Kritiek ambtenaren Defensie; Advies tegen handhaving dienstplicht

DEN HAAG, 3 OKT. Minister Ter Beek (defensie) moet zo snel mogelijk afstand nemen van het advies van de Commissie-Meijer om de dienstplicht te handhaven. Het rapport is slecht onderbouwd, een beroepsleger is goedkoper.

Dit staat in een geheim advies van de directie Algemene Beleidszaken van het ministerie aan Ter Beek. Uit niets wordt duidelijk waarom Nederland een grote mobilisabele reserve moet behouden. Secretaris-generaal M. Patijn van het ministerie heeft gisteren verboden dat het ambtelijke stuk verspreid zou worden omdat er “al te veel onrust op het ministerie is ontstaan over de dienstplicht”.

De plaatsvervangend directeur van de afdeling Algemene Beleidszaken, drs. J.H.M. de Winter, schrijft in de vertrouwelijke nota van achttien pagina's dat de Commissie-Meijer is opgetreden als spreekbuis en belangenbehartiger van de Koninklijke Landmacht.

De commissie, zo schrijft De Winter, legt in haar rapport onmiskenbare vooringenomenheid aan de dag. Het rapport is naar de conclusies toegeschreven en de voordelen van een beroepskrijgsmacht blijven onderbelicht.

De Commissie-Meijer adviseerde eerder deze week de dienstplicht te handhaven omdat een beroepsleger te duur zou zijn en daarvoor onvoldoende gegadigden op de arbeidsmarkt te vinden zouden zijn.

De directie Beleidszaken verwijt de commissie dat haar analyse van de veiligheidssituatie ongenuanceerd is en weinig realistisch. De Commissie-Meijer schrijft in haar advies dat de risico's voor West-Europa niet zijn verdwenen maar veranderd. Maar hoge ambtenaren op Defensie wijzen erop dat van een onmiddellijke bedreiging van het Nederlandse grondgebied niet kan worden uitgegaan.

Een beroepsleger is op den duur veel goedkoper, zeggen de ambtenaren in hun geheime notitie. Volgens de nieuwste gegevens van de Landmacht, waarvan de commissie blijkbaar niet op de hoogte is gesteld, blijkt dat een leger met dienstplichtigen tot een tekort van 2 miljard gulden in de periode 1994-1998 leidt en een beroepsleger tot een groot financieel overschot.

De commissie is te gemakkelijk over het vraagstuk van de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de dienstplicht heengelopen. Op de arbeidsmarkt is volgens de ambtenaren wel degelijk voldoende personeel voor een beroepsleger te vinden.

Pag.3: Ambtenaren Defensie: beroepsleger goedkoper

In het advies van de commissie-Meijer is volgens Ter Beeks adviseurs op het ministerie sprake van een “harde, ongenuanceerde benadering van de veiligheidssituatie, waarmee de commissie zelfs Buitenlandse Zaken rechts lijkt te passeren”. “Dat het defensiebeleid dwingt tot het maken van keuzen en het stellen van prioriteiten, dat we niet alles kunnen, dat we een klein deel zijn van een veel groter Europees en Atlantisch geheel - het zijn gedachten die bij de commissie ontbreken. Te zeer ademt het rapport de sfeer dat de krijgsmacht overal inzetbaar moet zijn en aan elk soort operatie moet kunnen meedoen.”

Volgens de ambtenaren van Beleidszaken gaat de commissie-Meijer te gemakkelijk uit van verplichtingen die Nederland is aangegaan in bondgenootschappelijk verband. Maar minister Ter Beek heeft meermalen verklaard dat deze afspraken in de NAVO in het licht van de veranderende veiligheidssituatie ter discussie moeten worden gesteld.

Voor de ambtenaren is het de vraag of voor conflictbeheersing in VN- of WEU-verband dienstplichtigen die maar negen maanden dienstplicht vervullen - zoals de commissie-Meijer adviseert - nog wel voldoende zijn getraind. Zijn er straks nog voldoende vrijwilligers? De ambtenaren schrijven dat in de Golf en in Cambodja geen troepen zouden zijn ingezet als niet had kunnen worden beschikt over een zeer groot beroepscontingent.

Volgens de commissie-Meijer kan het vrijwilligheidsaspect bij het uitsturen van dienstplichtigen belemmeringen opleveren en zij vraagt zich af of dit vrijwilligheidsaspect wel een doorslaggevende rol mag spelen. Maar de vraag is of er nog wel een weg terug is. De minister heeft de Tweede Kamer keer op keer toegezegd dat dienstplichtigen alleen op vrijwillige basis buiten het NAVO-verdragsgebied kunnen worden uitgestuurd.

Ten slotte menen de ambtenaren dat de commissie te vaag is over de moeilijkheden op de arbeidsmarkt om tot een beroepsleger te komen. Zij rekenen voor dat bij een langere contractduur, zoals nu bij Marine en Luchtmacht al het geval is, minder beroepskrachten nodig zijn. Ook zou personeel dat vrijkomt door bezuinigingen bij marine en luchtmacht beschikbaar kunnen komen voor de Landmacht.

“De commissie-Meijer heeft met haar rapport ongewild en onbewust een belangrijke bijdrage geleverd aan wat zij zo graag had willen voorkomen: de afschaffing van de dienstplicht. Omdat de argumenten zwak zijn en het verzet sterk, doet Defensie er goed aan op korte termijn al voorzichtig maar duidelijk, publiekelijk afstand te nemen van het rapport "Naar een dienstplicht nieuwe stijl”, aldus het slot van het betoog.

    • Willebrord Nieuwenhuis