), bedenker van de zorgzame samenleving, graag voert en volgende week, bij de algemene beschouwingen, opnieuw wil aanzwengelen. Het politiek klimaat dat beheerst wordt door termen als moraal, ethiek, gemeenschapszin en burgerschap lijkt er rijp voor. Bovendien blijkt uit een NIPO-enquête van vorig jaar dat 64% van de bevolking het idee van de sociale dienstplicht steunt. Ook draagt het deze week gepresenteerde rapport-Meijer over het voortbestaan van de militaire dienstplicht enig materiaal aan voor de discussie.

Hoewel het debat de komende dagen voor een belangrijk deel gevoerd zal worden naar aanleiding van dat rapport-Meijer, kunnen daaraan weinig argumenten worden ontleend voor invoering van de sociale dienstplicht. De commissie geeft geen duidelijke mening en beveelt verder onderzoek aan, omdat de discussie tot nu toe zo "oppervlakkig' wordt gevoerd. Maar na de pro's (zoals het onvervulbaar zijn van arbeidsplaatsen voor ongeschoolden) en contra's (zoals de internationale verdragen) opgesomd te hebben, schrijft de commissie dat wanneer de militaire dienstplicht zou worden afgeschaft - hetgeen de CDA-fractie wil - “naar verwachting ook de verplichte burgerplicht uit het zicht verdwijnt”. Veel voorstanders van een sociale dienstplicht baseren immers hun standpunt op de als onrechtvaardig ervaren omstandigheid dat veel jongens en alle meisjes niet in militaire dienst hoeven.

Maar ook voor wie de discussie wil voeren op meer ideële gronden, zoals versterking van plichtsbesef en gemeenschapszin, biedt het rapport-Meijer weerbarstig materiaal. In een bijlage draagt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) enkele belangrijke gegevens aan. Het SCP schat dat rond het jaar 2000 ongeveer 200.000 personen voor zo'n plicht van een jaar in aanmerking zouden komen. Als daarvan de helft wordt afgetrokken in verband met het voortbestaan van een verkorte militaire dienstplicht (zoals de commissie-Meijer wil) en afkeuringen, schat het SCP de kosten op ongeveer 1,4 miljard gulden. Per burgerdienstplichtige dus ongeveer 14.000 gulden. Voor tweederde bestaan die kosten uit het minimum uurloon en de rest wordt gevormd door onder meer uitvoeringskosten, opleiding, keuring en een OV-jaarkaart. Het alternatief voor vervoer met een OV-kaart is een verblijf in kazernes, hetgeen de kosten verder omhoog jaagt. Een van de vragen die Brinkman volgende week kan verwachten is hoe dat verdrag zich verhoudt tot de 17 miljard die de fractievoorzitter na 1994 wil bezuinigen.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau constateert verder dat het om een “aanzienlijke operatie” gaat die “ingrijpt in het leven van een groot aantal mensen.” Gezien de grote verantwoordelijkheid die de rijksoverheid neemt bij het buiten werking stellen van het marktbeginsel op de arbeidsmarkt, acht het bureau het “risico van bureaucratische uitwassen” zeer wel aanwezig. Ook hiervan heeft Brinkman zich nooit een liefhebber getoond.

De CDA-leider zal niet alleen aarzelingen bij zijn eigen fractie, maar ook bij andere partijen moeten overwinnen. De grondwet zal gewijzigd moeten worden ter rechtvaardiging van de "dwangarbeid' die het Europees verdrag voor de rechten van de mens expliciet verbiedt. En voor die grondwetswijziging heeft Brinkman de steun van tweederde van de Kamer nodig. Uit een overzicht in de bijlage blijkt echter dat buiten het CDA, alleen de Jonge Democraten van D66 voorstander van sociale dienstplicht zijn. De PvdA vindt in meerderheid dat solidariteit beter tot uitdrukking kan worden gebracht in het betalen van belasting. Daarmee kunnen dan de omstandigheden in de zorgsector worden verbeterd. De VVD noemt de dienstplicht een noodzakelijk kwaad, geen doel op zich. Groen Links, ten slotte, pleit voor afschaffing van de militaire dienstplicht en vindt een discussie over sociale dienstplicht overbodig.

    • Kees Versteegh